Op pad met de Dienst Speciale Interventies: ‘Een slapende verdachte is in je voordeel’

Zware criminaliteit Van overvallen en aanslagen tot arrestaties van zware criminelen: wordt het in Nederland écht gevaarlijk, dan rukt de Dienst Speciale Interventies uit. „Wij moeten altijd onherkenbaar zijn.”

Agenten van de Dienst Speciale Interventies hebben donderdagochtend rond 04.10 uur heel vroeg een inval gedaan in een woning in in Hoofddorp. Een man is aangehouden en afgevoerd.
Agenten van de Dienst Speciale Interventies hebben donderdagochtend rond 04.10 uur heel vroeg een inval gedaan in een woning in in Hoofddorp. Een man is aangehouden en afgevoerd. Foto Marco de Zwart/ANP

BRIEFING
4.55 uur

„Tot de eerste drinkpauze ging het goed.” De verse uitschakeling van het Nederlands elftal is meteen vergeten, zodra sectiecommandant M. het woord neemt om de operatie van vanochtend toe te lichten. Negen leden van het Arrestatieteam Amsterdam richten hun ogen op het computerscherm met een foto van een vuurwapengevaarlijke veertiger. Het is een Nederlandse man, met een pafferig hoofd en vlassig haar. „Opdracht: aanhouden in woning”, zegt M. „Eventuele andere aanwezige bevriezen en de verdachte overdragen aan de politie.”

De man wordt gezocht wegens bedreiging. Hij heeft een lijvig strafblad, vol zwaar geweld. Uit politie-informatie blijkt dat hij mogelijk een pistool in zijn slaapkamer heeft liggen. M.: „Het is een gewelddadig mannetje.”

Vandaar dat zijn arrestatie niet wordt overgelaten aan de reguliere politie, maar aan het arrestatieteam: een gespecialiseerde politie-eenheid die valt onder de Dienst Speciale Interventies (DSI). Wordt het in Nederland écht gevaarlijk, dan gaat de DSI erop af. Neem de klopjacht op de schietgrage overvallers van een edelmetaalbedrijf in Amsterdam-Noord afgelopen mei, of die op de Utrechtse tramaanslagpleger Gökmen T. in 2019.

Praeparatus Esto (‘Wees voorbereid’) prijkt op hun mouw. Daags voor de briefing is informatie verzameld over de woning van de verdachte om de inval voor te bereiden en vluchtroutes in kaart te brengen. „Hier zou hij eruit kunnen speren”, klinkt het. Tot in detail bespreken de arrestatieteamleden met welke apparatuur ze de deur gaan forceren. En, mocht het aankomen op het noodscenario, in welke richting de kettingzaag erin gezet wordt. Aan de hand van de plattegrond van het appartement wordt afgesproken wie straks welke ruimte ‘veiligstelt’.

„We willen zo min mogelijk aan het toeval overlaten”, licht teamleider J. op de parkeerplaats van het politiebureau toe. Op de achtergrond klinkt ‘Tr-tr-tr-tr-tr-: het geluid van een taser die getest wordt. J. studeerde geneeskunde, maar vond de ziekenhuiswereld „niet dynamisch genoeg” en stapte over naar de politie.

Joost Dirkx

De één bevriest, de ander rent hard weg

Joost Dirkx commandant interventie-unit mariniers

Trots vertelt hij over zijn team, waar het ziekteverzuim slechts 1,2 procent is, tegenover gemiddeld 7 procent bij de politie. Zoals gebruikelijk bij DSI zijn het mannen met ervaring, hoofdzakelijk dertigers. Bijna allemaal hebben ze een gezin. „Ongeveer de helft heeft een politie en de andere helft een militaire achtergrond.”

Op straat zou je ze zo voorbijlopen: de mannen van het arrestatieteam. Ze zien er fit en afgetraind uit, maar het zijn geen kleerkasten. Ze hebben een vlot voorkomen en dragen spijkerbroeken, sneakers en T-shirts als ze de politiepoort binnenlopen.

Op de parkeerplaats veranderen ze vanochtend binnen een kwartier in een intimiderende , grijs geüniformeerde gevechtseenheid. Kogelwerende vesten aan, oortjes in, Glock-pistool in het holster en aanvalsgeweer in de kofferbak. Ten slotte zet iedereen een omhooggerolde bivakmuts op, zodat die straks in een ruk naar beneden getrokken kan worden. DSI’ers komen met de zwaarste criminelen in aanraking. J.: „Wij moeten altijd onherkenbaar zijn.” Dat geldt ook voor krantenartikelen.

