Hoe kon het 49,6 °C worden in Canada? Meteorologen staan voor een raadsel

Meteorologie Het westen van Canada zuchtte onder extreme hitte waarvan weerkundigen de precieze oorzaak nog niet kunnen aanwijzen.

In het Canadese dorp Lytton werd afgelopen week het landelijke hitterecord verbroken. Een natuurbrand heeft het dorp vervolgens bijna helemaal verwoest.
In het Canadese dorp Lytton werd afgelopen week het landelijke hitterecord verbroken. Een natuurbrand heeft het dorp vervolgens bijna helemaal verwoest. Foto Jennifer Gauthier / Reuters

Meteorologen staan voor een raadsel. Hoe kon de temperatuur in het westen van Canada de afgelopen weken zó hoog oplopen? „We weten het niet precies. We zijn er nu druk aan het rekenen”, zegt natuurkundige Geert Jan van Oldenborgh van het KNMI. Met een internationaal team van zo’n twintig onderzoekers probeert hij het fenomeen te duiden. Ze kijken ook naar de rol van klimaatverandering.

Later deze week komen ze met een eerste grove analyse. „Mogelijk heeft de droogte van het voorjaar een rol gespeeld. Maar het kan ook dat we nog een factor over het hoofd hebben gezien”, zegt Van Oldenborgh.

In ieder geval werd het oude temperatuurrecord in Canada – uit 1937 – met bijna 5 graden verpulverd toen op 29 juni het kwik in het plaatsje Lytton, circa 200 km ten noordoosten van Vancouver, op 49,6 °C uitkwam.

Aan de hitte overleden honderden mensen. De hitte leidde ook tot droogte en vervolgens tot natuurbranden, die onder meer het plaatsje Lytton bijna helemaal in as hebben gelegd. De branden brachten hete rook en as in de lucht, wat bliksems uitlokte, die op hun beurt weer voor nieuwe branden zorgden. En in nabijgelegen bergen smolt extra sneeuw wat voor overstromingen zorgde.

In de media dook het woord heat dome op. Dat verraadt al iets van het mechanisme: een soort stolp waaronder hitte zich opstapelt.

Van Oldenborgh legt uit dat zich in de bovenlucht (vanaf circa 5 kilometer hoogte) een hogedrukgebied had gevormd. Maar dan wel eentje dat heel stabiel was. Typisch voor een hogedrukgebied is dat de lucht erin daalt. Omdat naar beneden toe de luchtdruk toeneemt, wordt de dalende lucht samengeperst, en neemt de temperatuur ervan toe. Aan de grond warmt het dus op. „Tegelijk zorgt de dalende lucht ervoor dat alle bewolking oplost”, zegt Van Oldenborgh – bewolking ontstaat juist door stijgende lucht die condenseert.

Hittekoepel kan dagen tot weken op zijn plek blijven

Door de afwezigheid van wolken bereikt de zonnestraling het aardoppervlak, dat vervolgens opwarmt en warmte afgeeft. Die warmte wil naar boven, maar dat proces wordt juist geblokkeerd door het hogedrukgebied met z’n dalende lucht. Zo bouwt de warmte zich aan de grond steeds verder op. „In dit geval met ongeveer 1 graad per dag.”

En dat hield maar aan, omdat het hogedrukgebied opvallend lang op zijn plek bleef. Dat heeft te maken met de straalstroom, een sterke westenwind op zo’n 9 à 10 kilometer hoogte, die de grens markeert tussen koude noordelijke en warme zuidelijke lucht. De straalstroom maakte een „gigantische uitwijking” om het hogedrukgebied heen, zegt Van Oldenborgh. „In de vorm van de Griekse letter omega.” Meteorologen spreken wel van een omega-blokkade. De straalstroom slingert zich helemaal om het hogedrukgebied heen, en kan het dagen tot weken op z’n plek houden. Dit gebeurt vaker. „De systemen zijn gekoppeld.” In Siberië is nu bijvoorbeeld hetzelfde aan de hand.

Föhn-effect

In west-Canada was er nóg een ander opwarmend effect, zegt Van Oldenborgh. Op het noordelijke halfrond draait de lucht in een hogedrukgebied, als gevolg van de draaiing van de aarde, met de klok mee. De lucht stroomde dus over de Cascade Range, een berggebied, naar de westkust met z’n grote steden. „Dat gaf volgens lokale meteorologische experts een soort föhn-effect wat de temperatuur nog verder opdreef.”