Het oude normaal

De Steekpass De columnisten Arjen Fortuin en Emilie van Outeren werpen in deze rubriek om de beurt een blik op het EK voetbal.

De steekpass

Spanje kan dertien jaar oogstrelend balbezit hebben, maar wanneer de Azzurri uit volle borst „siam pronti alla morte” (wij zijn bereid te sterven) zingen op Wembley, staat het mentaal al achter. Het strijdbare volkslied schalde vorig jaar van krappe balkonnetjes de wereld over toen Italië werd lamgelegd door corona. En nu de pandemie wat bedaard is, blijkt Giorgio Chiellini die geweldige collega die je de hele lockdown gemist hebt en je bij terugkeer op kantoor omhelst alsof alle besmettingsgevaar is geweken.

Hoeveel aanstekelijke arbeidsvreugde kan een bijna gepensioneerde voetballer uitstralen? In zijn geboetseerde kop – waar de neus een keer of vier vanaf is gevallen en niet helemaal lekker zit vastgelijmd – schitteren pretogen die je hem al zijn streken doet vergeven. Zoals hij zelf Luis Suarez vergaf na een hapje uit zijn schouder. „Ik ben ook een boef op het veld en daar ben ik trots op”, was Chiellini’s reactie. Wat hij weer bewees door Jordi Alba gek te draaien bij de penaltytoss.

Spanjaarden mogen dromen dat de 18-jarige Pedri het nieuwe normaal is, maar onder leiding van de twee keer zo oude capitano schakelt Italië feilloos terug naar het oude normaal: magistraal verdedigen met her en der een uitbraak. Mind games. Een uitstekende keeper. Een tergend hupje om de vernedering te beklinken.

Chiellini is „liever een onaangename winnaar dan een aardige verliezer”, maar in zijn nadagen plots de meest innemende winnaar.

Emilie van Outeren