VERTREK
5.42 uur

Vijf onopvallende gepantserde personenauto’s zoeven door een groene polder. De zon is net op en kleurt de hemel oranje. Het arrestatieteam is voor ochtendmensen. Om 03.00 uur opstaan is eerder regel dan uitzondering. „Het draait bij ons om verrassing en overrompeling. Het donker en een slapende verdachte is dan in je voordeel”, vertelt J.. Vandaag wordt het donker niet nodig geacht. De verdachte had gisteren nog contact met een dealer en slaapt waarschijnlijk zijn roes uit.

„Eén minuut” klinkt het over de portofoons. Ze zijn er bijna. De bivakmutsen gaan op. Parkeren gebeurt op de afgesproken plek in een zijstraat. „We moeten nu binnen een paar minuten in de woning staan”, zegt teamleider J. Stil, snel en geconcentreerd halen de arrestatieteamleden hun schilden en stalen apparatuur tevoorschijn om de deur te forceren. Helmen op. Plots is een nette Noord-Hollandse straat met voortuintjes en twee-onder-een-kapwoningen gevuld met gemaskerde mannen in gevechtstenue. Geschrokken opent een oudere man zijn voordeur. J. stelt hem met een handgebaar en dwingende stem gerust. „Het is goed.”

Geïntegreerde eenheden

De Dienst Speciale Interventies is er voor operaties in ‘het hoogste geweldsspectrum’ : van gijzelingen en overvallen tot levensbedreigende aanhoudingen en gevaarlijke beveiligingen – zo’n 1.800 keer per jaar komt DSI in actie. Naast zes regionale en een Marechaussee-arrestatieteam bestaat DSI uit verschillende specialistische interventie-units die optreden bij grof geweld en terrorisme.

De dienst – ongeveer 600 man sterk – bestaat uit eenheden van de politie en het Korps Commandotroepen, Koninklijke Marechaussee en Korps Mariniers van Defensie. „DSI is uniek, nergens ter wereld heb je geïntegreerde eenheden van politie en defensie”, vertelt het landelijk hoofd Rienk de Groot. Vanwege het 15-jarige bestaan van de dienst in juli biedt hij met commandant Joost Dirkx van de interventie-unit mariniers een zeldzaam inkijkje in hun werkwijze. „DSI is geboren uit noodzaak, het moest dynamischer.”

Speciale eenheden kent Nederland al sinds de jaren zeventig, na het bloedbad op de Olympische Spelen in München in 1972.

Maar de basis van DSI ligt bij de terroristische aanslagen in Madrid in 2004 en Londen in 2005, zegt De Groot. „Dat was opeens een heel ander soort geweld, veel dynamischer, waarbij de daders zich snel verplaatsten.” Om daarmee om te kunnen gaan, werd besloten specialisten van de politie en defensie te laten samenwerken in een speciale dienst.

Na de aanslag op het satirische Franse tijdschrift Charlie Hebdo in 2015 werd DSI omgevormd tot een organisatie die direct in actie kan komen – met Rapid Response Teams die continu door heel Nederland rijden en helikopters die meteen kunnen opstijgen. De Groot: „Wij zijn omgeschakeld van een oproeporganisatie naar permanente aanwezigheid op straat, met eenheden die à la minute op zware incidenten kunnen reageren. Dat scheelt heel veel.”

Afgelopen mei vond in Amsterdam Noord een zeer gewelddadige overval plaats op een waardetransport bij een edelmetaalbedrijf. De Belgische en Franse daders, die een buit van tientallen miljoenen op het oog hadden, schoten in het rond, ook op de politie die hen achtervolgde. Bij het dorp Broek in Waterland, ten noorden van Amsterdam, werden de meesten in het nauw gedreven. Binnen de kortste keren was daar ook de DSI.

Bij de Van Brienenoordbrug in Rotterdam werd later die middag een auto met ontkomen daders gesignaleerd door snelwegcamera’s en onderschept door een Rapid Response Team. „Tien jaar geleden had je vergelijkbare gewelddadige overvallen op waardetransporteur Brinks in Amsterdam, Rotterdam en Best. Daar werden burgers en de politie zwaar beschoten en waren die overvallers ervandoor. Nu pakken dappere politiemensen op straat samen met DSI’ers hen gewoon. Dat is geen toeval”, zegt De Groot.

Lees ook dit artikel over de overval: ‘Wegwezen, gebaart hij met zijn geweer

Piketdienst bij de DSI betekent: onmiddellijk alles laten vallen en gáán. Intern wordt trots gekeken naar een foto van de overmeestering van Malek F., die in 2018 op Bevrijdingsdag drie mensen neerstak bij de Haagse Hogeschool. Daarop staat een gemaskerde DSI’er in korte broek op witte gympen. De Groot: „Het was mooi weer, hij kwam van huis en was er van ons als eerste bij.”

