Reportage

Twaalf jaar opleiding en dan als chirurg nog geen baan kunnen krijgen

Artsenoverschot Op de arbeidsmarkt voor artsen is iets vreemds aan de hand. Er is een overschot aan mensen met ‘sexy’ beroepen, zoals chirurgen. Maar ook een tekort aan minder populaire specialisten, zoals verzekeringsartsen en huisartsen. „Omscholen moet bespreekbaar worden.”

Annemieke Kanninga, omgeschoold van anesthesioloog naar gehandicaptenarts: „Ik vind het geweldig om dit te gaan doen.”
Annemieke Kanninga, omgeschoold van anesthesioloog naar gehandicaptenarts: „Ik vind het geweldig om dit te gaan doen.” Foto Roger Cremers

Wat dapper, zeggen collega’s tegen Annemieke Kanninga als ze vertelt dat ze zich laat omscholen tot arts voor verstandelijk gehandicapten. Ze was anesthesioloog in het ziekenhuis en draaide onregelmatige diensten, soms van zestien uur achtereen. Maar haar belangrijkste bezwaar: ze was te weinig met patiënten bezig. Nu wordt ze arts voor mensen met een verstandelijke beperking – in instellingen en bij hen thuis. Waarom dat dapper zou zijn, begrijpt ze niet. „Ik vind het geweldig om dit te gaan doen.”

Er is iets vreemds aan de hand op de arbeidsmarkt voor artsen. Enerzijds is er een schreeuwend tekort aan artsen voor verstandelijk gehandicapten, specialisten ouderengeneeskunde, verzekeringsartsen en, in sommige regio’s, aan huisartsen. Dat is minder ‘sexy’ werk, veelal in de langdurige zorg buiten het ziekenhuis.

Anderzijds is er een overschot aan chirurgen, cardiologen, internisten en radiologen. De ‘witte pakken’, bekend uit talrijke televisieseries, die in het ziekenhuis werken.

Drie kinderen

‘Jonge klaren’ heten ze in jargon: ze zijn klaar met de opleiding tot specialist (vijf tot zes jaar bovenop zes jaar voor de studie geneeskunde) maar zo jong zijn ze niet meer: tussen de 30 en 35 jaar. Vaak hebben ze al een kind en een partner en willen ze zich settelen. Sommigen krijgen snel een vaste baan of een plek in een maatschap. Maar een groeiende groep lukt dat niet.

Neem de chirurgen: drie à vijf jaar na afloop van hun opleiding had in 2019 twintig tot dertig procent van hen geen vaste plek gevonden in Nederland, blijkt uit cijfers van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde, de wetenschappelijke beroepsvereniging voor chirurgen en artsen in opleiding tot chirurg. In 2020 was dit al zo bij zestig procent van de jonge klare chirurgen. En 6 tot 10 jaar na de opleiding heeft gemiddeld 18 procent nog altijd geen vaste aanstelling als chirurg.

Zij werken doorgaans wel, her en der, voor korte tijd of wat langer. Maar een volwaardige plek in een maatschap of een vaste baan hebben ze vaak niet. Ze zijn de ‘flexibele schil’ van het ziekenhuis.

Het stuwmeer aan jonge klaren zorgde onlangs tot een hartenkreet in vakbladen. Internist-oncoloog Chantal du Perron vertelde bijvoorbeeld afgelopen mei in Arts&Auto dat ze sinds november werkloos thuis zit. „Ik ben er kapot van. Dokter zijn wordt een deel van je identiteit. Dat verliezen, is heel moeilijk. De oncologie is en blijft voor mij het mooiste vak dat er bestaat: dít is wat ik wil. Tegelijkertijd is er een proces op gang gekomen en realiseer ik me: de WW houdt een keer op, ik heb een gezin, ik heb een huis.”

Zo’n cri de coeur wordt dapper gevonden. De meeste flexibele schil-artsen durven er niet voor uit te komen dat ze geen (vaste) baan hebben. Want als je klaagt dat je geen baan hebt, gaat dat aan je kleven. „Als je na vijf jaar nóg nergens bent aangenomen, kun je het wel vergeten”, zegt een chirurg die niet met zijn naam in de krant wil. „Dan zijn de nieuwste veelbelovende chirurgen namelijk alweer klaar met hun opleiding.”

Werk is er genoeg. Zelfs vóór de coronacrisis was er meer vraag naar zorg dan aanbod. Nu ligt er een berg ‘inhaalzorg’ die tijdens de pandemie is uitgesteld. En toch is er voor sommige jonge klaren geen ruimte.

