Israëlische rechter sluit de deur voor tegenstanders van geheime wapendeals

Wapenindustrie Al jaren trachtten activisten in Israel openheid te krijgen over de wapenhandel met dubieuze regimes. De juridische weg is nu afgesneden.

Israël kent weinig scrupules als het om wapenhandel gaat. Zijn industrie leverde aan het Filippijnse leger, dat een omstreden drugsoorlog uitvecht in de sloppen.
Israël kent weinig scrupules als het om wapenhandel gaat. Zijn industrie leverde aan het Filippijnse leger, dat een omstreden drugsoorlog uitvecht in de sloppen. Foto Rolex dela Peña

Het Israëlische Hooggerechtshof zal geen verzoekschriften meer behandelen over wapenverkoop door Israëlische bedrijven aan dubieuze regimes. Een groep mensenrechtenactivisten onder leiding van advocaat Eitay Mack had het Hof gevraagd om het gebruik van Israëlische technologie tegen activisten in Rusland stop te zetten. De rechters wezen vorige week niet alleen dat verzoek af, maar besloten ook alle toekomstige verzoekschriften op dit terrein bij voorbaat te weigeren.

Israël staat erom bekend dat het weinig scrupules kent als het om wapenhandel gaat. Al jaren dient Mack, met steun van lokale activisten en politici, petities in om meer openheid te krijgen omtrent dubieuze wapendeals. Zo bleef Israël volgens Mack in 1994 wapens verkopen aan Rwanda, terwijl de genocide al bezig was. De privébeveiligers van de Oegandese autoritaire leider Museveni droegen Israëlische wapens, evenals een extreem-rechtse militie in Oekraïne. De Filippijnse president Rodrigo Duterte verklaarde tijdens een bezoek aan Israël in 2018 dat hij zijn leger had opgedragen alleen nog wapens van Israël te kopen. Duterte wordt internationaal veroordeeld om zijn gewelddadige antidrugsoorlog die duizenden sloppenwijkbewoners het leven kostte.

Israël is wereldwijd wapenexporteur nummer 8, volgens recente cijfers van het Stockholm International Peace Research Institute. Vorig jaar was voor Israël met 8,3 miljard dollar (7 miljard euro) het jaar met de op één na hoogste opbrengst van wapenverkopen ooit. Dat was vooral te danken aan de oorlog tussen Azerbeidzjan en Armenië om de betwiste regio Nagorno-Karabach. Tussen 2016 en 2020 leverde Israël 69 procent van de wapens aan Azerbeidzjan – ook vóór de recente gewelddadigheden al geen smetteloos regime.

Milities die vechten in Oekraïne konden ook Israëlische wapens kopen. Foto Alexander Ermochenko

De wapenhandel levert Israël niet alleen geld op, maar heeft ook politieke doelen. Die zijn zelfs het belangrijkst, denkt Mack. „De defensieverkoop aan Afrika is 4 procent van het jaarlijkse totaal, terwijl dat 54 landen betreft. Het gaat vooral om simpele wapens. Economisch stelt dat niets voor, de reden is steun verwerven in politieke kwesties.”

Surveillancetechnologie

Behalve traditionele wapens, zoals geweren, gevechtsvliegtuigen en de steeds populairdere drones, levert Israël ook surveillancetechnologie. Israëlische technologiebedrijven, met name NSO, kwamen de afgelopen jaren in opspraak omdat hun software was gevonden in de gehackte telefoons van activisten en journalisten.

Hoewel de verzoeken van Mack en zijn medestanders doorgaans worden afgewezen, zwichten bedrijven en overheden soms onder druk van de publiciteit die ermee gepaard gaat. Dat was ook het geval bij de verkoop van Israëlische technologie aan Russische veiligheidsdiensten. Leverancier Cellebrite kondigde in maart aan de verkoop van surveillancesystemen aan Rusland en Wit-Rusland te stoppen. Dat gebeurde nadat Mack bewijs had gevonden dat de technologie was ingezet om de telefoon af te luisteren van een naaste medewerkster van de Russische activist Aleksej Navalny.

„Bij mijn eerste petitie deden ze niets”, zegt Mack in een telefoongesprek met NRC. „Pas toen de zaak veel media-aandacht kreeg, reageerden ze. Voor bedrijven is het geen mensenrechtenprobleem, maar een pr-crisis.” Met het – afgewezen – verzoek van vorige week wilde de advocaat afdwingen dat de al aanwezige technologie ook niet meer gebruikt zou kunnen worden tegen activisten en journalisten in Rusland.

„Cellebrite houdt zich strikt aan alle relevante Israëlische, VS- en EU-regelgeving en vereist dat organisaties en regeringen onze technologie gebruiken volgens de standaards van internationale mensenrechten”, reageert Cellebrite desgevraagd.

VN-embargo’s

Het Hooggerechtshof oordeelde in zijn uitspraak van eind juni dat de beslissingen van Israëlische toezichthouders „overeenkomstig met juridische normen” worden genomen.

Israëlische wapenfabrikanten mogen volgens de militaire exportwet uit 2007 geen wapens verkopen aan landen waarvoor een embargo van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties geldt. Dat is nou juist het probleem, zegt Mack. „VN-sancties zijn zeldzaam, omdat de wereldmachten een veto hebben in de Veiligheidsraad. Als de VS het niet blokkeren, dan China of Rusland wel. Voor Syrië geldt ook nog steeds geen VN-embargo.”

Israël verkocht ook wapens aan het Myanmarese leger dat etnische zuiveringen op de Rohingya uitvoerde. Foto Kantarawaddy Times

Hij somt moeiteloos voorbeelden op waarbij de VN geen sancties oplegden, maar de EU en de VS wel. Israël bleef als enige westerse land wapens verkopen – niet alleen aan de Russische instantie die Navalny’s medestanders afluisterde, maar ook aan het leger van Myanmar tijdens de etnische zuivering van de Rohingya in 2016 en 2017, en aan Zuid-Soedan toen daar burgeroorlog woedde. Pas jaren later stopte Israël daarmee.

Wapenhandel is nergens ter wereld schoon, geeft Mack toe. „Het Europese of Amerikaanse systeem is verre van perfect, maar als de VS of de EU sancties opleggen, zou dat voor Israël als naaste bondgenoot het minimum moeten zijn om zich aan te houden”, zegt hij. „Tot het einde van de Koude Oorlog verkocht iedereen aan iedereen. Israël doet dat nu nog steeds.”

Mack en zijn medestanders zetten hun campagne voort, wellicht heeft het Hof zelfs een nieuwe deur voor de activisten geopend. „Een van de basisregels om zaken juridisch internationaal aan te kaarten, is dat het juridische systeem in het land zelf het niet kan oplossen”, aldus Mack. „Met deze beslissing heeft het Israëlische rechtssysteem dat bewezen.”