Opinie

Leesplezier? Soms moet je gewoon een beetje hulp krijgen én een beetje mazzel hebben

Onderwijsblog Stop met mopperen over ontlezing, zegt . Leerlingen maken op hun eigen manier en in hun eigen tempo een literaire ontwikkeling door. Blijf ze daarin begeleiden.
Foto Linda Bouritius

Er is al veel geschreven over ontlezing en we zullen er ongetwijfeld nog veel meer over lezen. Het is opvallend dat we nooit lezen over rekenplezier, beweegplezier of laboratoriumplezier bij vakken als wiskunde, gym en scheikunde. Blijkbaar is plezier daar geen relevant criterium. Voor het (literair) leesonderwijs heeft iemand blijkbaar ooit verzonnen dat het in de eerste plaats ‘leuk’ moet zijn. De kloof tussen wat leerlingen leuk vinden en wat onderwijsbeleidsmakers, leraren, schrijvers of andere slimme volwassenen leuk noemen, wordt echter in rap tempo groter. Misschien is het tijd om de begrippen ‘leesplezier’ en ‘ontlezing’ van een andere kant te bekijken. Ik doe een poging.

Als docent Nederlands in het voortgezet onderwijs kom ik ze elke dag tegen: leerlingen die geen zin hebben om te lezen, leerlingen die moeite hebben met lezen, maar ook: leerlingen die graag lezen en leerlingen die het al best goed kunnen. Binnen deze vier categorieën die ik nu even vrij willekeurig en globaal benoem, zijn dan weer allerlei schakeringen te formuleren: leerlingen die geen zin hebben, maar die best zijn te triggeren, met het juiste onderwerp, het juiste verhaal, de juiste aanpak en dan graag wel op het juiste moment. Het blijven pubers. Binnen de kleine groep leerlingen die wél heel graag leest, zijn leerlingen die vooral graag Engels lezen, of het liefst non-fictie, fantasy of graag de bestsellers. Enzovoort.

Wat ik maar wil zeggen: ontlezing is een containerbegrip maar leesplezier ook. Een aspect van leesplezier dat ik weinig tegenkom in het debat over ontlezing is dat leesplezier niet gratis is, dat het geleerd en soms zelfs veroverd moet worden. Met ‘niet gratis’ bedoel ik dat het niet aan komt waaien vóórdat je aan een boek begint, maar dat het moet groeien naarmate je vordert in een boek.

Literair bos

De leraar moet soms door de knieën, maar dan wel om de aansluiting te maken en de weg te wijzen, uitdaging te bieden. Leren lezen is leren omgaan met (eigen) verwachtingen en teleurstellingen, leren doorzetten of op het juiste moment even stoppen met lezen. Het is geen lineaire ontwikkeling, maar een grillig pad vol obstakels en uitglijers. Begin- en eindstation zijn voor iedereen anders. Soms heb je een duwtje in de rug nodig, soms een schop onder je kont. Het helpt als er iemand is, een ouder, vriend of een leraar, die je de weg wijst in het literaire bos. Iemand die jou een beetje kent, tijd voor je neemt en je dan helpt een boek te kiezen.

Lees ook dit artikel: ‘Wbj’, ‘tldr’: laten we ons buigen over de woorden die jonge mensen gebruiken

Het helpt ook wanneer je leert nadenken over waarom je (niet) leest en over wanneer iemand erin slaagt je te enthousiasmeren met een goed verhaal over een boek, een schrijver, een leeservaring. Daarvoor moet je soms vaktaal leren gebruiken: perspectief, thema, verhaallijn. Wat ook kan werken, is uitdaging: een keer beginnen aan een boek dat je nooit zomaar zelf zou hebben gekozen, maar dat iemand je heeft aangeraden, een boek in een ander genre, een boek van een wat hoger niveau (met moeilijker taalgebruik, een onverwachte stijl) of een historische titel. Soms moet je gewoon geluk hebben: je ziet een mooie kaft en de tekst op de flap spreekt je aan. Het kan ook zijn dat het boek toch tegenvalt. Mag je het dan wegleggen en in een andere titel beginnen, of zet je dan juist door? Wat voor de ene leerling de juiste keuze is, is dat niet automatisch voor de andere.

Nieuwe leeservaringen

Mopperen over boekenlijsten helpt niet, mopperen over ‘laagwaardige’ jeugdliteratuur ook niet. Leerlingen die beweren dat er geen ‘leuke’ boeken op de lijst staan, hebben meestal niet écht aandachtig gekeken naar het hele aanbod. Volwassenen die klagen dat ‘ze’ niet meer lezen, hebben vaak niet echt de tijd genomen om goed naar ‘ze’ te kijken en met ‘ze’ in gesprek te gaan. Leerlingen die graag allerlei ‘veel te makkelijke’ boeken lezen staan verrassend genoeg vaak open voor nieuwe leeservaringen, mits je de aansluiting met hun niveau en interesses kunt maken.

Je kunt het nooit voor iedereen goed doen: er zijn altijd leerlingen die aan het eind van hun schoolcarrière met een diepe zucht het laatste (half) gelezen boek van de lijst dichtklappen en vervolgens jarenlang niets meer lezen. Maar ook zij zullen ooit, ik weet het zeker, weer gegrepen worden door een boek, op een moment waarop ze het ze niet verwachten: in een wachtkamer, in een vliegtuig, in een trein, op een moment in hun leven waarop ze iets meemaken en dat raakvlakken heeft met een boek dat toevallig voorbijkomt.

Lees ook dit artikel: ‘Diep lezen, jongen!’ – doe de scholieren dat niet aan

Als leraar moet ik dus niet de illusie hebben dat al mijn leerlingen dezelfde literaire ontwikkeling doormaken en bij dezelfde literaire schrijvers zullen uitkomen. Maar: de meeste leerlingen die hun lijst afsluiten, hebben in ieder geval een mondje literaire vaktaal leren gebruiken, hebben leren doorzetten en hebben hopelijk ontdekt dat een boek leren uitlezen een prachtige overwinning is, hebben discipline geoefend, hebben nagedacht over wat ze lazen en waarom, hebben inzichten gekregen in andere werelden, culturen en tijden, hebben zich verwonderd over taalgebruik, stijl en onverwachte wendingen, hebben in een vreemde taal gelezen, hebben iets gezien van verre horizonten, hebben even rondgekeken in een andere tijd, hebben eens door de ogen van een compleet ander iemand gekeken, hebben zich verlekkerd in een vet plot, hebben gesmuld van beschrijvingen van de liefde en al haar uitingen, hebben meegehuild met de hoofdpersoon met wie ze zich verbonden voelden, waren ontzet over de gruwelijkheden van een oorlog, moesten lachen om ironisch beschreven vooroordelen, hebben zich verbaasd, onthutst, ontregeld of bevestigd gevoeld.

Universum van de literatuur

Misschien is dat leesplezier: steeds verder leren doordringen in de diepten van de taal en de literatuur. Dat krijg je niet cadeau, daar moet je soms hard voor werken, daar moet je een beetje hulp bij krijgen en soms moet je gewoon een beetje mazzel hebben. De Nederlandse dichter Willem Kloos zou het vandaag de dag misschien zo opschrijven: literatuur is niet de zachtogige kinderjuf die je een tuiltje bloemen aanreikt op je levenspad, maar een femme fatale die je met haar vurige ogen en verzengende adem met stomheid slaat, totdat je jezelf hervindt, je haar hand durft te pakken en je laat meesleuren naar de planeten en de sterren in het universum van de literatuur.