Honger in Madagaskar: modder eten om je maag te vullen

Klimaatverandering In het zuiden van Madagaskar dreigt honger voor 1,1 miljoen mensen. Aanhoudende droogte door klimaatverandering is de voornaamste oorzaak.

Een vrouw probeert water te verzamelen bij een poeltje in de bedding van een drooggevallen rivier. Droogte heeft geleid tot mislukte oogsten
Een vrouw probeert water te verzamelen bij een poeltje in de bedding van een drooggevallen rivier. Droogte heeft geleid tot mislukte oogsten Foto Reuters/VN

De stilte. Dat was wat Arduino Mangoni „overweldigde” toen hij twee weken geleden het voedingscentrum binnenstapte in Ankako, een dorp in Zuid-Madagaskar, waar het Wereldvoedselprogramma (WFP) ondervoede kinderen opvangt. „Honderden kinderen bij elkaar, en je hoorde níets. Geen kind huilde, schreeuwde of speelde, zoals kinderen doen. Ze hadden er gewoon de energie niet voor.”

Mangoni, WFP-onderdirecteur voor Madagaskar, houdt zich dagelijks bezig met een voedselcrisis die opvalt door haar schaal en haar oorzaak: in een gebied twee keer zo groot als Zwitserland dreigt honger voor 1,1 miljoen mensen, zonder dat een oorlog de oorzaak is. „Dit is niet Jemen, Ethiopië, Zuid-Soedan of Syrië”, zegt hij telefonisch vanuit de hoofdstad Antananarivo. „Dit voedselgebrek komt door klimaatverandering, door de ergste droogte in veertig jaar. De ouderen zeggen dat de situatie lijkt op de ‘Kere’, de ‘grote droogte’ van 1981.”

De crisis kondigde zich eind vorig jaar aan. Het enorme eiland Madagaskar, vierhonderd kilometer ten oosten van Mozambique, kent grote structurele armoede: zeventig procent van de ruim 28 miljoen inwoners leeft onder de armoedegrens, mede door de groeiende druk op landbouwgrond, waarbij kleine boeren hun land verliezen. Het land staat bekend om zijn nationale parken met unieke dieren en planten, maar in het binnenland en het zuiden zijn grote delen kwetsbaar geworden door ontbossing en erosie, terwijl klimaatverandering tot droogte leidt. Sinds 2014 vallen de regens tegen, afgezien van het ‘goede’ jaar 2019.

Lees ook dit stuk over ontbossing in Madagaskar:

Het heeft gezorgd voor stofstormen, tiomenas in de lokale taal, die vruchtbare landbouwgrond bedekken en elders wegblazen. Vooral de laatste vijf jaar doen die zich voor, vertelde Jean-Louis Tovosoa (52) in mei aan The Guardian, een rijstboer en vader van vijftien kinderen in Ambovombe-androy, een van de zwaarst getroffen districten. „Door de aanhoudende droogte, hebben krachtige winden vruchtbare grond weggeblazen. Ze hebben ook cactusplanten gedood, die cruciaal zijn voor ons in een hongersnood”, aldus Tovosoa. „Dit jaar hebben we niets te eten. We rekenen op de God om te overleven. Ook vragen we de regering om hulp. Anders sterven we.”

Rijstvelden

Door de droogte was in december al duidelijk dat de oogst van rijst, sorghum en peulvruchten dit jaar nog slechter zou uitvallen dan voorgaande jaren. Mangoni: „De rijstvelden op tweehonderd kilometer van de zuidkust leverden amper iets op. De oogst tussen maart en april bedroeg slechts 40 procent van de jaren ervoor.”

Artsen zonder Grenzen (AzG) runt sinds maart dertien mobiele klinieken in het zuiden van het land, die ziektes behandelen die met armoede en ondervoeding samenhangen, zoals diarree. „De situatie is overal anders”, vertelt Ricardo Fernandez-Sanches, hoofd van de AzG-missie in het zuiden, per telefoon vanuit hoofdstad Antananarivo. „In het ene dorp is de ondervoeding op zijn ergst, en tien kilometer verderop houdt de bevolking nog stand.”

