Hoe huizen en aandelen een wig drijven in de samenleving

Sociale ongelijkheid Vermogen bezitten maakt rijker. Een eigen woning. Aandelen. Een onderneming. Wie die niet heeft, staat op achterstand. De ongelijkheid in vijf vragen.

Illustratie Midas van Son

De rijken worden rijker, maar de armen…? Waar je ook kijkt, het beeld is steeds hetzelfde. Wie vermogen heeft – in de vorm van aandelen van beursgenoteerde bedrijven, als eigenaar van een onderneming, als woningbezitter – boert goed of zelfs steeds beter.

De Nederlandse beursgraadmeter, de AEX, overtrof dit jaar het oude record uit 2000. Het bedrijfsleven is, met uitzondering van recente coronaslachtoffers (horeca, toerisme, detailhandel), al decennia plezierig winstgevend. Aandeelhouders die hun bedrijf verkopen, zijn spekkopers. En de stijging van de prijzen van huizen, de basis van het vermogen van de middenklasse, lijkt de laatste maanden nog eens extra te versnellen.

Het meest sprekend is misschien wel het verschil tussen de stijging van de cao-lonen en van huizen. De opbrengst op arbeid versus die op vermogen. Meer dan 6 miljoen werknemers vallen onder een cao. Ongeveer 4,5 miljoen huishoudens bezitten een koopwoning. In de laatste twaalf maanden stegen de cao-lonen met 2,2 procent. De huizenprijzen knalden bijna 13 procent omhoog.

Deze trends zorgen ervoor dat de vermogensverdeling een wig drijft in economie en samenleving. Wie vermogen bezit, krijgt meer. Dat is het effect van geld met geld verdienen, waarvoor de Franse econoom Thomas Piketty in 2013 al aandacht vroeg. De ultralagerentepolitiek van de Europese Centrale Bank versterkt die trend. „De lage rente heeft als nevenwerking: meer vermogensongelijkheid”, erkende president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank en bestuurslid van de ECB zaterdag in NRC.Geld lenen om een huis te kopen kost bijna niks, terwijl de lage rente vermogensbeheerders stimuleert in een jacht op rendement, met name op de aandelenmarkt.

Wie geen huis, bedrijf of aandelen bezit, blijft achter. De jongste monitor brede welvaart van het Centraal Bureau voor de Statistiek: „Het aantal daklozen en de langdurige armoede stijgen.” En: „Ruim 3 procent van de huishoudens leefde in 2019 al ten minste vier jaar achtereen onder de lage-inkomensgrens, dat zijn bijna 400.000 huishoudens.”

1 Om hoeveel vermogen gaat het?

In 2019 was het doorsneevermogen (bezittingen min schulden) van huishoudens 49.800 euro. Doorsnee wil zeggen: de middelste waarneming. Dus ongeveer 4 miljoen huishoudens hadden meer vermogen en een gelijk aantal had minder. Het doorsneevermogen groeide de laatste jaren met 9.000 à 10.000 euro per jaar; wat het profijt van stijgende huizenprijzen door de middenklasse toont. Er zijn ook uitschieters naar boven. Zoals succesvolle ondernemers, met name in de technologiewereld. Daarvoor hoef je niet naar de VS en Amazon-oprichter Jeff Bezos te kijken, de rijkste man op aarde. Bijvoorbeeld Adriaan Mol. Mede-eigenaar van twee miljardenbedrijven: communicatiebedrijf MessageBird en betaalbedrijf Mollie. De oprichters van het Nederlandse betaalbedrijf Adyen zagen de waarde van hun aandelen na de beursgang medio 2018 spectaculair stijgen. Voor mede-oprichter Arnout Schuijff is dat opgelopen tot 2,8 miljard euro.

2 Zit het zo scheef dat sprake is van ‘Amerikaanse toestanden’?

Uit cijfers van de OESO, de organisatie waarbij de 38 meest welvarende landen zijn aangesloten, blijkt dat Nederland na de Verenigde Staten de meest ongelijke vermogensverdeling kent.

