Bedrijven moeten minimaal 4,2 miljard van de 18,7 miljard euro aan coronanoodsteun terugbetalen. Zeven op de tien bedrijven hebben bij het ontvangen van de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) teveel ontvangen. Dat blijkt uit voorlopige berekeningen van ambtenaren van het ministerie van Financiën, waar zij in het economenblad ESB woensdag over schrijven. Dit komt omdat de ondernemers vaak hun omzetverlies hoger hebben ingeschat dan uiteindelijk het geval was.
De kans is groot dat de schatting aan de lage kant is, denken de ambtenaren, omdat het slechts is gebaseerd op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in 29 sectoren. Deze cijfers nemen overige ontvangen steunmaatregelen die tellen als omzet en een eventuele daling van de lonen niet mee. Een woordvoerder van het UWV laat woensdag in het Financieel Dagblad weten dat het UWV, de instantie verantwoordelijk voor de NOW-regeling, „coulant” omgaat met de terugbetalingen. De betalingstermijn wordt met de bedrijven overlegd en kan verspreid worden over drie jaar tegen nul procent rente. In sommige gevallen mag de terugbetaling plaatsvinden verspreid over vijf jaar.
Het aantal terugvorderingen is daarmee waarschijnlijk hoger dan demissionair minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, D66) verwachtte. In een brief aan de Tweede Kamer eind mei schreef hij dat bij de eerste NOW-regeling de bedrijven samen 488 miljoen euro terug moesten betalen op het totale voorschot van 1,1 miljard euro.
De tijdelijke NOW-steun is tijdens de coronacrisis in het leven geroepen om werkgevers tegemoet te komen die omzetverlies lijden door de crisis. Er zijn zes aanvraagperiodes geweest, de laatste periode loopt tot september. Met de noodsteun wilde het kabinet ervoor zorgen dat werkgevers hun werknemers in dienst konden houden.