Deze crisis is op te lossen, als de middelen er maar zijn

De coronapandemie bemoeilijkte de situatie nog verder. Elders in het land seizoenarbeid verrichten, in andere 'magere' jaren een uitwijkmogelijkheid voor de lokale bevolking, kon dit jaar niet door reisbeperkingen en lockdowns. Dan waren er de ‘dahalo’s’, bandieten in de lokale taal, die vorig jaar op grote schaal zeboes roofden, de plaatselijke runderen met lange hoorns en een bult op de rug. Fernandez-Sanches: „In het district Sanamoado, waar zo’n twintigduizend mensen wonen, vertelden mensen me dat er zevenduizend zeboes waren gestolen. Dat is de bankrekening van een heel dorp. De dieven exporteren het vlees of verkopen het op de zwarte markt. Dit jaar komt het minder voor, omdat er niets meer te stelen is.”

Brandwonden

Om voedselcrises in kaart te brengen, deelt het WFP getroffen bewoners op in categorieën. In Zuid-Madagaskar vallen op dit moment veertienduizend mensen in de vijfde, zwaarste categorie, aldus Mangoni. „Dan heb je het over mensen die vel over been zijn en niets meer hebben. Tussen april en mei hebben we er zevenduizend in ons voedingsprogramma opgenomen, en in juni nog eens duizend. Dat aantal zal zich in oktober hebben verdubbeld.”

Aan die fase ging een glijdende schaal vooraf. Eerst beginnen mensen hun spullen te verkopen: potten en pannen, dekens, hun vee en zelfs hun grond, alles om eten te kunnen kopen. Fernandez-Sanches: „Als je in een dorp komt, zijn de hutten leeg. Bewoners hebben alleen nog een muskietennet, dat ze als deken gebruiken nu het kouder wordt.”

Zijn collega’s merken het aan de brandwonden die ze moeten behandelen: zonder warme kleren en dekens, slapen dorpelingen in koude nachten in de aparte kookhut, dichtbij het vuur.

Een volgende stap is: alternatief voedsel zoeken. Inmiddels eten mensen cactusbladeren, onrijpe cactusvruchten en sprinkhanen. „En modder, vermengd met tamarindesap”, vertelt Mangoni, „om de maag vol te krijgen.”

Trek naar de kust

Een laatste stap is de trek naar de stedelijke gebieden langs de kust, waar ze aankloppen bij missieposten of bij de WFP-centra. Precieze cijfers kan Mangoni niet geven, maar het gaat om „duizenden”, zegt hij. Het WFP kan die toevloed op dit moment niet aan. „We geven mensen halve rantsoenen. Terwijl we hele rantsoenen moeten verstrekken, en dat moeten volhouden tot in elk geval volgend jaar april als hopelijk een betere oogst weer mogelijk is.”

Het gaat erom 700.000 van de ergst getroffen mensen „in leven te houden tot ze weer voor zichzelf kunnen zorgen”, vervolgt hij. Daarvoor is 78 miljoen dollar nodig (66 miljoen euro), die het WFP nu niet heeft. „En we hebben het snel nodig, omdat het twee tot drie maanden duurt voordat we het voedsel hier hebben.”

Een kind wordt opgemeten om te kijken of het door voedselgebrek een groeiachterstand heeft opgelopen Foto Viviane Rakotoarivony/REUTERS/VN

Ook Artsen zonder Grenzen blijft zeker tot volgend jaar april in Zuid-Madagaskar. „Voordien verwachten we geen verbetering in de situatie. We vullen de voedingsprogramma’s van het WFP aan, en blijven ziektes behandelen.”

Mangoni is voor de iets langere termijn optimistisch. „Juist omdat bij deze crisis geen oorlog in het spel is, kunnen we snel levens redden. Deze crisis is op te lossen, als de middelen er maar zijn.”