Met ‘The Sopranos’ kreeg de ‘title sequence’ eindelijk prestige. Maar Netflix maakte een ‘skip intro’-knop

Anatomie van de tv-serie Welke onderdelen maken een serie goed? Deze zomer ontleden we wekelijks de televisieserie. Van de eerste seconde tot de allerlaatste scène. Deze week: De begintune.
In de opening credits van Twin Peaks kondigen sombere synthesizer-klanken het onheil in de duistere serie aan.
In de opening credits van Twin Peaks kondigen sombere synthesizer-klanken het onheil in de duistere serie aan.

De begintune, opening credits, title sequence, intro, theme song – het beestje heeft bijna net zoveel namen als vormen maar doet eigenlijk altijd hetzelfde: het zet de toon. Niets voorspelt het onheil dat komen gaat nauwkeuriger dan die eerste paar sombere synthesizer-klanken onder de Twin Peaks-opening credits. Weinig stoomt beter klaar voor zwaarden en draken dan de bombastische muziek van de Game of Thrones-intro.

In de vroege dagen van televisie was de begintune vooral goedkoop en functioneel. Het markeerde de start van een nieuw programma, introduceerde de hoofdrolspelers en vatte soms zelfs de hele opzet van de serie kort samen voor kijkers die toevallig een keertje inschakelden (denk: Gilligan’s Island, The Fresh Prince of Bel Air, The Nanny, en in Nederland bijvoorbeeld Ha, die Pa!).

Maar toen het zogenoemde gouden tijdperk voor televisieseries begin jaren nul aanbrak, kreeg ook het openingsfilmpje steeds meer prestige. Iets dat begon bij The Sopranos – in een tijd waarin de kijker gewend was dat de cast lachend in de camera keek tijdens de opening credits, was het bijna schokkend dat Tony Soprano bijna anderhalve minuut lang slechts gedeeltelijk te zien was. We zagen de grote sigaar in zijn mond, zijn ogen in de achteruitkijkspiegel, een hand op het stuur en hoorden ‘Woke Up This Morning’ van Alabama 3.

Ontluikende creativiteit

Pas toen Soprano de reis van de Lincoln Tunnel naar zijn huis in een buitenwijk van Noord Jersey had volbracht, kwam de man volledig in beeld. Het was tekenend voor de vrijheid die HBO, de kabelaar die zichzelf verkocht met de slogan ‘It’s Not TV, It’s HBO’, haar makers gaf.

Deze ontluikende creativiteit bereikte in 2014 een hoogtepunt met de intro van True Detective, waarin foto’s van het desolate Amerikaanse landschap werden geprojecteerd in beelden van de acteurs, als ware het meervoudig belichte foto’s. Een effect dat in de jaren die volgden overal in de popcultuur was terug te zien, zoals ook de time-lapse van Washington D.C. waarmee House of Cards opende een kleine trend ontketende.

Die eerste jaren waren het vooral HBO en AMC (Mad Men, Breaking Bad) die de kunst van het intro’s maken probeerden te perfectioneren. Een kleine tien jaar geleden kwam daar ook Netflix bij. Maar met de groei van die laatste streamer, werd ook het ‘bingen’ van televisieseries steeds gebruikelijker. En toen de streamingdienst doorkreeg dat veel gebruikers niet iedere keer opnieuw de credits wilden zien, introduceerde het in 2017 de ‘skip intro’-knop. Het zal geen toeval zijn dat de begintune sindsdien steeds korter werd.

De huidige trend is een titelkaart, waarbij de intro is teruggebracht tot enkel de naam van de serie die kort in beeld verschijnt. Overigens vaak nog steeds met het gewenste effect. Denk maar aan de zo herkenbare rode letters en muziek van Stranger Things of de speelsheid waarmee Watchmen de titel iedere keer het thema van de aflevering meegaf.

Want zelfs in z’n minimaalste vorm doet de intro steeds wat het moet doen, het zet de toon.

Volgende week in deze rubriek: de beste openingsscènes.