Marinus Boezem op pad met de Shows 1964-1969

Foto Bert Verver

Interview

Marinus Boezem: ‘Je moet kijken naar de achterkant van de dingen’

Interview | Marinus Boezem, beeldend kunstenaar De ‘Shows’ die Marinus Boezem in de jaren zestig bedacht, en waarmee hij als handelsreiziger langs musea trok, worden nu allemaal uitgevoerd. „Ik heb altijd gestreefd naar lichtvoetigheid en gewichtloosheid.”

Zijn ze oud? Zijn ze nieuw? Het is niet te zeggen. Alle Shows heet de nieuwe tentoonstelling van Marinus Boezem (Leerdam, 1934) in het Kröller-Müller Museum. Het gaat om werken die Boezem tussen 1964 en 1967 bedacht. Uitgevoerd werden ze niet meteen. Hij schetste de Shows op papier, stopte ze in een attachékoffertje en ging er als een handelsreiziger mee langs musea. Pas als iemand er een bestelde, liet hij ze maken. Sommige worden nu pas voor het eerst uitgevoerd, bijna zestig jaar later.

In de voorstellingen van Boezem zijn mensen zo goed als afwezig. Andere dingen eisen de hoofdrol op; dat wat er is en nog zal zijn als die mensen verdwijnen. Lucht, zand, wind, warmte, koude, geur. Karig, prozaïsch, zakelijk wordt rijk, poëtisch, sensationeel, spectaculair maar blijft ook karig, prozaïsch, zakelijk. Wapperende gordijnen zijn nog het meest zichtbare nummer in zijn circus voor alle zintuigen. In museum Kranenburg kon ik een werk op de tentoonstelling Lucht niet eens vinden, ook al had ik het wel gevoeld – Immateriële plastiek (Show V) bestaat slechts uit een warme en een koude luchtstroom.

Over deze Shows praten is niet makkelijk; het zijn dingen waar meestal over gezwegen wordt, dingen die er gewoon zijn, dingen waar het woord dingen misschien al te groot voor is, of juist te klein. Bijzaken hoofdzaken alle zaken. Alles of niets.

Zijn ze thuis? Ze zullen toch nog wel thuis zijn? Ik ben een beetje laat.

Marinus Boezem en zijn vrouw Maria-Rosa ontvangen in hun huis in het centrum van Middelburg. Ooit was het een weeshuis; nu is de begane grond een soort Boezem-museum, waar de bezoeker uitgebreid wordt rondgeleid voor hij of zij op de eerste verdieping in het atelier komt.

Zou er wat te eten zijn?

Maria-Rosa serveert roomsoesjes, die ze hier ook ooit aan koningin Beatrix serveerde. Het gebak was niet om de smaak gekozen. Een soesje gaf de minste kans op geknoei, dacht Marinus.

Lees ook: Een kathedraal van bronzen stronken verborgen in het bos

Het sikje dat de kunstenaar in 1964 had heeft hij nog steeds. Toen was het zwart, nu is het wit.

Hoe lang zou die sik zijn als hij hem nooit had afgeknipt?

Een baardhaar groeit gemiddeld 14 centimeter per jaar; als hij zijn sik niet bijknipte zou Marinus Boezem nu een baard hebben langer dan acht meter. Zo lang zijn de Shows geleden.

Wat zal ik als eerste vragen? Hoe is het om 87 te zijn? Waarom verft u uw sik niet? Heeft kunst überhaupt zin? Hoe kwam u op het idee van de Shows?

„Ik vond het een beetje eerloos dat je als kunstenaar dingen ging zitten maken die overbodig waren; dat werk stapelde zich dan maar op en met een beetje geluk kwam er ooit wel eens iemand kijken en dan mocht je het allemaal laten zien. Ik wilde geen dingen meer maken waar geen vraag naar was. Het idee van de romantische kunstenaar met stapels werk op zolder waar niemand op zit te wachten sprak mij niet aan. Toen heb ik dit bedacht en doorgevoerd tot in het ridicule. Ik ging naar de kleermaker van mijn vader, kleermaker Van Dijk in Leerdam, en liet me daar een driedelig pak aanmeten. Ik dacht: dan denken ze niet, hee, hier komt de kunstenaar. Het moest er zakelijk uitzien. Ik had een attachékoffer bij me en daarin zaten tekeningen van kunstwerken en die konden musea dan bestellen. Pas dan ging ik het uitvoeren. Met een zekere ironie tekende ik die voorstellen; ik vond dat architecten dat op een coole manier deden, alleen de noodzakelijke lijnen. Het waren in mijn ogen toen een soort gebruiksaanwijzingen. Om het er zakelijk uit te laten zien, nam ik van architectuurtekeningen ook het gebruik over om onderaan een kadertje te maken waar dan de overige informatie in blokletters in gezet is. Zo gaf ik aan: dit is een rationele zaak, dit is geen hocus pocus.”

