The Poverty Peepshow van Theatergroep Young Gangsters

Foto Olivier Middendorp

Interview

Een theatervoorstelling als minipretpark waarin publiek zich aan armoede mag laven

The Poverty Peepshow In The Poverty Peepshow onderzoekt regisseur Annechien de Vocht de stigmatisering rondom armoede. „Ik start altijd bij frustratie over beeldvorming.”

‘En hier mag je gezellig met een zwerver op de foto.” Regisseur Annechien de Vocht (1981) geeft alvast een rondleiding door het decor van The Poverty Peepshow, een theatervoorstelling die ze omschrijft als „een minipretpark waarin het publiek zich aan armoede mag laven”. Toeschouwers komen druppelsgewijs binnen in een gangenstelsel dat langs aftandse steegjes leidt naar een deur die ze zelf moeten forceren. Vervolgens nemen ze plaats op goedkoop plastic tuinmeubilair en zijn ze getuige van een „real-life huisuitzetting-experience”.

Regisseur Annechien de Vocht tijdens een repetitie van The Poverty Peepshow van theatergroep YoungGangsters. Foto’s Olivier Middendorp

„We hebben een attractie van armoede gemaakt”, vertelt De Vocht na een repetitie, in een enorme opslagloods voor jachten in Amsterdam-Noord, waar de voorstelling vanaf dit weekend tijdens festival Over het IJ te zien is. Met haar theatergroep YoungGangsters maakt ze geëngageerde spektakelvoorstellingen, waarmee ze juist die hang naar spektakel wil bevragen. Het resulteerde de afgelopen jaren in een aantal boeiende festivalvoorstellingen, zoals The New Rambo Generation (over oorlogsverheerlijking) of DisasterLicious (over ramptoerisme). Handelsmerk is de energieke theatertaal met veel vechtscènes, gooi-en-smijtwerk, ontploffingen en nepbloed.

„Eigenlijk start ik altijd bij een frustratie over beeldvorming”, vertelt De Vocht. Ditmaal ontstond de frustratie toen haar opviel hoe eenzijdig armoede in beeld werd gebracht in televisieprogramma’s als Rondkomen in de Schilderswijk, Een dubbeltje op zijn kant of De deurwaarders. „Arme mensen worden in die realityshows consequent gekaderd als slachtoffer of dader. Of je bent zielig, want je bent verlaten door je man, óf je hebt een breedbeeldtelevisie gekocht en opent je enveloppen niet; dan is het je eigen schuld. Er is geen enkel grijs gebied in dat soort programma’s.”

Neoliberalisme

Door uitsluitend in te zoomen op individuele problemen wordt er consequent voorbijgegaan aan de maatschappelijke context van armoede, stelt De Vocht. „Hoe komt het dat iemand in de schulden raakt? Wat is het systeem waarin we leven? Volgens mij is dat voor een groot deel het gevolg van de zelfredzaamheid en het neoliberalisme dat al jaren gepredikt wordt.”

Ze is er zich bewust van dat de programmamakers ook inspelen op een behoefte van de televisiekijker. Er is publiek voor. In Nederland begon het in 2003 met De Tokkies en sindsdien zijn de vergelijkbare reality-tv-formats talrijk. Het genre wordt door sceptici vaak poverty porn – armoedeporno – genoemd. De Vocht hekelt de manier waarop die programma’s arme mensen in beeld brengen. „Bij Steenrijk, straatarm bijvoorbeeld – waarin arme en rijke mensen een week van budget en leven ruilen – staat standaard volkse muziek onder beelden van het arme gezin, terwijl je bij het rijke gezin klassieke muziek hoort. Dat doe je natuurlijk niet als je een eerlijk portret wilt maken.”

Corona heeft duidelijk gemaakt dat armoede iedereen kan overkomen

De populariteit van die programma’s verklaart ze enerzijds vanuit sensatielust. „Het is altijd interessant om te kijken naar iets wat je niet kent. Iedereen kijkt toch graag stiekem bij een ander over de schutting. Maar wat ook belangrijk is: door ernaar te kijken word je bevestigd in je eigen bestaan. ‘Kijk nou, mij zal zoiets nooit gebeuren.’” Ze benadrukt dat ze het ook heel begrijpelijk vindt dat mensen ernaar kijken. „Ik ben geen moraalridder, iedereen kijkt wel eens pulp. Maar de invloed ervan vind ik wel choquerend.”

Door mensen die in armoede leven te interviewen, kwam ze erachter dat zulke amusementsprogramma’s niet vrijblijvend zijn. „Niet alleen zijn ze stereotypebevestigend voor het grote publiek, het tragische is dat arme mensen zelf ook in die stigma’s gaan geloven. Je gaat denken: ik ben een loser, want ik kan niet met geld omgaan. Je gaat je schamen voor je uitgaven, waardoor je geen hulp meer durft in te schakelen en sociale contacten vermijdt. Het tast echt je bestaan aan. Uiteindelijk houden die programma’s daardoor armoede ook in stand.”

De corona-uitbraak heeft volgens haar op een positieve manier bijgedragen aan het doorbreken van taboes rondom armoede. „Opeens zag je bij de voedselbank ook de zzp’er staan, gewone mensen die ineens al hun inkomsten zagen wegvallen. Corona heeft duidelijk gemaakt dat armoede iedereen kan overkomen, ook als je altijd hard gewerkt hebt, ook zonder dat je je geld alleen maar uitgeeft aan fast food en sigaretten.”

Hoe ver de impact van stigmatisering kan reiken, kwam volgens De Vocht duidelijk tot uiting in de Toeslagenaffaire. „Die liet heel helder zien hoeveel mensen gedupeerd zijn op basis van beeldvorming. Er is beleid gemaakt en uitgevoerd op basis van verkeerde aannames: mensen die hun formulieren niet goed invullen zijn fraudeurs, als je een buitenlandse achternaam hebt gaat er meteen een lampje branden. Dat soort beleid is helemaal losgezongen van de realiteit.”

Bij de repetitie van Poverty Peepshow. Regisseur Annechien Vocht. „Hoe komt het dat iemand in de schulden raakt? Wat is het systeem waarin we leven?” Foto Olivier Middendorp

Cowboyfeestje

Het is een thema dat de laatste jaren steeds meer leeft in de samenleving, volgens De Vocht. „Er komt steeds meer moraal en ethiek binnen het amusement: er wordt steeds vaker nagedacht over hoe je je met carnaval verkleedt of naar welke muziek je luistert. Een cowboy- of indianenfeestje geven doe je niet meer zomaar. Er is een veel groter bewustzijn, dat niet alleen in de ‘hoge kunst’, maar ook in de pretparken binnendruppelt.” Ze noemt als voorbeeld De Efteling, dat onlangs bekendmaakte de omstreden attractie Monsieur Cannibale na de zomer te vervangen door Sinbad de Zeeman. De attractie staat al lange tijd ter discussie, sinds activisten het typeerden als racistische karikatuur.

Volgens De Vocht is er steeds meer behoefte aan zorgvuldigheid, juist ook in de entertainmentwereld. „Ik vraag me af of een film als Flodder nu nog gemaakt zou kunnen worden. Maar aan de andere kant: zolang programma’s als Steenrijk, straatarm gemaakt worden, waarom dan zoiets als Flodder niet? Toch geloof ik erin dat ons bewustzijn groeit en daardoor gaandeweg de moraal verandert.”

Te zien t/m 18/7 op Over het IJ in Amsterdam, tournee volgt. Inl: younggangsters.com
Lees ook dit interview met de Britse regisseur Ken Loach over poverty porn