Weer trekken de boeren naar het Malieveld: ‘Ik word moe van het oeverloos rondjes praten van de politiek’

Demonstraties Boeren trekken woensdag naar het Malieveld om te protesteren tegen het stikstofbeleid. Ze zijn het zat in een hoek te worden gezet in recente zeer kritische adviezen en rapporten, die pleiten voor fors minder landbouw. Een voor- en een tegenstander van het protest aan het woord.

Alex Datema (54) ‘Ik geloof niet in actievoeren zonder concreet plan’

Foto Kees van de Veen

Alex Datema (54) hing op de bank voor de televisie, toen plotseling vijf tractoren en twee auto’s zijn erf op reden. Het was eind vorige maand, even na twaalven ’s nachts. Zeven collega’s uit de buurt, aanhangers van boerenprotestpartij Farmers Defence Force (FDF), wilden weten waarom hij rondbazuinde dat grote ingrepen in de landbouw noodzakelijk zijn.

Datema houdt 110 koeien op 70 hectare grasland in Briltil, een dorpje 15 kilometer buiten Groningen. Hij verkondigde in agrarische tijdschriften dat er echt iets moet gebeuren. In gebieden als het Groene Hart en de Gelderse Vallei, waar bijna de helft van de stikstof uit de landbouw wordt uitgestoten, is een andere vorm van landbouw met minder dieren onvermijdelijk, had de melkveehouder gezegd.

Zijn gedachten zijn in lijn met een trits adviezen en onderzoeken die de afgelopen maanden zijn gepubliceerd. Die zijn er allemaal op gericht de stikstofuitstoot snel terug te dringen. Sinds mei 2019 verkeert Nederland in een ‘stikstofcrisis’, nadat de Raad van State had bepaald dat er te weinig is gedaan om de stikstofneerslag terug te dringen. Duizenden bouwprojecten werden abrupt stilgelegd en boze boeren en bouwers protesteerden op het Malieveld en bij provinciehuizen.

De recente rapporten zetten kwaad bloed bij een groep boeren die zich in het nauw gedreven voelt. En het CDA, vanouds boerenvoorvechter, stelde dinsdag ook nog eens dat het halen van de milieudoelen zal leiden tot een inkrimping van de veestapel – voor het eerst. Datema vindt het dapper. „Ik heb nog nooit CDA gestemd, maar ik herken me hier wel in.”

Andere boeren zijn boos. Na een periode van relatieve rust zijn ze deze woensdag terug om op het Haagse Malieveld om te protesteren. Organisator Agractie heeft verschillende sprekers uitgenodigd, onder wie Kamerlid Caroline van der Plas van de BoerBurgerBeweging . FDF voert elders in het land actie, hoe is niet bekend.

Melkveehouder Datema blijft thuis. „Ik geloof niet in actievoeren zonder concreet plan.”

Hij snapt best dat zijn collega’s de onderzoeken en adviezen beu zijn. Zelf denkt hij ook wel eens: „Wéér een advies?” Maar hij leest ze toch. Hij ziet dat Nederland „een heel klein land is, met veel vruchtbare bodem en zeventien miljoen inwoners. En dat de ruimte er onder druk staat.”

Daar kun je als boer twee dingen aan doen, zegt Datema: „Ten strijde trekken en vechten voor de ruimte die je hebt. Of discussie voeren over de plek die de landbouw in de toekomstige maatschappij moet innemen.”

Datema heeft makkelijk praten, weet hij. Hij woont in het noorden, waar de stikstofproblematiek minder urgent is dan bij collega’s in Noord-Brabant en Overijssel. Daar liggen de veehouderijen soms naast kwetsbare Natura 2000-gebieden. „Het toekomstperspectief voor een boer in de Gelderse Vallei is heel anders dan dat van een boer in Groningen.”

Twintig jaar terug stapte Datema over naar een vorm van landbouw die het milieu minder belast. Hij doet voor een deel van zijn land aan ‘weidevogelbeheer’. Hij strooit er minder mest, houdt rekening met broedende vogels. Het grasland is deels kruidenrijk, zodat insecten beter gedijen.

Daardoor levert dit stuk grond minder gras op, maar provinciale en Europese regelingen compenseren dat. Hij ontvangt jaarlijks circa 7.000 tot 8.000 euro vergoeding.

Boeren en overheid zijn elkaar de afgelopen jaren meer gaan wantrouwen, vindt Datema. Acht jaar geleden maakten ze nog in goed vertrouwen afspraken, zegt hij, bijvoorbeeld toen geconstateerd werd dat veehouders hun dieren te veel antobiotica gaven. In een paar jaar tijd hebben we dat samen met 70 procent afgebouwd, zegt hij.

Zolang er geen duidelijke politieke keuzes zijn gemaakt, blijven boeren volgens Datema protesteren. „Je geeft hun daarmee de indruk dat alles nog open ligt. Maar je moet de boer duidelijkheid geven.”

