Reportage

‘Goud, kriebels en ontlading’ op eerste hardcorefestival in tijden

Serie: De langverwachte zomer Na anderhalf jaar konden afgelopen weekend de vuisten weer in de lucht op Harmony of Hardcore, ook al kwam de regen met bakken uit de hemel. „Dit soort feesten zijn mijn uitlaatklep voor boosheid en verdriet.”

Op festivalterrein De Roost in het Brabantse Erp was deze editie plaats voor 10.000 bezoekers, in plaats van de gebruikelijke 40.000.
Op festivalterrein De Roost in het Brabantse Erp was deze editie plaats voor 10.000 bezoekers, in plaats van de gebruikelijke 40.000. Foto’s Andreas Terlaak

Op een draaiende schijf voor de dj staan zondag een stuk of twintig jongeren energiek te dansen op hardcoremuziek. Op de snelle, harde beat maken ze boksbewegingen, ter hoogte van hun borst. Sommige ‘hakken’ door met hun benen korte, schoppende bewegingen voor- en achterwaarts te maken. Een jongen slaat een andere, hakkende jongen met een kunststof hakbijl op het hoofd.

Het uitverkochte ‘Harmony of Hardcore presents: Live Again!’ is dit weekend een van de eerste festivals in Nederland, na zo’n anderhalf jaar coronacrisis. Zoals gewoonlijk vindt het plaats op festivalterrein De Roost in het Brabantse Erp, maar ditmaal is er plaats voor slechts tienduizend bezoekers in plaats van de gebruikelijke veertigduizend, en zijn er zes podia in plaats van zestien. Bezoekers moeten bij de ingang van het terrein een negatieve coronatest of een vaccinatiebewijs laten zien. Op het terrein zijn er daarom geen coronaregels.

Fee Bakema (21) uit Amstelveen moest huilen bij binnenkomst. Liggend in een hangmat pakt ze haar telefoon en laat het filmpje zien. „Hardcorefestivals en -feesten zijn de uitlaatklep voor mijn boosheid en verdriet.” Ze vertelt over haar moeilijke jeugd en mentale problemen en verheft haar stem om boven de basdreunen uit te komen. „Maar hier voel ik me gelukkig en niet vervreemd van society.”

Wat Bakema en haar vriendin Ilse Kalma (19, ook uit Amstelveen) zo fijn vinden aan hardcore-evenementen? Het saamhorigheidsgevoel. „En er wordt niet geflirt. Zelfs niet als je er extravagant uitziet, zoals ik”, zegt Bakema. Ze draagt haar zwarte haar in twee staarten en heeft een bikinitopje met blauwe veren en een kort sportbroekje aan, waardoor de tatoeages op haar bovenbeen te zien zijn. Kalma: „En, dit klinkt cringy, maar je kan hier jezelf zijn zonder dat het raar is.”

Het decor van het festival doet denken aan dat van een kermis: veel roze, en knipperende lampen in verschillende kleuren. Een groot deel van de festivalgangers draagt een trainingspak of een casual outfit. Ook zijn er veel mannen en jongens met ontbloot bovenlijf en lopen veel meisjes en vrouwen in korte topjes en broekjes. Er hangt een klamme, benauwende hitte in de lucht.

Behalve op de draaiende schijf wordt er nog niet uitbundig gedanst op het festival. Het is alsof de bezoekers hun adem nog even moeten inhouden voordat ze écht mogen feesten. „Je ziet dat mensen er nog even in moeten komen”, zegt de 23-jarige Pascal uit Leerdam. „Maar wij waren er gister ook en je went snel hoor”, zegt Chanell van Meeuwen (21) uit het nabijgelegen Betuwse Beesd.

Dan, rond een uur of vier ’s middags, komt de regen met bakken uit de hemel en barst het festival los. Festivalgangers in poncho’s verzamelen zich massaal voor de podia en dansen onder de overkapping en dicht op elkaar, om niet nat te worden. Omgeven door hard gebonk van de muziek proberen ze met hun kleine, snelle pasjes de afgelopen anderhalf jaar de vergetelheid in te schoppen.

„Ik heb dit zo fucking gemist”, zegt Arjen Geerts (25) uit het Overijsselse Ommen. Hij zit met zijn vrienden aan een picknicktafel en wil graag geïnterviewd worden. „Als je die bas weer hoort… Vlinders in je buik!” Schuin tegenover hem zit Victor Schuurman (24) uit Rheden (Gelderland). „Goud, kriebels, ontlading.” Midden in zijn verhaal over hoe tijdens corona alles van hem werd „afgepakt” stopt hij met praten. Vanaf het podium een stukje verderop klinkt de ‘climax’ van een hardcorenummer en breed glimlachend beweegt Schuurman zijn gebalde vuisten op het ritme van de muziek.

Sabine (34) uit Rhenen (Utrecht) moet lachen om Schuurman, die ze overigens niet kent. „Hardcore is niet helemaal mijn ding, maar een aantal vrienden van me houdt er wel erg van en het is leuk om zo het festivalseizoen af te trappen.” Naast haar zit Ferry (34) uit Opheusden (Gelderland). Hij heeft de lockdowns anders ervaren dan Schuurman. „Ik denk dat het wel even goed was. Zo leer je je vrijheid opnieuw te waarderen.”

Het regent nog steeds hard. Sabine haalt een doorzichtige poncho uit haar zilverkleurige heuptasje. „Hier, wil je deze hebben? Ik heb er nog een.”

Een eindje verderop vindt Melissa van de Werken (22) uit Schoonhoven (Zuid-Holland) het moeilijk om zich over het slechte weer heen te zetten. „Ik ben altijd de allergekste op dit soort feestjes, maar als er iets is wat ik haat dan is het kou en regen.” Haar blonde haar zit in een staart, de zijkanten van haar kapsel zijn opgeschoren. Ze draagt een trainingspak van het merk Australian – een ‘Aussie’, de ultieme gabberoutfit. Wat doet ze dan voor gekke dingen bijvoorbeeld? „Nou, gewoon, mensen voor de gek houden. Tennissen met mijn waaier.”

Voor de pandemie ging Van de Werken naar zestig hardcorefeesten in veertig weken. De liefde voor gabber heeft ze van haar ouders meegekregen. Ze laat een oude foto zien van haar vader, ook in een Aussie. „Ik heb een foto van mezelf in een kinderwagen met mijn ouders in Aussies erachter.”

De eerste maanden zonder feesten vond ze erg zwaar. „Een heel groot deel van mijn sociale leven speelt zich op dit soort feesten af”, zegt ze. „Maar op een gegeven moment vond ik een nieuwe hobby: aan mijn auto sleutelen. Vanaf toen ging het beter. En nu de feesten terug zijn, is het eigenlijk alsof ze nooit zijn weggeweest.”

De achternamen van Pascal, Sabine en Ferry zijn bekend bij de redactie.