Brieven

Kaag-documentaire

Gehaaide voorlichters kijken juist gefrustreerd toe

Foto ANP/REMKO DE WAAL

In haar opiniestuk Een ordinaire heksenjacht (3/7) poneert Hassnae Bouazza en passant zonder reden of onderbouwing dat „het gros van de journalisten en journalistiek bedoelde programma’s [...] onvoldoende afstand [bewaart] tot politici en [...] voorlichters verregaande invloed op hun werk [laat] uitoefenen”. Het is dit soort stellig gepresenteerde terzijdes dat bijdraagt aan een maatschappelijk klimaat waarin het normaal is een vakkundige beroepsgroep weg te zetten als gewillige amateurs die er een potje van maken, van meelopers die feiten niet langer van politieke meningen weten te scheiden. Het is dit soort bijzinnetjes uit de losse pols dat het werken van duizenden journalisten, van wie honderden binnen de politieke verslaggeving, nodeloos geringschat.

Of is Bouazza de relevante nieuws- en onderzoeksjournalistiek van de afgelopen tijd al vergeten? De lijsttrekkersinterviews bij Nieuwsuur? De toeslagen-onthullingen bij Trouw en RTL Nieuws? De ‘functie elders’-foto van het ANP? De Omtzigt-memo bij De Limburger? De basisnieuwsvoorziening waarvan de gezamenlijke media lezers, kijkers en luisteraars dag en nacht voorzien? De lijst is veel langer en daarmee kan Nederland zich gelukkig prijzen: allemaal journalistiek waar de door haar aangehaalde gehaaide voorlichters in frustratie moesten toekijken. En de burger wijzer van werd.

Bouazza rondt haar stuk af met de algemeen geformuleerde oproep dat het „echt tijd [wordt] dat mensen hun rug recht houden”. Nou, hierbij. Wat betreft het gemakzuchtige afserveren van „het gros van de journalisten” dus dit: begin liever met de feiten.


hoofdredacteur ANP