Waarom GeenStijl de bloedige beelden niet wil verwijderen

(Sociale) Media Kranten zijn terughoudender met het tonen van bloedige beelden dan na de moord op Pim Fortuyn in 2002. Website GeenStijl daarentegen heeft dringende verzoeken genegeerd: „We halen niks weg.”

Op de plek waar Peter R. De Vries is neergeschoten in de Lange Leidsedwarsstraat in Amsterdam worden bloemen neergelegd.
Op de plek waar Peter R. De Vries is neergeschoten in de Lange Leidsedwarsstraat in Amsterdam worden bloemen neergelegd. Foto Olivier Middendorp

Al snel na de aanslag op Peter R. de Vries, dinsdagavond, zagen medewerkers van Google dat op sociale media zeer expliciete beelden van het slachtoffer werden gedeeld. „Dan weten we dat het niet lang duurt voor mensen ze ook op YouTube proberen te plaatsen”, zegt Rachid Finge, woordvoerder in Nederland van Google, het bedrijf waartoe ook YouTube behoort.

De informatie over de beelden werd doorgegeven aan de teams „die het platform schoon houden”, legt Finge uit, de zogeheten trust and safety teams. „Die gaan de beelden vervolgens bestuderen, om te kijken of ze in strijd zijn met de richtlijnen van het platform.” Kort na middernacht meldde Finge op Twitter dat YouTube „honderden video’s” van de aanslag had verwijderd. Ook Twitter zegt beelden verwijderd te hebben, zonder daarbij overigens aantallen te noemen.

Sommige gebruikers van sociale media schrikken er niet voor terug bloederige of anderszins gruwelijke beelden te plaatsen, zoals ook dinsdag bleek. Sociale-mediabedrijven hebben grote aantallen medewerkers (bij Google wereldwijd ruim 10.000) die moeten beoordelen wat wel en niet door de beugel kan. Daarbij worden op grote schaal ook algoritmes ingezet; die functioneren als een automatisch filter.

Finge: „In veel gevallen kun je ‘content’ niet automatisch verwijderen. Het is altijd een dilemma, waarbij je probeert de vrijheid van meningsuiting in stand te houden. Binnen een bepaalde context, voor onderwijs, wetenschap of journalistieke doeleinden, maken we uitzonderingen.”

Kranten en tv-zenders waren terughoudend met het tonen van beelden van de misdaadjournalist. De Telegraaf, die bij de moord op Pim Fortuyn in 2002 net als veel andere kranten een foto van de neergeschoten politicus groot op de voorpagina plaatste, besloot nu niet van zulke beelden van Peter R. de Vries te plaatsen, ook niet online, zegt hoofdredacteur Paul Jansen. Hij vindt het lastig „met zekerheid” te zeggen dat het beleid van de krant veranderd is. „Wel bespeur ik een veranderend sentiment onder lezers, die hier minder van gediend zijn.” Zijn columnist Roderick Veelo schrijft niettemin een column met de kop: „Bij afschuwelijk nieuws horen de afschuwelijke beelden.”

NRC is „in de praktijk terughoudender geworden”, zegt plaatsvervangend hoofdredacteur Elske Schouten. In 2002 had ook NRC een foto van de vermoorde Fortuyn op de voorpagina, weliswaar van grotere afstand dan andere kranten, het was toch aanleiding tot kritiek en bezinning. „We zijn niet weekhartiger geworden, maar de omstandigheden zijn veranderd. De beelden staan nu heel snel online. Wij zijn gaan nadenken: willen wij dat familie of nabestaanden via ons horen wat hun naaste is overkomen? We wegen het journalistieke belang af tegen het belang van de persoon zelf en zijn naasten. In de praktijk komt dat erop neer dat we minder heftige beelden tonen.”

Lees ook:De reportage in de ‘Lange Leidse’

GeenStijl verspreidde dinsdagavond wel expliciete beelden, van de journalist, bebloed en liggend op straat. De politie riep de site op de „schokkende beelden offline te halen”. Woensdag herhaalde de politie haar „dringende verzoek - met het oog op en uit respect naar het slachtoffer, zijn familie, vrienden en andere geliefden”. Eerder verzocht ook RTL, de omroep waarmee De Vries een contract heeft, GeenStijl dringend „de expliciete filmpje offline te halen en te houden”.

GeenStijl publiceerde de klemmende verzoeken, zonder eraan tegemoet te komen. „We halen niks weg. Als je niet tegen die beelden kunt, log je maar uit op Twitter en kom je lekker niet naar Geen Stijl, dan ga je maar naar de NOS of RTL Klein of naar Mediahuis, die filteren de informatie precies tot op een niveau waarop ze denken dat hun publiek het aan kan. Omdat ze het zelf niet aankunnen wat er wérkelijk gebeurt.”