Heb ik mijn telefoon wel uitgezet? Maar wat als mijn vader belt? Hij is zo ziek. Naar welke musea bent u in dat driedelige pak toegegaan?

„Ik ging als eerste naar Jean Leering, toen directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven. Hij begreep er niets van. Veel mensen vonden die tekeningetjes maar niets. Het werd niet gezien als kunst. Pas later veranderde dat, ook bij Leering.

„Edy de Wilde van het Stedelijk ben ik ook een keer geweest, samen met Ger van Elk. Edy had gevoel voor humor. Dat is wel een facet dat nu weggelaten wordt, maar in die tijd was ook veel gebaseerd op humor. Je moet alles een beetje kunnen relativeren, ook jezelf.”

-Marinus Boezem in een uitvoering van Show VIII, Zeilenplan, 2021 Foto GJ. van Rooij

Hadden de directeuren het idee dat u ze in de maling nam?

„Een beetje wel. Ze waren voorzichtig. Maar ik moet zeggen dat Edy een paar jaar later wel die tentoonstelling Op losse schroeven heeft toegelaten. Ik ging trouwens niet alleen langs bij directeuren, ik stencilde de voorstellen en stuurde ze ook op per post.”

Aan wie?

Maria-Rosa: „Aan alle bekende mensen in de kunstwereld, mensen die ertoe deden.”

Aan wie dan?

Marinus: „Aan Richard Long bijvoorbeeld, de wandelkunstenaar. Die stuurde mij kaarten, ook van als-ie aan het wandelen was met wandelschoenen om zijn nek, of dat-ie met een been omhoog op zijn fiets ging stappen. Dat vonden we kunst! Dat kunnen we ons nu moeilijk voorstellen dat je dat toen allemaal serieus overwoog en deed.

„Ik vond een tuinslang al een fantastisch ding. Een tuinslang! Mijn vader had geen tuinslang, die liep heen en weer met een gieter. En dan had zo’n tuinslang nog een gele streep in de lengte ook. Dus ik maakte een soort show in de binnenstad van Gorinchem met zo’n tuinslang helemaal om me heen gedraaid en zo joyeus ingepakt op de grond liet ik me fotograferen. Dat vond ik dan kunst. Boezem met een tuinslang.”

Hoeveel van de Shows zijn in de jaren zestig al uitgevoerd?

„Ik stuurde die dingen als stencils rond en mensen konden het dan zelf uitvoeren maar dat gebeurde niet, dat wist ik wel. Ik heb zelf wel dingen gedaan bij de galerie van Riekje Swart in Amsterdam. En in Italië heb ik een soft room gemaakt. In 1970 gaf Jean Leering mij samen met Panamarenko een tentoonstelling in het Van Abbemuseum. Daar heb ik Maatervaring gemaakt, dat bestaat uit een rail waarop een liftstoel is gemonteerd. Parallel aan de rail ligt een meetlat. De persoon in de mechanisch voortbewogen stoel gaat op en neer en wordt zich bewust van het verschijnsel ‘maat’.”

Lees ook dit interview met Marinus Boezem uit 1996: De geest wil vliegen

One Day I’ll Fly Away. Dit werk was niet een van de vijftien Shows.

„Nee dit was een Werktekening, een reeks met ongeveer hetzelfde principe, alleen waren de werktekeningen niet genummerd.”

Hoeveel van de Shows zijn nog nooit uitgevoerd?

„Ik denk een stuk of vier, vijf. Ik ben heel benieuwd naar de tentoonstelling in het Kröller-Müller. Deze hele tentoonstelling was een verzoek van het museum. Ik moest er wel even over na denken.”

Waarom?

„Het was voor mij volstrekt onverwacht dat zij dit al hadden gekaderd. De samenwerking is heel leuk omdat ze erin geloven en er daardoor ook zelf creatief mee bezig zijn. Het is een gezamenlijk project. Ik zie de mensen die een tentoonstelling van me maken altijd als medekunstenaar. Als ze iets willen wijzigen en ze hebben gelijk dan ben ik ook bereid om dat te doen.”

Marinus Boezem, Show IV, Zandfontein, 1964-1965

U bent oud. U bent oud.

„Knap oud. Neem toch eens zo’n bol, zo’n soesje. Ik mag ze niet van de dokter.”

In één hap naar binnen maar. Wat koel en rond smaakt dat; zou een kunstwerk ook zo kunnen zijn? Hoe vindt u het om een tentoonstelling te maken met werk dat u al meer dan zestig jaar geleden heeft bedacht?

„Ik ben niet zo van het terugkijken. Wat mij wel treft de laatste tien, vijftien jaar is dat er bij jonge mensen belangstelling is voor mijn werk en voor mijn manier van denken.”

Is het werk dat u in de jaren zestig maakte voor u nog steeds niet iets van toen? Is het nog hedendaags?

