Opinie

Er is niet te weinig tegenmacht maar te weinig macht

Bestuur Polarisatie en fragmentatie verlammen de Nederlandse politiek, schrijft .
Foto Bart Maat/ANP

De Nederlandse politiek bevindt zich momenteel in grote problemen. Het is bijzonder lastig voor de Tweede Kamer om tot besluitvorming te komen en de formatie van een nieuw kabinet zit muurvast. Er is sprake van meerdere crises: naast de pandemie en Toeslagenaffaire, een stikstofcrisis, een woningbouwcrisis, een vluchtelingencrisis en een klimaatcrisis. Dit zijn ‘wicked problems’, ongetemde beleidsproblemen waarvoor geen onmiddellijke oplossingen bestaan.

Al deze onzekere kwesties kwamen tot ontploffing in het beroemde en befaamde ‘functie elders’-debat in de Tweede Kamer, waarin een motie van afkeuring tegen Mark Rutte Kamerbreed werd aangenomen. Het leidde tot een scherpe discussie over macht en tegenmacht in het Nederlandse parlement. Er was een nieuwe bestuurscultuur nodig. Het almaar sterker wordende monisme zou moeten worden vervangen door dualisme.

Volgens mij slaan we met het debat over macht en tegenmacht de plank echter behoorlijk mis. De macht is in verval, waardoor wij constateren dat ministers of een kabinet zaken heel moeilijk voor elkaar kunnen krijgen. De oplossing van de Toeslagenaffaire laat lang op zich wachten; de aanpak van de coronacrisis was een janboel en bestond uit vallen en opstaan. Te veel macht en te weinig tegenmacht? Ik betwijfel het. Te weinig macht zou ik zeggen, op alle fronten.

Geen consensusdemocratie meer

De kern van het probleem bestaat uit drie elementen: polarisatie, versplintering en verlamming. Of nog scherper geformuleerd: de polarisatie en de versplintering leidden tot verlamming in de Nederlandse politiek. Deze elementen worden aangejaagd door de grote krachten die inwerken op het politieke systeem. In de eerste plaats de globalisering, die winnaars en verliezers oplevert. In de tweede plaats de digitalisering, waardoor onder andere het medialandschap sterk is veranderd. In de derde plaats de demografische ontwikkelingen zoals de groei van de wereldbevolking en de permanente immigratiestromen.

Polarisatie: in het verleden werd Nederland omschreven als een consensusdemocratie, waarin politieke partijen er met elkaar uit kwamen. Sinds Fortuyn de politieke agenda van Paars ter discussie stelde, zijn samenleving en politiek sterk gepolariseerd. Verschillende partijen verketteren elkaar en streven niet naar bestuurlijke oplossingen. Dat heeft onder andere te maken met de opkomst van het populisme, voornamelijk aan de rechterkant van het politieke spectrum, en de identiteitspolitiek aan de linkerkant.

Lees ook dit opiniestuk: De tegenmacht, dat ben je zelf

Interessant zijn de gevolgen van het populisme en de identiteitspolitiek voor beleidsvorming. Als men belang hecht aan ‘evidence based’-beleid dan is het wetenschappelijke streven naar de waarheid wel van belang. In het verleden werd ‘de waarheid’ vooral vastgesteld door macht en gezagsposities. Met het afnemen van de macht en de politieke fragmentatie is dit steeds minder mogelijk. Hierdoor ontstaat een kakofonie van waarheden, waarbij de hardste schreeuwers niet altijd gelijk hebben, maar wel veel aandacht krijgen.

Dan fragmentatie: dat betekent dat grotere eenheden uit elkaar vallen in kleinere entiteiten. In het verleden waren er een paar grote politieke partijen met hechte organisaties. Nederland was een driestromenland: van christen-democratie, socialisme en liberalisme. Na 1967 is de beweeglijkheid van de kiezers toegenomen. Ook zijn er steeds meer politieke entrepreneurs die uit het niets willen doorstoten in de politiek.

Via de rechterlijke macht politiek bedrijven

Uit polarisatie en fragmentatie komt politieke verlamming voort. Dat houdt in dat de politiek moeilijk tot bindende beslissingen kan komen, waardoor het beleid lastig tot stand komt. De eerdergenoemde ‘wicked problems’ kunnen dan niet worden opgelost door de politiek. Bovendien: dikwijls neemt men wel besluiten, maar is men niet geïnteresseerd in de uitvoering van het beleid. Daarnaast komen er allerlei initiatieven voor het beleid steeds meer van buiten het politieke systeem, omdat de politiek te weinig resultaten boekt of omdat het lang duurt voordat de resultaten zichtbaar worden. Deze ‘buitenpolitiek’ wordt niet gevoerd via de grote politieke partijen, maar steeds meer via de rechterlijke macht (zie de Urgendazaak). Het gevolg is dat uitspraken van rechters een enorme druk leggen op overheden om snel op te treden, waardoor er abrupt beleid ontstaat en beleidsfiasco’s op de loer liggen.

Onder aan de streep lijkt het er eerder op dat de overheid onmachtig is, dan dat zij te veel macht heeft. De problemen die moeten worden opgelost zijn groot en ingewikkeld. De parlementaire democratie heeft moeite om deze problemen op te lossen, mede omdat er geen duidelijke meerderheden zijn. Kiezers springen mede daardoor sneller van de ene naar de andere partij. De kanalen naar de representatieve democratie lijken te zijn dichtgeslibd of niet meer te bestaan, waardoor er bypasses ontstaan en andere instrumenten in de politiek worden ingezet. Dit leidt tot de buitenpolitiek en het vragen om rechterlijke uitspraken. Hierdoor komt de legitimiteit van de democratie steeds verder onder druk te staan.

Voor een uitweg uit deze situatie heb ik een aantal aanbevelingen. In steekwoorden: Kamerleden zouden ten eerste Twitter en masse moeten verlaten; er is behoefte aan slow democracy en zelfbeheersing. Ten tweede: gepolariseerde verhoudingen kun je overbruggen met inhoud. Hiervoor is het je verplaatsen in je tegenstander van belang. Een ideologie van diversiteit en inclusiviteit verhoudt zich slecht tot het op voorhand uitsluiten van politieke partijen zoals PVV en FVD bij bestuurlijke samenwerking. Tot slot: de rechter dient te bemiddelen tussen tegenstrijdige belangen en niet een keuze te maken voor één belang. De rechterlijke macht wordt anders onderdeel van het politieke proces.