Verliest de minister de grip op ondermijnende criminaliteit?

Misdaadbestrijding Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) voerde een drugsoorlog, met beperkte middelen en wisselend resultaat.

Demissionair Minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid (CDA)
Demissionair Minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid (CDA) Bart Maat

Toen Ferd Grapperhaus dinsdagavond een eerste reactie gaf op de aanslag op Peter R. de Vries, zocht hij naar woorden. De demissionair minister van Justitie (CDA) sprak over een „zwarte dag”, waarop de vrijheid van journalisten was „aangetast”, maar een stevige verklaring bleef uit. Hij oogde aangeslagen.

Misschien dacht hij aan zijn pogingen het escalerende geweld van de Nederlandse cocaïnemaffia aan banden te leggen. Sinds de moord op advocaat Derk Wiersum in 2019 heeft Justitie veel geïnvesteerd in de war on drugs – vooralsnog tevergeefs.

De aanslag op Wiersum, de raadsman van kroongetuige Nabil B. in het Marengo-proces, op 18 september 2019, vormde een waterscheiding in de strafrechtspraak: nog nooit was een togadrager slachtoffer geworden van het nietsontziende geweld van de cocaïnehandel in Nederland.

Ook toen leek Ferd Grapperhaus van zijn à propos. „Dit is een aanslag op onze rechtsstaat”, stamelde de minister.

Op de achtergrond was hij al druk bezig met een enorme operatie om alle procesdeelnemers in het ‘Marengo-proces’ tegen hoofdverdachte Ridouan Taghi te laten beveiligen. Een maand na Wiersums liquidatie ging de minister van Justitie in de tegenaanval, met een ‘breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit’ (‘Botoc’).

Het Regeerakkoord van het kabinet-Rutte III had al eerder een ‘investeringsfonds’ van 100 miljoen in het leven geroepen om het oprukken van de drugscriminaliteit een halt toe te roepen. Nu zou er elk jaar structureel extra geld worden uitgetrokken voor nieuw beleid onder de slogan ‘Oprollen, afpakken en voorkomen’.

Botoc-offensief

Als het aan Grapperhaus had gelegen, zou het kabinet jaarlijks 250 miljoen extra hebben besteed aan het Botoc-offensief, maar ‘corona’ gooide roet in het eten. Van de 150 miljoen die overbleef voor zijn ondermijningsbeleid lekte er bovendien 55 miljoen weg naar de verscherpte bewaking van rechters, officieren van justitie, advocaten en journalisten. Dat ging vooral ten koste van de derde poot van de drugsoorlog: preventie, en investeringen in kansarme wijken, waar laagopgeleide tieners een carrière als head (huurmoordenaar) zien als een optie.

De ambities van het ministerie van Justitie en Veiligheid waren er niet minder om. Een Multidisciplinair Interventie Team (MIT), waarbij de politie zou gaan samenwerken met diensten als FIOD, douane en belastingdienst, zou nieuwe fronten moeten openen tegen de drugsmaffia, door informatie en expertise uit verschillende vakgebieden bij elkaar te brengen. Op termijn zou deze nieuwe ‘joint’ opsporingsdienst moeten uitgroeien naar zo’n vierhonderd mannen en vrouwen.

De ambitieuze plannen voor een Nederlandse Drugs Enforcement Agency (DEA) naar Amerikaans model, stuitten op weerstand binnen het Nederlandse politie-apparaat, waar gebrek aan personeel is. Bij de Nationale Politie (het vorige project dat moest leiden tot een effectievere aanpak van zware criminaliteit) werd geklaagd dat het MIT ervaren rechercheurs wegkocht. In een NRC-artikel noemde een bron binnen het Landelijk Parket het MIT een „luchtkasteel”. „Het MIT heeft vele miljoenen gekost en vijftien maanden na de oprichting is er nog geen boef in beeld.”

Drugsmainport Nederland

Die kritiek snijdt waarschijnlijk hout. Tegelijkertijd heeft de politieke aandacht voor ‘ondermijning’ nieuwe inzichten opgeleverd over de maatschappelijke spin-off van de ‘drugsmainport Nederland’. Nog geen tien jaar geleden gingen analyses over de economische gevolgen van drugscriminaliteit over investeringen in de Amsterdamse rosse buurt. Anno 2021 publiceren Regionale Informatie- en Expertisecentrums (RIEC’s) ‘ondermijningsbeelden’ van een groot deel van Nederland: van cokehandel via de Aalsmeerse bloemenveiling tot intimidatie van landbouwers in Oost-Nederland.

Kan de overheid er iets tegenover stellen? In het coronajaar 2020, blijkt uit een inventarisatie van moordatlas.nl, was er geen daling van het aantal moord- en doodslagzaken: dat lag rond de 115 (in een enkele zaak is de doodsoorzaak niet opgehelderd). Het aantal liquidaties in het criminele circuit was met acht doden opvallend laag. Niet zo vreemd, zo stellen insiders: door het kraken van versleuteld berichtenverkeer van criminelen heeft de Nederlandse justitie veel cokebendes opgerold.

Het zijn tactische successen in een war on drugs die op lange termijn niet lijkt te winnen. Dat wordt pijnlijk zichtbaar als de bekendste journalist van Nederland wordt neergeschoten in Amsterdam. Minister Grapperhaus wond zich er woensdag nog eens over op. „Dit is een gevecht van tien jaar.”

Reconstructie aanslag pagina 4-5Achtergrond persoonsbeveiliging pagina 6Commentaar pagina 17