Nederland kun je qua vermogen – het saldo van bezittingen (huis, spaargeld, effecten, aandelen in privébedrijven, ondernemingsvermogen) en schulden (woninghypotheken) – in vier groepen verdelen. De eerste telt meer dan een miljoen huishoudens met meer schulden dan bezittingen. Dat kunnen studenten zijn met een studielening, eenoudergezinnen in de schuldsanering, maar ook mensen met een uitstekend inkomen, in een duur huis met hoge schulden. De tweede, nog wat grotere groep, zijn huishoudens met een bescheiden vermogen. Een paar duizend euro op een spaarrekening bijvoorbeeld. De derde groep is het grootst: meer dan drie miljoen huizenbezitters met een groeiend vermogen. De vierde groep is de rijkste 10 procent: directeuren/grootaandeelhouders van bedrijven, ondernemers die hun bedrijf verkocht hebben en rijke families.

Een scheve vermogensverdeling is een natuurlijk gegeven in een vergrijzende samenleving als Nederland. Ouderen hebben langer een inkomen gehad dan jongeren, hebben langer kunnen sparen en bezitten al langer een huis.

Maar de cijfers onderstrepen dat de aanwas en langdurige opeenhoping van vermogen omvangrijker wordt. En dat die trend ook maatschappelijk relevanter wordt. Wie vermogen heeft, kan zijn kind een ‘jubelton’ schenken voor een eigen huis. Wie vermogen heeft, kan dat gebruiken voor scholing van zijn kinderen, van huiswerkles tot een dure (buitenlandse) opleiding. Wie vermogen heeft, kan extra geld geven aan politieke partijen, zoals bij de laatste verkiezingen gebeurde bij D66, CDA en Partij voor de Dieren. Geld en politieke beïnvloeding zijn in de VS al decennia broer en zus. In 2014 waarschuwde hoogleraar geschiedenis Bas van Bavel (Universiteit Utrecht) al voor een vergelijkbare tendens in Nederland.

De scheve vermogensverdeling – zeg maar: die ‘Amerikaanse toestanden’ – is extra opmerkelijk omdat de inkomensongelijkheid in Nederland onder het gemiddelde is. Net wat ongelijker dan in de Scandinavische landen, waarmee Nederland in sociaal-cultureel opzicht veel gemeen heeft, maar aanzienlijk gelijkmatiger dan bijvoorbeeld de VS.

3 Waarom scoort Nederland zo hoog op ongelijkheid?

„Amerikaanse toestanden? Gechargeerd gezegd: ik geloof er niks van.” Hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS is heel stellig. De Nederlandse vermogensverdeling is naar zijn oordeel in internationaal opzicht nogal ongelijk omdat andere landen hun ongelijkheid ónderschatten. In Nederland komen de cijfers uit belastingaangiftes, in het buitenland baseert men zich veelal op enquêtes. Mensen maken hun financiële positie kleiner, denkt Van Mulligen, al was het maar uit angst dat de fiscus meeleest.

De OESO-cijfers houden ook geen rekening met pensioenen. Het gros van de Nederlandse werknemers spaart verplicht voor zijn oude dag. In andere landen wordt dat meer aan de mensen zelf overgelaten. Dat vergroot er hun privévermogen tijdens het werkzame leven en reduceert ongelijkheid.

Je ziet dat effect terug in nieuwe cijfers van het CBS, waarin de collectieve pensioenen (in 2018: 1.200 miljard euro) wél worden gekoppeld aan individuele huishoudens. Als je dat vermogen toerekent aan huishoudens, zakt de ongelijkheid naar een internationaal gemiddeld niveau.

