Reportage

De overtocht naar Dover is toch al riskant, die celstraf schrikt niet af

Nauw van Calais Meer migranten en asielzoekers wagen de oversteek over het Kanaal. Het VK belooft hardere maatregelen.

Een reddingsschip brengt migranten naar de wal in Dover, nadat hun eigen bootje afgelopen zondag op het Kanaal in de problemen was geraakt.
Een reddingsschip brengt migranten naar de wal in Dover, nadat hun eigen bootje afgelopen zondag op het Kanaal in de problemen was geraakt. Foto Gareth Fuller/PA Wire

Acht maanden hebben Sherif, 35, en Wayan, 37, erover gedaan om vanuit Somalië in Frankrijk te komen. De tocht ging via Jemen, Iran, Turkije en de Balkanroute. Sinds drie dagen zitten ze hier in de ‘jungle’ van Grande-Synthe, ten zuiden van Duinkerken. De Noordzee is de laatste horde op weg naar Engeland, hun droombestemming.

„Wij hopen over te steken in een bootje. Maar desnoods gaan we zwemmend met een autoband”, zegt Sherif. Geld om de smokkelaars te betalen hebben ze niet. „Die zijn ook niet te vertrouwen. Zodra ze weten dat je geld hebt, zijn ze in staat om je te beroven.”

Dit jaar zijn al zo’n zesduizend mensen per bootje het kanaal overgestoken, bijna net zo veel als heel vorig jaar, toen 8.417 mensen overstaken. In juni 2021 alleen al waren het er meer dan tweeduizend. De oversteek lijkt gevaarlijker dan hij is: in 2020 stierven ‘slechts’ zes mensen de verdrinkingsdood, veel minder dan in de Middellandse Zee. Het is een risico dat velen bereid zijn te nemen.

„Ze zijn met steeds meer, ze zijn steeds jonger en ze nemen steeds meer risico’s”, zegt Bernard Barron, voorzitter van de reddingsorganisatie SNSM in Calais. „Het Kanaal is de laatste etappe en de migranten zijn tot alles bereid.”

De Franse kustwacht doet soms een beroep op Barrons organisatie als migranten in moeilijkheden komen in het Kanaal. Maar heel vaak gebeurt dat niet, zegt hij. „Behalve als ze in heel erge nood zijn, willen die mensen niet gered worden. Tenminste, niet door ons, want dan zijn ze terug bij af. Hun doel is om onderschept te worden door de Britse kustwacht en naar Dover te worden gesleept.”

Migranten worden door de Britse kustwacht naar Dover gebracht nadat hun bootje op het Kanaal in moeilijkheden is gekomen, in mei van dit jaar. Foto Gareth Fuller/PA

Celstraffen

De Britse regering wil strenger gaan optreden tegen illegale immigratie. Dinsdag diende minister van Binnenlandse Zaken Priti Patel een wetsontwerp in dat het bewust illegaal betreden van Brits grondgebied met vier jaar gevangenis zou bestraffen. Nu is dat nog maximaal zes maanden. Maar het vooruitzicht van een gevangenisstraf in het VK schrikt mensen als Sherif en Wayan niet af.

Lees ook Aanvragen asiel in het VK moet op afstand

„Ik heb in Somalië zes kinderen, Sherif heeft er vijf”, zegt Wayan. „Wij doen dit om hen te helpen overleven. Als wij straks door in het VK te werken tweehonderd euro per maand naar huis kunnen sturen, maakt dat een gigantisch verschil voor onze gezinnen in Somalië.”

Ze weten dat er in het VK een grote Somalische gemeenschap is en dat het er makkelijker is dan elders om in de massa op te gaan en zwart te werken. „Dat wij al Engels spreken is ook een voordeel.”

In afwachting slapen de twee in de ‘jungle’ van Grande-Synthe: een bos waar naar schatting zevenhonderd mensen bivakkeren in afwachting van de grote oversteek. Koerden uit Irak en Iran zijn er veruit in de meerderheid. Ze hebben tenten waaraan de Koerdische vlag wappert. Er zijn winkeltjes waar sigaretten en thee worden verkocht.

Het is precies wat Frankrijk niet wil zien gebeuren. Sinds het in 2016 een einde maakte aan het migrantenkamp in Calais, waar op het hoogtepunt meer dan achtduizend mensen verbleven, doet Frankrijk er alles aan om te verhinderen dat er opnieuw zo’n ‘jungle’ ontstaat. Het land neemt daarbij soms drieste maatregelen.

Bossen gerooid

De voorbije maanden zijn hele bossen in de omgeving van Calais en Duinkerken gerooid om de migranten te verjagen die er bivakkeerden. De groene partij Europe Écologie-Les Verts veroordeelde die aanpak als „onmenselijk” en „inefficiënt”.

Op andere plekken worden rotsblokken geplaatst om te voorkomen dat migranten er slapen. Bij politieacties worden tenten in beslag genomen of aan stukken gesneden. Nog een maatregel is het vervoeren van migranten naar opvangcentra aan de andere kant van het land, soms helemaal naar Nice, bij de Italiaanse grens.

„Dat lost niets op”, zegt een vrijwilliger van L’Auberge des Migrants in Calais, een collectief van hulporganisaties. Hij wil gezien de moeilijke relatie van de vrijwilligers met de politie niet met zijn naam in de krant. „Het is uitputtend voor de mensen om wie het gaat, maar uiteindelijk staan zij na een dag of vier toch opnieuw in Calais of Duinkerken.”