„Ik zie mijn werk als één stroom van standpunten en ontdekkingen. Ik zit niet vast aan een stijl; ik heb geen stijl en die wil ik niet hebben, die heb ik nooit gehad. Ik wil totale vrijheid. Alleen de zwaartekracht is soms een vijand, of andere fenomenen in de natuur.”

Zou hij van vliegen dromen?

„Vanuit dat gevoel van vrijheid kun je iedere dag weer iets creëren en of datgene wat ik vandaag maak feilloos past bij datgene wat ik vorig jaar maakte, daar heb ik me nog nooit druk over gemaakt.”

Maria-Rosa: „Jij hecht ook niet zo aan jaartallen.” Marinus: „De meeste weet ik niet eens meer. De Italiaanse kunstenaar Ernesto Tatafiore stopte al in de jaren zestig met het dateren van zijn werk. Ach, een mensenleven is ook maar zo kort. Hoe lang duurt het nou helemaal?”

Mensen willen graag zien dat een kunstenaar zich

„ontwikkelt. Het mooiste zou zijn wanneer de attitude van een werk het meeste telt. Het materiaal waarvan het gemaakt is en de gestalte die het krijgt is dan de meest ingedikte vorm voor wat je wilt vertellen, maar de attitude waarmee het gemaakt is en de waarheid die daaraan te verbinden is, dat is waar het in feite om draait.”

Lees ook: Zoeken naar schoonheid tussen hemel en aarde

Zou hij het misschien kunnen? Zonder dat iemand het weet. Dan hoeft hij niet van vliegen te dromen. Zou u uw attitude kunnen omschrijven?

„Kijken naar de achterkant van de dingen. Achter de materiële werkelijkheid zit een tweede werkelijkheid. Het is de kunst die aan het licht te brengen. Net als andere kunstenaars raakte ik in de jaren zestig geïnteresseerd in het boeddhisme, in zen. Ik heb toen een gedicht geschreven: adem in, adem uit. Zucht.”

Vallen is als vliegen, schreef Manon Uphoff. Ademen misschien ook?

„Een heel belangrijk fenomeen in mijn leven is ook muziek. Ik leef de hele dag met muziek, klassieke muziek, moderne muziek. Daar heb je ook de ontmaterialisering van de dingen. Je hebt de noten en een instrument met gruwelijk veel gaatjes en kleppen en toetsen en wat eruit komt is totaal fluïde en totaal duidelijk voor je oren.”

Weet u nog dat u voor het eerst dacht hé, ik kan lucht of wind als materiaal gebruiken?

„Ik heb altijd gestreefd naar lichtvoetigheid en gewichtloosheid, dat zit in mijn karakter. Ik zal je iets vertellen over het materiaal parachloorbenzol, een chemisch product dat gebruikt wordt voor tabletjes in toiletten. Dit product zet zich in de loop der tijd om in een andere hoedanigheid, het verdwijnt, het wordt lucht, maar laat wel de geur van een viooltje of een roosje achter. Ik ontwierp twee beelden van dit materiaal dat tijdens een tentoonstelling langzaam in een geur zou veranderen. Maar ik had geen geld om het te maken. Toen heb ik bij een fabriek in Haarlem allemaal van die toiletblokjes besteld en die aan touwen geregen. Dit gordijn heb ik tentoongesteld over de hele breedte van de nieuwe vleugel van het Stedelijk Museum, die nu is afgebroken. Om de expositie daar van de Liga Nieuwe Beelden binnen te gaan moest je door dit gordijn lopen. Na een week rook het hele museum naar toiletblokjes, ook waar de Van Goghs hingen. De suppoosten klaagden dat ze er hoofdpijn van kregen. Ik had er geen moment bij stilgestaan dat dat wel eens onaangename associaties zou kunnen oproepen. Ik zag alleen maar het wonderlijke dat een vaste stof zonder in te grijpen verdwijnt in de lucht. Dat vond ik zo mooi.”

Naar welke Show kijkt u het meeste uit?

„De opening doe ik ook met een oud werk van mij, de reuzenzwaai van een turner, dat is Show XIV. Die wordt gefilmd en ook in de tentoonstelling opgenomen. Een vliegende mens. Ik noemde het ‘de menselijke gestalte als objet d’art’. Als geluid wil ik er de wind bij die aanzwelt tot storm. Door de museale context krijgt de zwaai een meerwaarde.

„Het gaat mij ook om het half religieuze dat je hebt bij turnen, het lijkt wel een kerkdienst, in ieder geval een ritueel dat met grote concentratie moet worden uitgevoerd, vanaf het moment dat hij komt aanlopen en zijn handen inwrijft met magnesium. Dan hangt hij aan die handen en dan is er ineens een beweging en bam, draait hij rond. En laat los.”

Marinus Boezem: Alle Shows. T/m 13/11 in Museum Kröller-Müller, Otterlo. Inl: krollermuller.nl