Rapport: drastische stappen nodig om Nederland nog op tijd gasvrij te krijgen

Duurzaamheid Om Nederlandse woonwijken gasvrij te krijgen is de huidige aanpak onvoldoende. Maarten van Poelgeest, die het project leidt, bepleit drastische stappen. Meer subsidie, duurder gas en nieuwe wetgeving moeten huizen en kantoren sneller verduurzamen.

In Ermelo West wordt een huis voorzien van driedubbelglas. In deze wijk worden bewoners stapsgewijs van het aardgas afgekoppeld.
In Ermelo West wordt een huis voorzien van driedubbelglas. In deze wijk worden bewoners stapsgewijs van het aardgas afgekoppeld. Foto Bram Petraeus

Met de huidige aanpak om woningen gasvrij te maken, worden de doelen voor 2030 zeker niet gehaald. Om de in het klimaatakkoord afgesproken CO2-reductie te realiseren, is jaarlijks tot mogelijk 350 miljoen euro extra subsidie noodzakelijk. Ook moet gas zwaarder worden belast om mensen te prikkelen tot verduurzaming.

Dat zijn de uitkomsten van een rapport dat onderzoeksbureau Ecorys voor de uitvoerders van het klimaatakkoord heeft opgesteld en dat dinsdag is gepubliceerd. „Er moet echt iets veranderen aan de voorwaarden waarmee we nu werken. Op basis van het huidige akkoord gaan we het niet redden”, zegt Maarten van Poelgeest, die de zogeheten klimaattafel Gebouwde Omgeving leidt.

Doel van het akkoord uit 2019 is dat anderhalf miljoen huizen over tien jaar geen aardgas meer gebruiken; niet voor verwarming, warm water en koken. Die operatie zou voor 3,4 megaton minder CO2 (miljoen ton) moeten zorgen, maar in de huidige situatie lijkt een reductie met 1,7 megaton het maximum. In combinatie met maatregelen in landbouw, industrie en verkeer moet in 2030 de uitstoot van broeikasgassen gehalveerd zijn ten opzichte van ‘ijkjaar’ 1990. Door broeikasgassen warmt de aarde op, en met het eigen klimaatakkoord wil Nederland in de pas lopen met het mondiale akkoord van Parijs.

Lees ook het bijbehorende interview met Maarten van Poelgeest: ‘Als we de klimaatdoelen willen halen, zijn nu dappere keuzes nodig’

Alle panden gasvrij

Uiteindelijk dienen in 2050 alle panden in Nederland gasvrij te zijn. Maar door tal van oorzaken heeft de operatie bij de 7,5 miljoen huizen en 1 miljoen kantoren en scholen nog weinig vaart. De kosten vallen tegen, de benodigde regelgeving blijft achter en veel huizenbezitters zien te veel onzekerheden om in duurzaamheid te investeren.

Ook binnen de 44 wijken die met subsidie van het Rijk van het gas af willen – zogeheten proeftuinen – klinkt gemor, vanwege gebrek aan steun uit Den Haag.

Van Poelgeest: „Ik ga niet zeggen dat het allemaal makkelijker wordt als we de maatregelen nemen die we nu voorstellen, maar tegelijkertijd is mij duidelijk dat de opdracht te overzien is. We staan aan het begin: nu zijn er 44 proeftuinen, in 2030 gaan we uit van zeker 1.200 wijken.”

Als aardgas zwaarder wordt belast, wordt de belasting op elektriciteit verlaagd. Deze zogeheten ‘schuif’ bestaat al, maar moet volgens Van Poelgeest scherper worden. Om de energierekening voor „de mensen met lage inkomens betaalbaar te houden” wil de voormalige loco-burgemeester van Amsterdam de eerste duizend kubieke meter aardgas in een jaar niet extra belasten. „Mensen die wat kleiner behuisd zijn, gebruiken meestal niet meer dan duizend kuub.”

De timing van het rapport is niet toevallig. „Nu wordt aan een nieuw kabinet gewerkt en dit zijn thema’s die wat ons betreft verder op de formatietafel moeten worden uitgewerkt.”

Warmtenetten cruciaal

De gewenste extra subsidie moet voorkomen dat overgaan op een collectief warmtenet (stadsverwarming) tot extra kosten voor bewoners leidt. Als in meer gevallen wordt gekozen voor een ‘individuele route’ – bijvoorbeeld aanschaf van een elektrische warmtepomp – loopt de benodigde subsidie volgens Ecorys op, van 270 miljoen tot maximaal 350 miljoen euro. Als aardgas niet verder wordt belast, is tot 470 miljoen euro extra nodig.

Maar bij meer subsidie en duurder gas blijft het niet. Het rapport bevestigt het beeld dat warmtenetten cruciaal zijn voor de transitie van woonwijken. Ecorys gaat uit van 490.000 bestaande huizen die vanaf 2030 hun warmte krijgen van bijvoorbeeld industrie, datacenters of via geothermie (aardwarmte). Voor de komst van die warmtenetten is snel nieuwe wetgeving nodig. Gemeenten moeten kunnen bepalen waar zulke netten komen. „Die centrale rol van gemeenten is wel in het klimaatakkoord afgesproken, maar het is wettelijk allemaal nog niet geregeld”, zegt Van Poelgeest.

In de beginfase spelen vooral woningcorporaties een belangrijke rol, omdat de verduurzaming van huurhuizen cruciaal is in de eerste jaren. „Die corporaties zijn onmisbaar. Maak hun investeringen mogelijk door de verhuurdersheffing te verlagen.” Die heffing werd na de financiële crisis in 2013 door het toenmalige kabinet ingevoerd.

Interview Van Poelgeest Pagina XX