Mozes: ‘Kies dan het leven’

Levenslessen Dit heeft Jacobine Geel geleerd van Mozes over goed doen.

Foto Paul Tolenaar/FPG, beeldbewerking NRC

‘Het bijbelboek Deuteronomium bestaat uit vier lange, formidabele toespraken van aartsvader Mozes. Op de rand van de dood, aan de grens van het beloofde land, geeft hij regels en wetten mee aan het volk van Israël. Vier korte woorden raken mij hieruit in het bijzonder: ‘Kies dan het leven.’ Het is, in al zijn eenvoud, de combinatie van de woorden kiezen en leven die ik zo treffend vind.

„Voor mij staat het woord leven voor goed doen, het goede doen – voor jezelf, je medemens, de mensheid. Je doet het niet om veilig aan de andere kant van die gevaarlijke zee te komen, of om een plek in de hemel te krijgen. Je doet het omdat je déze wereld wilt optillen, je kiest voor verschilligheid in plaats van onverschilligheid. Dat is de betekenis van geloven in mijn leven.

„Het woord kiezen maakt de oproep van Mozes extra sterk. Voor mij spreekt hier energie uit. Je kunt met je rug naar de wereld gaan staan en kiezen voor cynisme en hard oordelen. Dat maakt eenzaam. Je kunt ook kiezen voor de kant van samen leven, van compassie, van medemenselijkheid. Natuurlijk is dat niet altijd even simpel. In mijn eigen leven ken ik ook perioden van machteloosheid en verdriet. Ik heb ooit nare toestanden meegemaakt in een kerkelijke gemeente in Amsterdam. Er waren misverstanden, conflicten. Toen ik me daaruit terugtrok, werd dat door sommigen als verraad gezien.

„Ik was een jonge pastor. Nu, jaren later, met meer afstand en levenservaring, zie ik beter wat ik zelf anders had moeten doen. Weggaan is voor mij toen de juiste beslissing geweest: ‘Kies dan het leven.’ Blijf niet hangen in strijd, in negatieve energie.

‘Ik moest ook aan Mozes denken toen ik het boek So Much Life Left Over van Louis de Bernières las. Het gaat over een Britse piloot in de Tweede Wereldoorlog die vrijwel alles kwijtraakt: zijn vrouw, zijn huis, zijn familie – en ten slotte ook zijn enige kind, zijn dochter. Hij denkt: nu heb ik niets meer om voor te leven. In een mistige nacht staat hij op de rand van een klif. Opeens hoort hij een stem die zegt: ‘Ik zou niet daar springen.’ Die stem redt zijn leven. Ik zal hier niet verklappen wie dit zei. Het was de stem van een mens, dat wel – niet die van God, of van een engel.

„Wat mij raakt aan dit citaat is het diepe begrip voor dit bijzondere mens en zijn wanhoop. De stem zegt: ‘Natuurlijk, je hebt het volste recht om te springen! Als het leven je zo diep en zwaar verwondt, mag niemand je weerhouden een sprong te maken. De vraag is alleen: weet je zeker dat je dáár wilt springen, van een klif? Weet je zeker dat je op dit moment wilt springen?’

„Tijdens mijn werk in de ggz denk ik hier regelmatig aan. Hulpverleners willen helpen, dat is hun vak, hun roeping. Maar dat werkt niet als ze tegen een cliënt of patiënt zeggen: doe dit, of doe dat. Hooguit kun je helpen hun knopen te ontwarren – en hopen dat de uitkomst een keuze voor het leven is.”