Opinie

‘Dat mens’ Esther Ouwehand

Petra de Koning

Esther Ouwehand hoorde het de VPRO-hoofdredacteur vorige week zeggen bij Nieuwsuur: zíj was ‘dat mens’. In de documentaire ‘Sigrid Kaag: Van Beiroet tot Binnenhof’ noemde Kaag haar zo: dat mens. D66 en Buitenlandse Zaken hadden de VPRO zover gekregen dat die scène werd verwijderd.

In haar werkkamer in Den Haag zegt Esther Ouwehand, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren, dat het haar niets deed, nee. „Het zegt iets over háár.” In de documentaire zie je nog wel fragmenten uit een debat over handelsverdragen. Ouwehand zei tegen Kaag wie daarvan „de verliezers” waren: kwetsbare mensen, de natuur, dieren. „Maar de minister kijkt er ijskoud en glashard van weg.” Kaag noemde dat „een opmerking over mijn persoon, mijn uiterlijk of mijn blik”.

Volgens Ouwehand had de D66-minister net daarvoor al haar kritische vragen over mensenrechten „geïrriteerd weggewuifd”. Ze vindt de montage in de documentaire „wat gemakzuchtig”. Haar kritiek op Kaag leek „op de man gespeeld” zoals PVV’ers graag doen – door steeds weer te beginnen over de Palestijnse man van Kaag. „Je kunt vinden dat ik een scherpe duiding gaf aan haar antwoorden, ik was níet persoonlijk.”

Op het Binnenhof heb je de scheldpartijen of grove uitspraken die aandacht trekken. Je hebt ook, en veel vaker, de nauwelijks zichtbare manieren of misschien zelfs strategieën om collega’s van andere partijen te raken of te kleineren. ‘Dat mens’ kun je zien als een voorbeeld. Over Caroline van der Plas van de BoerBurgerBeweging, die door sommige partijen wordt gezien als een electorale bedreiging, hoorde ik een Kamerlid zeggen dat ze haar tekst voor een visserijdebat „vast niet zelf had geschreven”. In april noemden Mark Rutte en Hugo de Jonge haar partij als grap „triple B”. Van der Plas was kwaad, Rutte zei een paar keer sorry.

Vorige week was Caroline van der Plas in het Torentje, Rutte had haar uitgenodigd voor koffie. Want je hebt ook de nauwelijks zichtbare manieren om collega’s van andere partijen juist wat extra aandacht te geven. Op een dag kun je hen nodig hebben. Rutte was Van der Plas komen ophalen in de wachtruimte, al in de gang had hij heel hard „héé Caroline” geroepen. Van der Plas moest er om lachen.

Esther Ouwehand, fractievoorzitter sinds 2019, was nooit in het Torentje. Sinds 1 april, de nacht waarin bijna een motie van wantrouwen tegen Rutte werd aangenomen, doen zij en Rutte in de debatzaal ook niet meer zo vrolijk tegen elkaar als daarvoor. Veel partijen lijken de crisis over Ruttes bestuursstijl te zijn vergeten, Ouwehand niet.

In die crisis bleek uit de gespreksverslagen van de formatie-verkenners dat GroenLinks-leider Jesse Klaver over de Partij voor de Dieren was begonnen. Bij stikstofplannen, had hij gezegd, was het voor die partij „nooit goed genoeg”. Hij belde Esther Ouwehand om uit te leggen hoe hij het had bedoeld.

Van Sigrid Kaag hoorde ze niets. „Mijn medewerker zei dat dat misschien wel raar is. Ik maak er geen punt van.”

Petra de Koning (p.dekoning@nrc.nl; @pdekoning) schrijft elke donderdag op deze plek een column.