Opinie

Meer ‘ Order! Order! ’ in het Nederlandse parlement

Fatsoen in de Tweede Kamer

Commentaar

Iets van een wildebeestenlucht, zoals D66-oprichter Hans van Mierlo het ooit beschreef, mag er hangen in de Tweede Kamer. Het debat mag op het scherpst van de snede worden gevoerd, mag fel zijn en kritisch. De pluriformiteit van de Nederlandse samenleving moet hoorbaar en voelbaar zijn vanaf de blauwe bankjes.

Dat is alleen niet hetzelfde als de verruwing die de volksvertegenwoordiging vorige week opnieuw tentoonspreidde. Opnieuw, want het doorsijpelen van persoonlijke beledigingen, grof taalgebruik en anderszins weinig beschaafd gedrag in het parlement, is helaas al een tijd aan de gang. En telkenmale zegt de Kamer zelf dat nú echt een grens is overschreden.

In 2018, bij de Algemene Beschouwingen, opende toenmalig Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA) de tweede vergaderdag met de klachten die zij van burgers uit het hele land had gekregen: „Ze ergeren zich aan de manier waarop wij met elkaar omgaan. We hebben de verantwoordelijkheid met respect met elkaar om te gaan, en het aanzien van de Kamer zijn wij allemaal.”

Dat gold toen en dat geldt nu helemaal. Op een moment dat het Binnenhof – in een formatieperiode waarin de chemie onderling al ver te zoeken is – spreekt over een nieuwe bestuurscultuur, op een moment waarop het vertrouwen in de politiek toch al op een dieptepunt is beland, is het meer dan ooit van belang dat de volksvertegenwoordiging zich waardig gedraagt.

Lees ookdit artikel: Schelden, stilzitten, fouten uitwissen: het verval van de Kamer in coronatijd

Wat de ongepaste uitspraken extra storend maakt, is dat ze vaak niets te maken hebben met de inhoud van de debatten en afleiden van het werk waar de Kamer zich op zou moeten richten. Zie de voortdurende insinuaties van de PVV dat demissionair minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Zaken, D66) contacten onderhoudt met terroristen, vanwege haar huwelijk met een Palestijnse man en de steun van haar ministerie aan Palestijnse organisaties. PVV-Kamerlid Gidi Markuszower zei afgelopen week weer dat ze „heel graag terroristen om zich heen heeft”.

Of kijk naar FVD-Kamerlid Gideon van Meijeren, die verwees naar de Tweede Wereldoorlog bij het aanvragen van een hoofdelijke stemming over een coronawetsvoorstel: „Dan kan niemand zeggen ‘ich habe es nicht gewusst’.” Deze opmerkingen worden niet uitgesproken in het heetst van het debat, het zijn geen opmerkingen die eruit floepen. Ze staan op papier en zijn louter bedoeld voor de eigen achterban. Het is strategie. Zoals politicoloog Léonie de Jonge het zaterdag in NRC omschreef: creëer een schandaal, dat zorgt voor ophef, kruip in de slachtofferrol en zeg ‘monddood’ te worden gemaakt, dan is er weer een nieuw schandaal.

Lees ook dit artikel: De Tweede Kamer verruwt, en de dynamiek is telkens dezelfde

Zo blijven Kamerleden elkaar bestoken met verbaal uitgesproken tweets. Dat geldt overigens niet alleen voor parlementsleden op de flanken. Bij andere fracties is weliswaar nog sprake van fatsoen, maar ook hun kan verweten worden dat de zucht naar ‘een leuk filmpje’ voor sociale media het verlangen naar een goed debat regelmatig overstijgt.

Van de Kamervoorzitter en plaatsvervangers kan verlangd worden dat zij een grens trekken. Zeker als de Tweede Kamer daarom vraagt, zoals afgelopen week, toen Kamerlid Corinne Ellemeet (GroenLinks) de plenaire zaal verliet en een klacht indiende. Dat ontslaat Kamerleden niet van de verantwoordelijkheid hun eigen functioneren onder ogen te zien. Onfatsoenlijk, ruw gedrag mag op geen enkele plek in de samenleving genormaliseerd worden. Meer „Order! Order!” dus, ook in het Nederlandse parlement.