Opinie

NS is straks een lekker hapje voor opkopers

Menno Tamminga

Auf Wiedersehen. Goodbye. De Nederlandse Spoorwegen, een staatsbedrijf, waande zich bijna twintig jaar lang de Internationale Spoorwegen. Maar de buitenlandse ambities zijn ingehaald door de werkelijkheid. Covid-19. Lege stoelen. Afwaardering van eerdere investeringen. Krimp. Geen groei.

In Duitsland hoopt NS de komende maanden op een reddingsactie met vijf deelstaten, anders is het gedaan met Abellio Duitsland, de lokale NS-dochter. Dat zou wel wat zijn: Nederlands staatsbedrijf stuurt aan op faillissement dochter in EU-land. In Engeland, waar NS ook spoorlijnen exploiteert, zijn de regionale lijnen min of meer genationaliseerd. NS had in 2020 een Nederlandse omzet van 2,8 miljard euro, in Duitsland 744 miljoen en in Engeland 3,1 miljard.

De argumenten voor de buitenlandse ambities waren nooit overtuigend. Kort gezegd: leren hoe je in andere landen onder andere politieke omstandigheden (liberalisering, concessies, marketing) treinen laat rijden. Wat had en heeft de Nederlandse reiziger daaraan? Nop.

Het leek er meer op dat het bestuur van NS in het buitenland wilde doen wat buitenlandse (staats)spoorbedrijven op zijn Nederlandse thuismarkt doen. De uitdager zijn. Een voet tussen de deur krijgen, zoals Arriva, dochter van staatsbedrijf Deutsche Bahn, dat succesvol in Nederland doet.

Lees ook deze eerdere analyse: Op de terugtocht, een illusie armer

Terug naar de thuismarkt is wel zo verstandig. NS zou deel van een trend zijn. Ook warenhuis HEMA kondigde vorige week het vertrek uit Engeland aan om zich te concentreren op de landen waar het de meeste winkels heeft, de Benelux en Frankrijk.

De pandemie heeft NS in het buitenland én op zijn thuismarkt in een krimpscenario gestort. Mede door afwaarderingen op buitenlandse investeringen leed NS vorig jaar 2,6 miljard euro verlies. Een reorganisatie moet de kosten in lijn brengen met de gedaalde omzet, maar stuit, net als andere bezuinigingsmaatregelen, op weerstand bij het goed georganiseerde personeel.

NS en de andere Covid-19-verliezers bij de staatsdeelnemingen zijn een extra hoofdpijndossier voor minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA). Naast de voortgang van de formatie, de interne CDA-stress en het toekomstig financieel-economisch beleid inclusief de begroting 2022.

Staatsdeelnemingen NS, KLM, Air France-KLM, Schiphol en Holland Casino zijn vorig jaar bikkelhard getroffen door de pandemie, blijkt uit een recent verslag. In 2019 maakten alle staatsbedrijven samen – de genoemde Covid-19-verliezers, maar ook Tennet, Gasunie en BNG en NWB Bank – bijna 3 miljard euro nettowinst. Vorig jaar was dat ruim 10 miljard verlies. Holland Casino, KLM en Schiphol vroegen loonsubsidie bij de overheid. Voor de ov-bedrijven gold een aparte vergoeding.

Wanneer NS zich terugtrekt tot zijn thuismarkt, opent dat nieuwe perspectieven. Zonder buitenlandse dochters kan NS zich concentreren op dienstverlening aan de Néderlandse reiziger, ook over de grens heen. Wanneer komt er een effectief, snel pan-Europees spoornet, om te concurreren met korteafstandsvluchten? Daar geen urgentie aan toekennen, is dé gemiste kans van de pandemie.

Er is ook een ander perspectief. Zonder verliesgevende buitenlandse ballast is NS een lekker overnamehapje. Het zal niet meteen gebeuren, maar als denkoefening wel de moeite waard: een strategisch belang van de Chinese staatsspoorwegen in NS. Dat zou een directe lijn zijn met handels- en industriemacht China. Nederland en Rotterdam zijn voor de Chinese Zijderoute het ideale vertrek- of eindpunt.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.