In de Thaise hoofdstad Bangkok wachten mensen op hun beurt om gevaccineerd te worden.

Foto Soe Zeya Tun/Reuters

Interview

Onderzoek: ‘Sekseverschil blijft bij onderzoek naar corona vaak onderbelicht’

Sabine Oertelt-Prigione Studies naar behandelingen voor Covid-19 kijken nauwelijks naar man-vrouwverschillen. „Als er geen verschil is, willen we dat ook weten.”

Slechts een fractie van de studies naar medicijnen en vaccins tegen Covid-19 kijkt expliciet naar geslacht, zo’n 4 procent van dik 4.400 studies. „Verrassend, want we weten al sinds het begin dat de ziekte mannen anders treft dan vrouwen”, zegt Sabine Oertelt-Prigione, hoogleraar gender in de gezondheidszorg in het Radboudumc in Nijmegen. Dat verschil kan zich vertalen in verschillende zorgbehoeften. Haar studie verscheen dinsdag in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Communications.

Waarom is het belangrijk om naar man-vrouwverschillen te kijken in klinische studies naar Covid-19?

„Al snel in de pandemie werd duidelijk dat mannen een hoger risico lopen op een ernstig verloop van Covid-19, en op overlijden eraan. Ruim twee derde van de patiënten op de IC in Nederland was man, bijna de helft overleed, waarschijnlijk door biologische verschillen. Dat kan betekenen dat de behandeling voor mannen anders moet zijn dan voor vrouwen. Een middel kan minder goed werken, of meer bijwerkingen geven bij een van de seksen. Maar tot onze grote verbazing werd daar tot nu toe heel weinig aandacht aan gegeven in studies, ook niet naarmate de pandemie vorderde.

Sabine Oertelt-Prigione Foto RadboudUMC

„In de database ClinicalTrials.org, waar alle grote Amerikaanse en Europese studies geregistreerd staan, nam slechts 1 op de 5 studies sekse mee bij het werven van proefpersonen. En slechts 1 op 20 studies gaf aan gericht onderzoek te doen naar sekse- of genderverschillen. Dat was beter bij de 45 studies die inmiddels afgerond zijn, daarin was het 1 op 5, maar nog niet zoals we het graag willen zien.”

In sommige studies worden dus wel mannen en vrouwen meegenomen?

„Ja, in de vaccinstudies is de verhouding vaak keurig 50-50. Maar vervolgens zien we geen analyse die laat zien of er verschil is in hoe vaak bijwerkingen voorkomen bij mannen of vrouwen, of in de effectiviteit. En in de geneesmiddelenstudies zaten vaak veel minder vrouwen. Wat het zo irritant maakt: die gegevens zijn er gewoon, ze weten hoeveel mannen en vrouwen er in de studie zitten. Die moeten ze gewoon analyseren en ons laten zien. En misschien is er geen verschil, maar dan moeten ze dat in de paper opschrijven en de gegevens openbaar maken zodat anderen ze ook kunnen analyseren. Juist in deze tijden, waarin het vertrouwen in de wetenschap onder vuur ligt, is het belangrijk om transparant te zijn over de data.”

Op welke manier speelt gender een rol in medisch onderzoek?

„Genderrollen en -normen spelen mee: wat wordt van je verwacht als je ziek bent, als man, vrouw, of non-binaire persoon? Wanneer ga je naar de dokter, hoe gaat de dokter ermee om? En ook genderrelaties doen ertoe: wat is de interactie tussen mensen en hoe speelt gender daarbij een rol? Bij Covid-19 lopen vrouwen bijvoorbeeld meer risico op een besmetting omdat ze vaker in de zorg werken.

Zorgverleners reageren mogelijk anders op mannen dan op vrouwen

„Een voorbeeld van genderrollen zie je bij long covid, waarbij iemand langdurig verschillende klachten houdt. Het lijkt erop dat postmenopauzale vrouwen die vaker ervaren dan mannen. In het begin werden zij niet serieus genomen bij de dokter. Zorgverleners reageren mogelijk anders op mannen dan op vrouwen. Vragen ze verder? Bagatelliseren ze de klachten? Wijten ze het aan stress? Dat laatste zou natuurlijk kunnen, maar dat moet je eerst goed onderzoeken. Dat dit de eerste reactie is zegt iets over hoe we hiermee omgaan als medische professionals.”

Zijn behandelingen tegen Covid-19 hierdoor nu suboptimaal voor mannen of vrouwen?

„Bij de geneesmiddelenstudies met bijvoorbeeld de immuunremmers dexamethason of tocilizumab, die voor de behandeling van ernstige Covid-19 worden gebruikt, lijkt het er zo op het eerste gezicht op dat het bij vrouwen minder effectief is. Daar is aanvullende informatie hard nodig. We moeten onderzoek op een andere manier inrichten. Medisch-wetenschappelijke tijdschriften hebben wel aangegeven dat ze dit belangrijk vinden maar ze moeten duidelijke eisen stellen. Ook de geneesmiddelenautoriteiten zoals het EMA en de FDA hebben alleen nog aanbevelingen gedaan.

„Veel chemotherapieën slaan bijvoorbeeld bij vrouwen beter aan dan bij mannen. Wellicht moet de dosis bij mannen omhoog. Maar die discussie hebben we in Europa nog over geen enkel middel gevoerd.

„We praten altijd over gepersonaliseerde geneeskunde, medicijnen toespitsten op een individu. Laten we eerst maar eens behandelingen goed toespitsen op mannen of vrouwen!”