Rapport over jeugdzorg niet gedeeld met ministers

Jeugdzorg In het rapport wordt geconcludeerd dat er „meer dan incidenteel” fouten worden gemaakt bij het opstellen van jeugdzorgdossiers en dat die fouten niet worden hersteld.

Minister Sander Dekker (links) en zijn collega Ferd Grapperhaus hebben een kritisch rapport over foutieve informatie in jeugdzorgdossiers niet onder ogen gehad.
Minister Sander Dekker (links) en zijn collega Ferd Grapperhaus hebben een kritisch rapport over foutieve informatie in jeugdzorgdossiers niet onder ogen gehad. Foto Bart Maat/ANP

Een rapport over foutieve informatie in jeugdzorgdossiers, dat werd opgesteld in opdracht van de top van het ministerie van Justitie en Veiligheid, is niet gedeeld met de verantwoordelijke ministers Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) en Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD). Dat blijkt uit een brief waarin Dekker antwoord geeft op Kamervragen naar aanleiding van een publicatie in NRC over het stilhouden van het rapport.

In het rapport Incident of patroon? concludeert oud-topambtenaar van het ministerie Reinout Woittiez dat er „meer dan incidenteel” fouten worden gemaakt bij het opstellen van jeugdzorgdossiers en dat die fouten niet worden hersteld. Op basis van foutieve of onvolledige informatie wordt volgens het rapport jaarlijks ingegrepen bij tientallen of zelfs honderden gezinnen.

Lees het verhaal over De gescheiden vader, de top van Justitie en het verdwenen rapport

Aanleiding voor het onderzoek van Woittiez was een bericht van een vader aan minister Grapperhaus, begin 2018. De man vroeg aandacht voor fouten in het jeugdzorgdossier van zijn dochter. Grapperhaus stuurde het bericht door aan de top van het departement, maar werd niet op de hoogte gebracht van de uitkomsten van het onderzoek dat naar aanleiding daarvan werd ingesteld. De vader kreeg het rapport pas begin 2020 in handen, na een beroep op de Wet openbaar van bestuur (Wob).

‘Reeds bekend’

Dekker schrijft dat hij niet op de hoogte is gebracht van het rapport omdat de problematiek „reeds bekend was en werd opgepakt”. De minister betreurt „hoe het proces rond de klacht, de verkenning en de interne communicatie hierover is gelopen. Dit had anders moeten worden aangepakt”. Door de casus van de vader als uitgangspunt te nemen, zijn bij hem „mogelijk verkeerde verwachtingen gewekt”. Dit had voorkomen kunnen worden, aldus Dekker. Volgens de minister is er naar aanleiding van de Toeslagenaffaire een traject gestart om klachten van instanties en burgers beter op te volgen.