Opinie

Orbáns coalitie heeft het gemunt op het EU-recht

Luuk van Middelaar

Radicaal-rechtse krachten in Europa hergroeperen zich. Vrijdag kwamen zestien nationalistische partijen met een manifest over de toekomst van de Europese Unie. Onder hen bekende namen: de Rassemblement National van Marine Le Pen, het Poolse PiS van Kaczsynski en Morawiecki, de Italiaanse Liga van Matteo Salvini en de postfascistische Broeders van Italië van zijn landgenote Giorgia Meloni, alsook het Spaanse Vox. Vanuit België doet het Vlaams Belang mee en vanuit Nederland Forum-afsplitsing JA21.

De nieuwe sterke man in dit gezelschap is de Hongaarse premier Viktor Orbán. Zijn vertrek uit de centrum-rechtse Europese Volkspartij (EVP), dit voorjaar, betekent een keerpunt in de Europese partijpolitieke verhoudingen. Jarenlang hield de partij van Kohl, Merkel, Barroso, Juncker en Von der Leyen hem de hand boven het hoofd. Je kon Orbáns Fidesz beter binnen dan buiten de tent hebben, was het idee. Machtswil overtroefde democratische grondprincipes.

Tijdens de migrantencrisis van 2015-2016 hoopte de Hongaarse leider dat hij de EVP kon overnemen, van centrum-rechts omturnen in nationalistisch rechts. Ook in West-Europa kon en kan Orbán als waardenconservatief en anti-Arabisch kruisvaarder op sympathie rekenen. Nadien overschreed hij echter zoveel rode lijnen – met aanvallen op persvrijheid, rechters, migranten, een universiteit, collega-politici – dat schipperen voor de EVP onfatsoenlijk werd. Net voor zijn formele uitsluiting trok Orbán zelf zijn conclusies. Nu zoekt hij een bundeling van de Europese nationalistische krachten. Dat is tenminste duidelijk.

Een autocraat die nog wel tot de centrum-rechtse familie hoort is de Sloveense premier Janesz Jansa, de Orbán-adept die in eigen land „mini-Trump” wordt genoemd. Zijn land is sinds 1 juli EU-voorzitter, wat de ondermijning van democratie en rechtsstaat in een ander daglicht zet. Ook Jansa speelt met de gedachte de EVP te verlaten: „We hebben andere opties”, zei hij in reactie op het manifest van Orbán en Le Pen.

De officiële opening van Slovenië’s voorzitterschap leidde vorige week prompt tot gedoe: tijdens een beraad met de 27 Eurocommissarissen toonde premier Jansa een foto van een hoge Sloveense rechter in gezelschap van een socialistische Europarlementariër, als bewijs van politiek vooroordeel. Frans Timmermans, de hoogste sociaal-democraat onder de 27, weigerde daarop met Jansa op de foto te gaan, hetgeen de Slovenen hem met enkele beledigingen betaald zetten.

Het is geen toeval dat juist de onafhankelijkheid van rechters tot deze schermutseling in Ljubljana leidde. Nationalistische machthebbers in Midden- en Oost-Europa schakelen juridische tegenmacht in eigen land stap voor stap uit. De regeringsgezinde gerechtshoven gaan steeds vaker het conflict aan met het EU-hof in Luxemburg.

Ook het manifest van de nationalistische partijen maakt er een flink punt van: „Alle pogingen om Europese instellingen te veranderen in lichamen die voorrang hebben over nationale constitutionele instellingen, scheppen chaos.” Dat is onzin. Al sinds de jaren zestig is sprake van ‘voorrang’ van EU-recht op nationaal recht. Dit gebeurde op praktische grond: als nationale rechters de (economische) EU-regels allemaal anders zouden interpreteren, kon je geen interne markt bouwen, wat de lidstaten wel wilden. Het betreft een praktische voorrangsregel om chaos in het juridische verkeer te vermijden, geen uitdrukking van politiek primaat.

Vooral het Duitse hooggerechtshof heeft altijd weerstand geboden tegen een ruime uitleg van deze doctrine. Voorrang op gewone EU-regelgeving is akkoord, aldus de rechters in Karlsruhe, maar niet op de Duitse grondwet, democratie en grondrechten. Aangezien de Unie geen staat is, kan het EU-hof zich inderdaad niet opwerpen als hoogste constitutionele hof of volle pendant van het Amerikaanse Hooggerechtshof. Dit vraagt om dialoog. In mei 2020 ging het Duitse Hof echter een stap verder in het aanvechten van een EU-Hofuitspraak, over crisisbeleid van de ECB.

Geen onschuldige timing. De hoogste hoven in Polen, Roemenië en Hongarije smulden ervan: gesterkt door de grote broer uit Karlsruhe leggen ook zij steeds vaker EU-uitspraken naast zich neer – over de rechtsstaat. Eurocommissaris Didier Reynders (Justitie) zei recent zelfs te vrezen voor het voortbestaan van de EU als de voorrangsregel niet overeind blijft. Het geeft aan hoe de hoogste hoven de politieke strijd in worden getrokken.

Het vertrek van Orbán uit de EVP biedt niet alleen partijpolitieke klaarheid, maar kan ook de Commissie aanzetten tot scherper juridisch optreden, nu Ursula von der Leyen in Brussel – en haar voormalige bazin Merkel in Berlijn – hem niet meer als partijgenoot hoeven te beschermen.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar EU-recht (Leiden).