Lees ook: Ook het CDA acht het krimpen van de veestapel nu ‘onvermijdelijk’

Erik Luiten (51) ‘Die modelberekeningen, daar gaan we aan kapot’

Foto Eric Brinkhorst

Het was een spontane keuze. De nacht van 1 oktober in 2019 stapte melkveehouder Erik Luiten (51) in Aalten op zijn tractor en tufte in een lange colonne van tractoren naar Den Haag. De boeren protesteerden omdat D66-Kamerlid Tjeerd de Groot in een interview had gezegd dat, om de stikstofuitstoot terug te dringen, de veestapel gehalveerd kon worden.

Een jaar en negen maanden later gebeurt praktisch hetzelfde. Een regen aan kritische rapporten die stellen dat de landbouw moet worden teruggedrongen. En dinsdag een partijstuk van het CDA, waarin de partij voor het eerst stelt dat inkrimping van de veestapel een optie is. Nota bene het CDA, van oudsher de partij van en voor de boeren.

Woensdag reist Erik Luiten – 150 melkkoeien op 50 hectare land en daarmee een intensieve manier van landbouw – opnieuw naar het Malieveld in Den Haag – deze keer in de auto. Nu gaat hij niet meer als spontane aanhanger, maar als boegbeeld van Agractie – de organiserende partij van het protest. Agractie verwacht dat er „duizenden” boeren en burgers komen.

Het vlammetje werd aangewakkerd bij Luiten tijdens het protest in 2019. „Die nacht maakte zoveel indruk op me.”

Het protest van woensdag is „vooral” naar aanleiding van recent onderzoek van de Leidse milieuhoogleraar Jan Willem Erisman, zegt Luiten. Die adviseerde het kabinet de komende vijf jaar de stikstofaanpak te concentreren in de Gelderse Vallei (dichtbij de Veluwe) en het Groene Hart, omdat daar bijna de helft van de stikstofuitstoot van de landbouw vandaan komt. Luiten: „Ze vinden dat die gebieden leeggeveegd moet worden om plaats te maken voor een Vinexwijk en zonnepanelen”.

Het ligt iets genuanceerder. Door het uitkopen van boerenbedrijven, technische ingrepen in de stallen en via kringlooplandbouw zullen er minder giftige stoffen worden uitgestoten, volgens Erisman, waardoor bouwwerkzaamheden weer hervat kunnen worden.

Het zijn bovendien slechts rapporten en adviezen. Waarom verzetten boeren zich daar zo tegen?

„Dat is een mooie nuchtere benadering” zegt Luiten, „die mis ik weleens.” Maar politici en onderzoekers realiseren zich onvoldoende, zegt Luiten, wat de impact is van onderzoeken en adviezen over de landbouw. „Die komen aan de keukentafel van de boer ontzettend hard binnen.” Er is onvoldoende het besef dat het boerenbestaan een „stijl van leven” is. „Het gaat niet om snelle winstcijfers. Je boert voor de langere termijn. Je wilt je bedrijf altijd beter doorgeven aan de volgende generatie. Daar stap je niet zomaar van af.”

Wat Luiten ook stoort: in de onderzoeken staan, volgens hem, berekeningen over stikstofreductie met „foutmarges tot honderd procent”. „De modelberekeningen, die berekeningen, daar gaan we aan kapot.” Er is een „mismatch tussen wat er op papier staat en de werkelijkheid”.

De politiek moet keuzes maken, zegt Luiten. „Wat willen ze met ons land? welke kant gaat het op? Ik word moe van het oeverloos rondjes praten.” Hij erkent dat in sommige gebieden de komende jaren veranderingen moeten worden doorgevoerd om aan milieuregels te voldoen. Maar dat, zoals het PBL eerder deze week stelde, om de stikstofdoelen te halen veel landbouw in Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel zal verdwijnen, laat zien dat het land niet wordt bestuurd door de politiek maar door rechters.

Luiten wil bovendien niet dat regels van bovenaf worden opgelegd. „De boer, de gemeenten en de provincies moeten samen besluiten.” Maar gaat dat niet veel te langzaam? Het demissionaire kabinet wil over negen jaar de stikstofuitstoot met 26 procent reduceren. En het advies dat Johan Remkes deed aan het kabinet stelt zelfs dat er tegen die tijd 50 procent stikstofreductie moet zijn . Boeren zijn echt niet „dom”, zegt Luiten. „Als ondernemers zien dat hun veehouderij in bepaalde gebieden geen toekomst meer heeft, stoppen ze er echt wel mee.” Maar: „Als je dat van bovenaf oplegt krijg je weerstand.”

Eigenlijk is het vrij simpel, zegt Luiten: „We verzetten ons ertegen dat boeren straks onder dwang het bedrijf moeten verkopen.”