Recensie

Recensie Boeken

De krant is een weemoedig gestemde ziel

Kinderboek Dit Colombiaans-Argentijnse prentenboek vertelt over het ‘leven’ van een krant. Losbladig en veelkantig is de nieuwsdrager ook een poëtische metafoor voor een gekwelde ziel op zoek naar een lotsbestemming.

Illustratie uit besproken boek.
Illustratie uit besproken boek. Tekening José Sanabria

Een sneeuwman die verliefd wordt op een kachel, een stopnaald die liever wil naaien, een kerstboom die terugverlangt naar toen hij nog een dennenboom was: Hans Christian Andersen (1805-1875) was de eerste schrijver die succesvol de meest uiteenlopende voorwerpen een ziel toedichtte. Maar een krant overtuigend tot leven wekken, zoals de Colombiaanse illustrator José Sanabria en Argentijnse schrijver María Laura Díaz Domínguez in Blad in de wind doen, daar heeft Andersen zich nooit aan gewaagd. Op zich begrijpelijk: een beetje krant is veelkantig (letterlijk en figuurlijk) en heeft bovendien een dito karakter. Het Zuid-Amerikaanse duo heeft zich daar echter niet door laten afschrikken. Sterker nog: in hun verhaal zetten ze die veelkantigheid juist op een even ingenieuze als originele wijze in.

Losse bladen

Het leven van de krant begint vrij ongecompliceerd: ‘Vroeg in de ochtend werd ik geboren, op een grote koude plek’, vertelt hij in passend scheppende taal. ‘Ik was daar niet alleen en we hielden elkaar warm. Al snel gingen we op zoek naar een ander thuis. Dat zou een heel speciaal moment worden.’ En dat wordt het. Eenmaal afgeleverd bij een krantenkiosk worden de kranten een voor een verkocht. Alleen met de hoofdpersoon gaat het anders, die blijft achter, tot de wind hem uit elkaar waait en in losse bladen meevoert: ‘Ik raakte los en begon aan een lange tocht. [...] Het ene ogenblik leefde ik en een wereld van kleuren./ Dan weer trok ik bleek weg van verlegenheid.’

Wat zo ontzettend goed gedaan is: aan dit soort zinnen, die indirect naar onze existentiële eenzaamheid verwijzen, kun je nauwelijks aflezen dat we te maken hebben met een krant als hoofdpersoon. Slim gebruik makend van de dubbelzinnigheid van de taal roept Díaz Domínguez hier een treffend beeld op van een weemoedig gestemde ziel op zoek naar zijn lotsbestemming. En dat is nog niet zo eenvoudig als je uit elkaar gevallen bent: ieder blad blijkt een ander doel te dienen. Een ijverige huisvrouw gebruikt ‘m als poetslap, een kleine jongen vouwt ‘m om tot een papieren bootje, voor een man en vrouw is hij een paraplu, een kind gebruikt ‘m als lijkwade voor zijn dode vis…

Echte knipsels

Maar dát lees je dus niet, dat zie je. Op de ruw geschilderde, expressieve prenten in licht naïeve stijl toont Sanabria daadwerkelijk een krant, effectief met collagetechniek uit echte knipsels samengesteld. Terwijl de suggestieve, poëtische tekst oprecht appelleert aan een onbestemd verlangen, het voor iedereen herkenbare gevoel van heimwee zonder te weten waarnaar, vangen Sanabria’s levendige taferelen juist de alledaagsheid van de stad en straat, met hoog gehoede mannen en paard-en-wagens die zich ongewoon gewoon tussen het autoverkeer bewegen. Die knappe, contrasterende wisselwerking tussen tekst en beeld maakt Blad in de wind tot een geweldig spannende (voor)lees- en kijkervaring.

Anders dan de sprookjesvertellingen van Andersen (het oertype van de gekwelde ziel) kent Blad in de wind een hoopvol einde. Waar Andersens verliefde sneeuwman onvermijdelijk wegkwijnt totdat er niets van hem rest en de kerstboom in vlammen opgaat, vindt het laatste blad van de krant na zijn moeizame maar afwisselende en veelzijdige levenstocht alsnog zijn bestemming. ‘Voor het eerst las iemand wat ik te zeggen had’, en dat blijkt ‘het mooiste nieuws van de wereld te zijn’. In Sanabria’s beelden – een vrouwenportret aan de muur, een terugkerende naam in de krant – zou je enkele voorzichtige aanwijzingen kunnen zien wat dat nieuws behelst. Maar uiteindelijk laten hij en Díaz Domínguez de interpretatie van het bericht dat de man heeft gelezen gelukkig en terecht aan onze eigen verbeelding over. Je daaraan overgeven is trouwens niet heel moeilijk. Door de fraaie afsluitende, surrealistische droomprenten waarop de man in gelukzalige toestand boven de huizen wegzweeft – een knipoog naar Marc Chagalls beroemde schilderij Boven de stad – raak je vanzelf in hoger sferen.