4 Is het contrast daarmee uit de wereld?

Nee. Pensioenen zijn een adequate inkomensverzekering. Maar je kunt pensioen niet nalaten aan je kinderen, zoals spaargeld of een bedrijf. Je kunt er ook niet vrij over beschikken zoals over een huis, dat je kunt verkopen. Anders gezegd: de scheve vermogensverdeling blijft zo scheef als ze is. Sterker: de verdeling blijkt juist schéver. In economenvakblad ESB maakten vier economen onder wie Van Bavel en oud-CPB-directeur Coen Teulings op basis van nieuwe informatie onlangs aannemelijk dat de rijkste 1 procent van alle Nederlandse huishoudens nog rijker is dan eerder uit de statistieken bleek. Zij becijferen dat deze groep 31 procent van het totale vermogen bezit, dat is 6 procentpunt meer dan in de oude becijfering.

De aanleiding voor de bijstelling was de onthulling in een rapport van het ministerie van Financiën. Het vermogen van zo’n 400.000 ondernemers bleek ruim anderhalf maal zo hoog als eerst gedacht. Deze directeuren-grootaandeelhouders hadden in hun bv’s geen 221 miljard euro vermogen zitten, maar 368 miljard. Een verschil van 147 miljard. Deze grootaandeelhouders vind je voor het merendeel bij de 10 procent rijkste huishoudens.

De tegenstelling tussen de redelijk platte inkomensverdeling en de scheve vermogensverdeling is door die bijstelling alleen maar prangender. Misschien is het contrast beter te begrijpen als je met deze nieuwe informatie ook met nieuwe ogen naar de inkomens kijkt. Je kunt je namelijk afvragen of het rendement op de vermogens, zoals dat opwaarts bijgestelde ondernemingsvermogen, wel adequaat tot uitdrukking komt en gemeten kan worden in de inkomensstatistieken. De fiscale wetgeving maakt het aanhouden van vermogen én het rendement daarop in bv’s veel lucratiever dan het uitkeren daarvan als inkomen. Dan zijn ook de inkomens schever verdeeld.

De ontraadselde miljarden van ondernemers maken de vermogensverdeling schever, maar de stijgende huizenprijzen doen precies het tegenovergestelde. De prijsstijgingen tillen de waarde van het vermogen van miljoenen huishoudens op en reduceren op die manier de ongelijkheid een beetje. De rijkste huishoudens hebben doorgaans ook een eigen woning, maar die maakt een kleiner percentage van hun vermogen uit dan bij ‘gewone’ huizenbezitters.

5 Waartoe leidt de groeiende ongelijkheid?

Groeiende ongelijkheid en een dominantere rol van vermogen hebben economische en maatschappelijke gevolgen. Ze passen om te beginnen slecht in de nagestreefde brede welvaart, waarin duurzaamheid en evenwichtige sociale verhoudingen naast economische groei de maatstaven zijn. Wie weinig of een negatief vermogen heeft, is financieel nog eens extra kwetsbaar. Terwijl juist deze groep toch al meer risico’s loopt in werk (flexcontracten) en gezondheid (lagere levensverwachting).

De dominantie van vermogen geeft Nederland bovendien trekjes van een rentenierseconomie. Bedrijven steken hun geld liever in financieel beheer, zoals de inkoop van eigen aandelen, dan dat ze investeren in risicovolle nieuwe technologie en innovatie.

Particuliere beleggers storten zich in financiële avontuurtjes. Het gemak van geld met geld verdienen op je smartphone stimuleert handel op financiële markten, zoals eerder dit jaar in de VS de koortsachtige aan- en verkopen in aandelen GameStop of de handel in cryptomunten. Zo gaat de rentenierseconomie moeiteloos over in een casino-economie.

Een ander gevolg van de ongelijkheid: de kapitaalaccumulatie speelt een nieuwe, eigen rol in de samenleving. Vermogen is niet meer alleen dat appeltje voor de dorst, een financiële buffer die extra zekerheid geeft. Vermogen is een zelfstandige kracht, een financieel voordeel dat mensen al tijdens hun leven kunnen gebruiken om hun eigen voorsprong te behouden en de kansen van hun kinderen te vergroten.