Behalve een persoonlijk drama voor afgestudeerde specialisten is dit ook een maatschappelijk probleem, zegt traumachirurg en opleider Marijn Houwert. Hij is zelf in dienst van een academisch ziekenhuis. „De overheid investeert na de studie geneeskunde nog eens 900.000 euro in de zesjarige opleiding van een chirurg. En mensen zelf hebben daar ook enorm in geïnvesteerd. Je zet veel opzij om twaalf jaar zo’n intensieve opleiding te volgen. Het is je levensbestemming.”

Het overschot bij sommige medische specialismen heeft geleid tot een wedloop in cv-building. Het is haast pijnlijk om te zien hoe graag jonge dertigers medisch specialist in het ziekenhuis willen worden, zegt longarts Remco Djamin, die tot voor kort het medisch specialistisch bedrijf leidde in het Brabantse Amphia Ziekenhuis. „De cv’s die we krijgen bij een sollicitatie! ‘Ik ben gepromoveerd, heb in het buitenland gewerkt, heb drie kinderen én kan heel goed piano spelen’.”

Lees ook: ‘Wij vrijgevestigde artsen zijn juist níet bezig alleen maar productie te halen’

Mismatch

Hoe kan het dat er voor de functie van chirurg 30 sollicitatiebrieven komen en er aan de opleiding tot arts verstandelijke gehandicapte dit jaar maar 16 mensen begonnen, terwijl er landelijk minimaal 27 nodig zijn?

Wat de arbeidsmarkt over zes jaar – na de specialistenopleiding – nodig heeft, valt niet perfect te voorspellen, zegt Olivia Butterman, programmasecretaris medisch specialisten bij het Capaciteitsorgaan.

Dit overheidsorgaan berekent hoe veel artsen er per jaar opgeleid moeten worden. „We hebben een rekenmodel met 50 parameters voor zittende artsen en artsen in opleiding, waaronder leeftijd, verloop en aantal fte’s. Daarnaast kijken we naar de demografie, deeltijdwerk én veranderingen in de zorg, zoals minder zware operaties waardoor méér oude mensen geopereerd zullen worden.”

Elke drie jaar adviseert het Capaciteitsorgaan de minister. Butterman: „We geven een bandbreedte voor het minimale en maximale aantal op te leiden specialisten. Verschillende ministers van Volksgezondheid, zoals Edith Schippers (VVD), kozen altijd de bovenkant van die bandbreedte: zo veel mogelijk. Het idee was dat als er meer specialisten zouden komen, hun prijs per uur zou dalen.”

Er is nog een andere belangrijke oorzaak voor het overschot. Ziekenhuizen hebben er baat bij om zo veel mogelijk specialisten in opleiding (AIOS) aan te nemen, want daar verdienen zij aan. Voor elke AIOS die ze opleiden, krijgt het ziekenhuis 146.000 euro per jaar van de overheid. Meer dan ze eraan kwijt zijn. „Bovendien zijn het bekwame, goedkope dokters. Zeker de ouderejaars AIOS”, zegt chirurg Houwert.

Tegelijk gelden sinds 2012 de ‘hoofdlijnenakkoorden’, waarin overheid, zorgverzekeraars en ziekenhuizen elk jaar centraal afspreken hoeveel de uitgaven aan ziekenhuiszorg mogen stijgen. Dat fungeert als een rem tegen ongeremde groei. „Het leidt ertoe dat ziekenhuizen minder nieuwe jonge klaren aannemen”, aldus Butterman van het Capaciteitsorgaan.

Vijf jaar na de invoering van de hoofdlijnakkoorden, in 2017, ontstond de eerste piek van nieuwe afgestudeerde specialisten. Een perfect storm, noemt Butterman dat. Meer artsen, maar minder geld, en dus minder banen.

Teleurstelling

Het feit dat er een Capaciteitsorgaan bestaat dat ramingen maakt, wekt de indruk dat alles te voorspellen is, zegt hersenchirurg Pieter van Eijsden, die in dienst is bij een academisch ziekenhuis. Hij is kritisch. „Veel dingen kún je niet voorspellen. Ze dachten dat de vele vrouwen die nu arts worden in deeltijd zouden willen werken als ze moeder werden. Maar wat blijkt? Om geaccepteerd te worden in het team gaan ook zij voltijds werken. Dus dan heb je weer minder nieuwe artsen nodig.”