Voor de vrijwilligers is het werk er de laatste jaren niet makkelijker op geworden. „Wij weten dat een deel van de lokale bevolking niet gediend is van ons werk”, zegt de vrijwilliger. „Zij verwijten ons dat wij een aanzuigend effect hebben op de migratie.”

Tegelijk moeten de vrijwilligers oppassen dat zij niet in verband worden gebracht met de smokkelaars. Op verzoek van een Britse organisatie die L’Auberge des Migrants meefinanciert, is een pamflet waarin gewaarschuwd wordt voor de gevaren van de Noordzee teruggetrokken. Dat het pamflet ook de noodnummers van de kustwacht vermeldde, kon gelden als hulp aan de mensensmokkel.

Ook is het de vrijwilligers sinds september vorig jaar verboden om nog langer voedsel uit te delen in Calais. Slechts één door de staat aangewezen organisatie mag dat nog doen. Linkse politici in Frankrijk en de mensenrechtenorganisaties Amnesty International hebben de maatregel veroordeeld als het „criminaliseren” van de solidariteit met de migranten.

Op een zonnige dag in juni organiseert Human Rights Observers, een van de organisaties, een training voor nieuwe vrijwilligers die uit verschillende landen zijn gekomen. „Ons doel is om de politie te observeren en hen te laten weten dat zij geobserveerd worden. Het idee is dat zij zich dan anders gedragen”, vertelt de trainer, een jonge Franse vrouw die eveneens haar naam niet in de krant wil vanwege de gevoeligheid, aan de nieuwkomers.

„De politie ziet ons vaak als de vijand. Daarom is het belangrijk dat wij ons strikt aan de wet houden. Wij herinneren de politie aan de wet wanneer dat nodig is, we stoppen geen uitzettingen. Wij gebruiken in geen geval geweld, want dat leidt alleen tot meer geweld, niet tegen ons maar tegen de exilés.”

De volgende dag rijdt een konvooi van politiewagens een terrein op vlak bij het grootste ziekenhuis van Calais, een plek waar elke dag honderden migranten rondhangen. Onder de bomen springen mensen op en zetten het op een lopen met hun tenten en bezittingen.

In Calais doet de politie dit om de dag in de ochtend, en af en toe ook bij verrassing in de namiddag, zoals vandaag. De opzet is om migranten elke zin te ontnemen zich langere tijd in Calais te vestigen.

Agenten van de plaatselijke milieupolitie spreken met Irakese migranten in de ‘jungle’ van Grande-Synthe om ze te wijzen op de kwetsbaarheid van het gebied. Zo mogen ze geen bomen kappen voor brandhout. Elders in de omgeving van Calais hebben de autoriteiten juist bossen gerooid om kamperen te ontmoedigen. Foto Denis Charlet/AFP

Pottenkijkers niet gewenst

De politie bakent meteen een terrein af waar vrijwilligers en journalisten worden tegengehouden. De agenten zijn niet onvriendelijk, maar ze filmen wel ostentatief vrijwilligers en journalisten, vragen om hun identiteitsbewijzen, om hen dan te sommeren te vertrekken. Pottenkijkers niet gewenst. Twee Franse persfotografen stapten begin dit jaar naar de rechter om toegang te eisen bij de politieacties: die kregen ze niet van de rechter.

Op de rotonde vlak bij de politieactie zit een Koerdisch gezin te rusten op het gras. Zij zijn twee jaar geleden uit Iran vertrokken, sinds een maand zijn ze in Calais. De elfjarige Farsa, die wat Engels spreekt, vertaalt voor zijn vader Jaber. Hij zegt dat zij Iran moesten verlaten omdat zij het zoroastrisme aanhangen. Dat is in Iran een erkende godsdienst, maar de gemeenschap leeft op gespannen voet met het regime.

Het gezin hoopt spoedig met een bootje te kunnen vertrekken naar het VK. „De smokkelaar zegt dat we binnen twintig dagen kunnen gaan”, zegt vader Jaber. Ja, ze hebben gehoord van de Iraans-Koerdische baby van wie het lijkje begin januari is aangetroffen in Noorwegen, nadat zijn hele familie eind vorig jaar was verdronken in het Kanaal. Het heeft hen niet op andere gedachten gebracht.

De overtocht kost vijfduizend euro voor een gezin. Dat geld heeft Jaber niet. Maar de smokkelaars, zelf vaak Koerden, werken op krediet. „Als ik eenmaal in het VK ben en geld verdien, stuur ik het op naar de maffia, via Western Union of hawala”, een informeel betalingssysteem.

Een jongen als Mostafa krijgt geen krediet van de smokkelaars. De 17-jarige uit Darfur is een jaar geleden uit Soedan vertrokken. Sinds vier maanden woont hij met andere Soedanezen in een bosje bij de supermarkt Auchan in Coquelles, vlak bij de tunnel onder het Kanaal, waar hij altijd alert is voor de politie.

„Het is een moeilijk bestaan”, zegt hij. „Eergisteren is de politie nog gekomen, ze hebben onze spullen meegenomen. Maar waar moet ik anders naartoe?”

Geld voor een overtocht met een bootje heeft Mostafa niet. Hij hoopt Engeland te bereiken door zich in een auto of een vrachtwagen te verstoppen. Tegen beter weten in, want het is precies omdat de controle op voertuigen zo scherp is geworden dat de overtochten met bootjes zijn begonnen.

Mostafa geeft de hoop nog niet op. „De vriend met wie ik uit Soedan ben gekomen is drie maanden geleden met een auto in Engeland beland. Ik probeerde het ook, maar ze hebben mij gepakt.” In Calais, zegt Mostafa, „is niets ooit makkelijk”.