Recensie

Recensie Theater

De Keersmaekers ‘Goldberg Variations’ zijn een baken van rust tussen de gekte in Julidans

Julidans Tijdens Julidans zwiept de wijzer van chaotische gekte naar de bezonken rust van Anne Teresa De Keersmaekers ‘Goldberg Variations’. Met als terugkerend thema de mens: spelend, vragend, fantaserend, bespiegelend. En dansend natuurlijk.

De ‘Goldberg Variaties’ van Michiel Vandevelde tijdens Julidans.
De ‘Goldberg Variaties’ van Michiel Vandevelde tijdens Julidans. Foto Tom Callemin

Kan het gekker? Natúúrlijk kan het gekker! Tijdens Julidans, het jaarlijkse festival voor internationale hedendaagse dans, staat er geen maat op bizar, vervreemdend en uitzinnig danstheater, waarbij dans zeker niet de hoofdmoot hoeft te zijn. Het danspubliek is ruimdenkend. Het is door de jaren heen wel wat gewend.

Toch zaten velen in de eerste week van het festival met stijgende verbazing te kijken naar de ontplofte verkleedkist van de Griek Euripides Laskaridis en de campy fantasieën van Vincent Riebeek. Oppervlakkig bezien chaotisch, maar als het stof is neergedaald wel degelijk betekenisvol.

Lees ook: Waarom zijn Griekse choreografen ineens zo gewild?

Neem Riebeek, ooit partner van de al even iconoclastische Florentina Holzinger, tegenwoordig als zelfstandig choreograaf doende. In Uchronia spiegelt hij het publiek een tijdperk voor waar alle gender- en liefdesdenominaties een plaats hebben. Bestierd door een hemelse trans, bewoond door vier performers die hun evolutie naar vrije mens vieren met popdansjes en -songs, paaldans, een fake blowjob, een shotje drugs en korte ontboezemingen, waarvan het klaaglijke ‘I’m non-binary but everybody thinks I’m cis’ de grappigste is.

Het knappe is dat Riebeek tussen alle campy exercities duidelijk weet te maken waar het eigenlijk om gaat. Niet voor niets klinkt tegen het einde Lesley Gore’s gezongen onafhankelijkheidsverklaring ‘You don’t own me’ – laat mij zijn zoals ik ben en wil zijn.

Royale overdosis theater

Vergelijkbaar, maar anders, is het effect van Laskaridis’ Elenit. Opgeteld blijkt dit niet het beeld van een ideale tijd, zoals bij Riebeek, maar van van een cultuur in verval. Iedereen is de weg kwijt in deze doldwaze, vulgaire, onweerstaanbare wereld. Een met juwelen behangen dinosaurus zingt aria’s, Florence Nightingale loopt rond met een winkelkar vol afgezaagde ledematen, Dorothy uit The Wizard of Oz beweegt zich van de ene naar de volgende narcoleptische aanval, een keurige huisvrouw kermt onophoudelijk en het mini-bouwvakkertje zwaait met een AK-47.

Alleen de bepijpenkrulde Marie-Antoinette (Laskaridis), denkt nog houvast te hebben. Zij waant zich op haar plateauzolen verheven en onaantastbaar. Maar de chaos kruipt ook onder haar crinoline, en uiteindelijk strompelt ze na een brute operatie rond op halve beentjes.

Tot zover de Europese hoogmoed, aldus deze 21ste-eeuwse Euripides. Wie overdonderd door alle ruis die ‘boodschap’ mist, heeft in elk geval een royale overdosis theater meegepikt.

Een baken van rust is dan The Goldberg Variations van Anne Teresa De Keersmaeker. De Vlaamse geeft in deze solo van bijna twee uur, die zij zelf danst, een soort samenvatting van haar oeuvre, waarin het werk van ‘oppergod’ Johann Sebastian Bach een rode draad is. De jonge pianist Pavel Kolesnikov varieert fantastisch in voordracht, van fluisterzacht tot krachtig, percussief bijna.

Ontroerend beeld

De Keersmaeker – een zestigjarige hinde met witgrijze paardenstaart – verdeelt Bachs variaties in drie delen, gelardeerd met scènes zonder muziek of zonder dans. In het eerste deel danst zij in een transparant zwarte jurk de strenge bewegingen en patronen van haar minimalistische beginperiode, met de bekende huppels, recht uitgestoken armen en nauwkeurig afgemeten zwaai- en zwenkbewegingen. Het weerspiegelt de onderzoekende fase van haar carrière, waarna in deel twee (in crèmekleurige kleding) meer lichtheid komt, om tot slot met heupwiegende swing (glitterbroekje), met ‘vrijheid in gebondenheid’, te antwoorden op de Bachs mathematische en contrapuntische structuren. Ondanks inzakkers – twee uur is te ruim bemeten – creëren De Keersmaekers variaties een ontroerend beeld van de spelende mens, met dans als natuurlijke uitingsvorm.

In wezen komt dat beeld terug in de voorstelling van een andere Vlaming, Michiel Vandevelde, die voortkomt uit P.A.R.T.S, de door De Keersmaeker opgezette dansacademie. Ook hij nam de Goldberg Variaties als uitgangspunt, maar bouwde er, in navolging van postmodern icoon Steve Paxton, een conceptuele choreografie op om het begrip ‘democratie’ te bevragen.

Dat zit in elk geval al prachtig vervat in de cast. Met een optimaal getrainde danseres, een danser-in-ruste (Vandevelde zelf) en Oskar Stalpaert, een oersterke danser met downsyndroom, die vanuit een puur danstalent en -gevoel beweegt, geeft het een indruk van (inclusieve) menselijkheid.

Met Bach ‘gedemocratiseerd’ bewerkt voor accordeon (geweldig bespeeld door Philippe Thuriot) is het al een bevrijdend statement op zich. Zoals Paxton verwees naar de oorlog in Vietnam, voegt Vandevelde met onscherpe projecties beelden toe van hedendaagse bedreigingen van onze democratie: nationalisme, militarisme, neo-nazisme. Misschien niet eens nodig, maar goed gedoseerd.

En zo zwiept de wijzer in Julidans van het ene naar het andere uiterste. Het lijkt het oude normaal wel.

Lees ook Julidans 2020: Julidans als peepshow werkt verrassend goed