De teleurstelling van werkloze jonge klaren wordt georganiseerd door het Capaciteitsorgaan, vindt Van Eijsden. „Je kunt het ook aan de markt overlaten. Dan schep je geen verwachtingen dat er altijd werk zal zijn voor iedereen.”

De meeste jongere artsen, de dertigers en veertigers, willen niet zestig uur per week in het ziekenhuis werken. Foto Roger Cremers

Maar dat is toch te duur? „Je zou kunnen eisen dat studenten een deel van hun opleiding zelf betalen. Dan gebeurt het niet allemaal van gemeenschapsgeld.” Volgens Van Eijsden oriënteren studenten zich dan op de vraag of ze een redelijke investering in hun eigen ontwikkeling redelijkerwijs zullen terugverdienen. „Dan wegen ze de banenmarkt mee bij hun keuze. Voor de arts voor verstandelijk gehandicapten is dat zeer realistisch, voor een chirurg minder.”

Het irriteert hem dat „wij artsen het normaal vinden dat we een gratis opleiding krijgen en ook nog een baangarantie als medisch specialist waarmee we 100.000 tot 300.000 euro gaan verdienen. Toekomstige dokters richten zich alleen op ergens binnenkomen en hebben dan de – ook wel weer terechte – passieve verwachting dat men de toekomst verder wel voor hen regelt”.

Het feit dat de overheid zoveel in haar had geïnvesteerd, was voor anesthesioloog Annemiek Kanninga reden om lang in het ziekenhuis te blijven werken, terwijl ze eigenlijk iets anders wilde. „Ik had het gevoel dat ik de patiënt in het systeem van het ziekenhuis moest duwen. Daar werd ik niet gelukkig van. Ik wil echt de ruimte om zorg op te bouwen rond een patiënt, en dat kán bij verstandelijk beperkten. Daar kijk je echt wat een persoon nodig heeft.”

Oplossingen bedenken

De onvrede onder de groeiende groep jonge klaren in de flexibele schil laat hun oudere collega’s niet onberoerd. En dus worden er nu oplossingen bedacht, al zijn die nog niet ingevoerd.

Laat het specialisme arts verstandelijk gehandicapten aan bod komen tijdens de studie geneeskunde, zegt bijvoorbeeld Hanneke Veeren, hoofd van de landelijke AVG-opleiding. „Wij komen er nu niet tussen. De studie geneeskunde is geënt op ziekenhuisartsen. Terwijl maar een derde van de afgestudeerden in een ziekenhuis gaat werken. De rest wordt arts in de langdurige zorg, zoals wij, of huisarts of bedrijfsarts.”

Het tekort aan artsen buiten ziekenhuizen is een zere plek. Omscholen, zoals anesthesioloog Annemieke Kamminga deed, is taboe. Chirurg Houwert: „Ik vind dat omscholen best bespreekbaar mag worden. De chirurgen die we afleveren, zijn supergoed. Maar als je lang werkloos bent, kun je ook arts worden op een ander terrein.” Dat kost een jaar of drie.

In ziekenhuizen zal pas ruimte worden gemaakt voor nieuwe specialisten als hen landelijk wordt opgedragen dat te doen, zegt longarts Remco Djamin. „Het is een landelijk probleem. Geen enkel lokaal ziekenhuis gaat zelf een nationaal probleem oplossen door opeens meer cardiologen of chirurgen aan te nemen.”

De opleidingskraan moet ook dicht, vindt Houwert. „Niet helemaal natuurlijk, maar er worden nu 68 chirurgen per jaar opgeleid. 48 zou beter zijn: dan geef je een signaal af dat we met minder AIOS toe kunnen én moeten.”

Tot slot zou een andere arbeidscultuur ook kunnen helpen. De meeste jongere artsen, de dertigers en veertigers, willen niet zestig uur per week in het ziekenhuis werken en hun gezin weinig zien, zeggen alle geïnterviewden die NRC sprak.

Dat arbeidsethos heeft de oudere generatie artsen veel gekost, constateert Remco Djamin. „Ik heb weinig artsen zonder kleerscheuren hun pensioen zien halen.” Echtscheidingen en burnouts komen veel voor.

Iets minder volle werkweken, inschikken, en dus ook iets minder loon of inkomen vanuit de maatschap, zien jonge artsen ook als een kans om hen aan het werk te krijgen.