Grote Code van het EK gekraakt

De Steekpass De columnisten Arjen Fortuin en Emilie van Outeren werpen in deze rubriek om de beurt een blik op het EK voetbal.

De steekpass

Nu we alleen nog de puntjes op de i van Euro 2020 moeten zetten, wordt het tijd om de Grote Code te kraken. Die ga je pas zien als je het doorhebt. Denk niet aan details als balbehandeling of tactiek, maar aan grotere zaken zoals het palindroom BRA-DUI-ARG-ITA-ARG-DUI-BRA dat tussen 1970 en 1994 bepaalde wie het WK won. Dit is de Grote Code van dit jaar: bij de laatste vier zitten uitsluitend landen die hun groepswedstrijden thuis speelden.

Duitsland en Nederland óók, hoor ik u denken. Maar ja, Oranje doolde door Boedapest als een millennial op stedentrip zonder internet en Duitsland speelde in Londen tegen het thuiste thuisland van allemaal. Hoe de Grote Code precies doorwerkt, weten we niet. Vermoeidheid? Temperatuurverschillen? Paranormale ballenjongens? Niet alle landen speelden uitgesproken goed in eigen land: Denemarken en Spanje stonden op de rand van uitschakeling. Voor de Grote Code maakt dat niet uit, die onttrekt zich aan de platgetreden paden van de mainstream media.

Als reiskilometers tot in detail bepalend zijn dan gaan de Engelsen fluitend naar de toernooizege. Maar er is ook de meerjarige Tweede Grote Code: EK’s worden al zeventien jaar gewonnen door het land dat het verst moest reizen om in de finalestad te komen. Passen we de Tweede Grote Code toe op dit toernooi dan is één ding zeker: Denemarken en Engeland spelen woensdag om het zilver. Italië wint.

Arjen Fortuin