‘Je mocht niet alles zeggen op de radio’

Mens & apparaat Een serie over mensen en de apparaten die zij hebben gekend. Deze week: hoe was dat, toen een apparaat opeens begon te praten in de Nederlandse huiskamers?

Naam Theo de Groot (100)
Woont in Castricum, met echtgenote Lies (90)
Is gepensioneerd sinds 39 jaar
Was ambtenaar Onderwijshuisvesting bij de Gemeente Amsterdam

‘Ik weet nog dat wij thuis radio kregen, in 1925 of ’26, ik was een jaar of vijf. Wij waren lid van de VARA. Dat stond voor Vereeniging van Arbeiders Radio Amateurs, de naam zegt het eigenlijk al: zo’n apparaat kocht je toen nog in losse onderdelen, die je zelf in elkaar moest sleutelen. Mijn vader was instrumentmaker, en heel handig. Dat moest je ook wel zijn; die kastjes waar alles in zat, kwamen later pas.

„Op twee plekken in de ether kon je Nederlandse programma opvangen: op de ene zaten de VARA en de AVRO, op de andere de NCRV en de KRO. Soms ving je het signaal op van een buitenlandse zender; dat vond je dan helemaal bijzonder.

„In het begin werd er alleen maar gepraat in die radio-uitzendingen. Bij de AVRO hoorde je bekakte lui, van die would-be sjieke mensen. Heel populair was daar een vrouw, Ida de Leeuw van Rees, die urenlang naailes zat te geven. Kun je nagaan, op de radio! Zat ze daar stap voor stap te vertellen hoe je een jurk in elkaar moest zetten.

„Bij de VARA luisterden we op woensdagmiddag vaak naar Ome Henk. Die vertelde twee uur lang allerlei verhalen en hij beantwoordde vragen van luisteraars. Een soort wandelende encyclopedie was hij, voor de arbeidersverheffing. Hij hield een keer een verhaaltje over de Bijbel en dat je niet alles letterlijk moest nemen wat daarin stond. Dat leidde tot een knallende ruzie met de NCRV. Op die zender zeiden ze tegen de luisteraars dat ze nooit meer naar Ome Henk mochten luisteren, omdat die een verbond had met de duivel. Je mocht in die beginjaren niet zomaar alles zeggen op de radio. Er was staatstoezicht, een controlecommissie.

„Langzaamaan kwam er meer humor op de radio, veel gekke verhaaltjes. Acteurs gingen hoorspelen maken. Wij luisterden thuis graag naar Ome Keesje, die de gekste avonturen beleefde. Hij ging zelfs naar de maan. Ja, ome Keesje was zijn tijd ver vooruit.

„Jarenlang is De bonte dinsdagavondtrein heel populair geweest, met allerlei zangers en grappenmakers. Begin jaren vijftig heb ik daarin zelf nog eens mogen optreden. Ik werkte bij de Gemeente Amsterdam, waar ik op het personeelsfeest altijd een conference deed. In de zaal zat iemand van de radio, die na afloop naar me toekwam en zei: joh, je hebt talent, kom dat ook eens voor de radio in Hilversum doen. Dat was een heel avontuur.

„Later ben ik nog eens in contact gekomen met iemand van de KRO, die ook een populair amusementsprogramma hadden, Negen heit de klok. Ik stuurde teksten in, sketches van twee à drie minuten. Soms werden er wel twee van mij uitgezonden; 25 gulden per stuk, kreeg ik dan – dat was een fiks bedrag voor die tijd.

„Tegenwoordig luister ik amper nog naar de radio. Mijn vrouw en ik kijken naar Netflix. Films. En comedy, je kunt tegenwoordig comedians uit de hele wereld op de buis krijgen. En ik kijk veel naar voetbal, op Fox Sports, wat ze tegenwoordig ESPN noemen.

„Mijn vrouw heeft wel een smartphone, maar ik ben er niet meer aan begonnen. Zij belt er ook alleen maar mee, hoor – niet dat eindeloze, domme getuur op dat schermpje de hele tijd.”