Opinie

De aanslag op Peter R. de Vries raakt rechtsstaat en vrijheid

Poging moord

Commentaar

De poging tot moord op Peter R. de Vries, journalist, woordvoerder, vertrouwenspersoon, belangenbehartiger en vaste gast aan tv-stamtafels, roept associaties op met de aanslagen op Theo van Gogh en Pim Fortuyn. Invloedrijke publieke figuren die belangrijke rollen in de publieke opinie speelden die hen ten slotte fataal werden, in handen van gemotiveerde daders. Waarvan bij De Vries ook sprake lijkt, zij het dat van het motief zélf de inhoud nog moet blijken.

Ook de moordaanslag op de advocaat Derk Wiersum dringt zich op, de advocaat van dezelfde kroongetuige voor wie De Vries daarna als vertrouwenspersoon optrad. Daar doemt een verband op met de extreme wereld van de georganiseerde misdaad, waarin eerder een onschuldig familielid van de kroongetuige werd vermoord, uit vergelding. De politie arresteerde in de nasleep van de aanslag op De Vries vrijwel onmiddellijk drie verdachten, van wie één inmiddels vrijgelaten. Dat is een knappe prestatie, die meteen laat zien dat de Staat niet machteloos is en tot handelen in staat.

Voor een echte duiding van de aanslag op De Vries ontbreken nog veel feiten. Dat hij werd opgewacht, van dichtbij, gericht en herhaaldelijk werd beschoten betekent in koele juristentaal een daadwerkelijk vooropgezet plan om een ander van het leven te beroven. Er was dus voorbereiding, een mogelijk professionele dader en daarom ook een mogelijk verband met georganiseerde misdaad. Maar meer dan dit is er nu niet.

Zowel de moord op de advocaat als de moordaanslag op de vertegenwoordiger van de kroongetuige De Vries zijn te beschouwen als directe aanslagen op de rechtsstaat. In nauwe zin omdat beiden een rol spelen in een belangrijk strafproces. De Vries in een officieuze rol en Wiersum als wettelijk vertegenwoordiger van een kroongetuige. Met de tot dan unieke moord op een togadrager werd een grens overschreden. Sindsdien weten officieren, rechters en advocaten dat ze niet meer veilig zijn – en de Staat dat er meer bescherming en beveiliging moet worden geboden. Waarmee sindsdien dan ook is begonnen.

Nu weten misdaadjournalisten dat ook. Ook zij worden al incidenteel persoonlijk beveiligd. De fysieke bescherming van de journalistiek als geheel staat nu nog meer op de agenda.

In ruime zin is het een aanslag op de rechtsstaat omdat beide gebeurtenissen op ondermijning wijzen. En wel van de pijlers die de democratische rechtsstaat schragen. Een advocaat en een journalist/belangenbehartiger (pogen te) vermoorden zijn zware vormen van collectieve intimidatie. Van het publieke domein, het opinieklimaat, de handhaving, de persvrijheid, de uitingsvrijheid, de vrijheid om te gaan en staan waar men wil.

Zulke aanslagen jagen iedere burger angst aan en dwingen alle direct betrokkenen tot reflectie over kosten en baten, van hun werk, hun passie, hun maatschappelijke rol. Een democratische rechtsstaat leeft van vrijheid waar velen aan bijdragen – maar die moet er dan wel zijn, voor hen in het bijzonder.

De Vries is volkomen onverschrokken – hij betaalt nu een enorme prijs. Er blijven dan ook vragen liggen over zijn individuele veiligheid. Werd hij actief bedreigd, wilde hij juist wel of juist geen beveiliging, zoals Theo van Gogh? En moet de Staat zich bij een eventuele weigering neerleggen? Is ook dat een prijs die voor de vrijheid wordt betaald? Makkelijke antwoorden zijn er niet, maar zulke vragen moeten wel worden besproken.