DSI’ers zeggen dat zij het beste van defensie en de politie combineren. Die politiemannen leren van de doelgerichtheid en effectiviteit van defensiecollega’s. Die steken op hun beurt weer wat op van de geweldsbeheersing en het intact laten van de plaats delict van de politie. Een ander voordeel voor defensiepersoneel is dat ze niet alleen trainen maar ook echt in actie komen.

Dirkx vertelt hoe defensie op missie in Afghanistan het belang van eigen medisch personeel in de eenheid leerde kennen. „In ieder DSI-team zit nu tenminste een lid dat ook medisch geschoold is en direct hulp kan verlenen.” Toen afgelopen mei in de Amsterdamse wijk De Pijp vijf mensen werden neergestoken, hielpen DSI’ers van het Rapid Response Team twee slachtoffers verplegen voordat er ambulances voor hen waren.

Bij DSI werken geen vrouwen. Ze komen tot nu toe niet door de toelatingstests, waar zware fysieke eisen worden gesteld zoals twee keer vijf meter touwklimmen in negentig seconden en zestig sit-ups in twee minuten. Ook de psychologische lat ligt hoog, zegt Dirkx. „Wij selecteren heel erg op actie-intelligentie: iemand moet in staat zijn in een stresssituatie een juist besluit te nemen. Dat testen we met psychologen; we simuleren stresssituaties en kijken naar het gedrag: de één bevriest, de ander rent hard weg en sommigen maken de actie die we graag willen.”

En die actie is dus niet: schieten, benadrukken De Groot en Dirkx. „Ik ben bij speciale eenheden over de hele wereld geweest, bijvoorbeeld in Zuid-Amerika. Het eerste wat ze daar vragen is: hoeveel schieten jullie er per jaar dood?”, zegt De Groot. „Zij komen om te doden. Dat willen wij juist niet. Het lukt ons de meest gewelddadige toestanden met zo min mogelijk geweld op te lossen.”

Hij verwijst naar cijfers van politieonderzoeker Jaap Timmer van de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Daaruit blijkt dat bij ongeveer achttienduizend acties in tien jaar tijd vier personen zijn overleden.” Drie daarvan door vuurwapengeweld, een door een auto-ongeluk. Schieten doen DSI’ers slechts „een handvol keren per jaar”, zegt De Groot. „Onze grootste kracht is overrompeling. Het gaat erom dat je iemand kunt verrassen, maakt niet uit of hij buiten rijdt of in een woning zit. Als je technieken zodanig zijn dat je iemand kunt overrompelen en je zo bent uitgerust dat de ander denkt ‘hier begin ik niet aan’, dan hoef je bijna geen geweld te gebruiken.”

INVAL
5.59 uur

De straat uit, linksaf en nog dertig meter lopen. Zonder onderlinge ruimtes te laten vallen, stomen de arrestatieteamleden op. De twee arrestatieteamleden die de vluchtroutes voor en achter moeten afsnijden, zijn vooruit gesneld: in burgerkleding met hun kogelwerende vest en wapen daaronder. Terwijl de mannen zich muisstil voor de deur aan de zijkant van het appartement klaarmaken om de deur te forceren, klinkt onverwacht een hard geroep. „Handen tegen het raam. Handen tegen het raam.”

Rienk de Groot Foto Bart van Hattem

Dit zie je nergens ter wereld

Rienk de Groot landelijk hoofd DSI

Het is arrestatieteamlid K., die de voorkant moet bewaken. Hij staat aan de rand van de voortuin. Er ligt een speelbal met het grijnzende gelaat van sneeuwpop Olaf uit de film Frozen. K. richt de rode laserstraal van zijn Glock door de tuin op het bovenlijf van de verdachte.

„Ik doe niks”, roept die paniekerig. In enkele seconden zijn plots de andere leden van het arrestatieteam binnen. „Op je knieën.” De verdachte, die in zijn boxershort een sigaret aan het roken was, gehoorzaamt. „Ik weet niet waar het over gaat”, zegt hij met hoge stem. „Ik heb niks in huis. Geen wapen.”

Met de man in de boeien, zit de klus voor het arrestatieteam erop. Zij roepen de politieagenten van het regionale korps op, die in de buurt wachten. Zij doorzoeken de woning en brengen de man naar het bureau. Zij zorgen ook dat het kind van de man, dat lag te slapen, wordt opgevangen.

„Hij was overrompeld en had echt zoiets van ‘wat gebeurt hier?’”, vertelt K., teruglopend naar de auto’s. „Ik denk dat hij naar het raam liep omdat hij iets hoorde of schimmen zag.” Voor K. is het een verrassende ochtend. Bij zijn rol in deze operatie – de vluchtroute bewaken – hoort niet dat je de verdachte als eerste in het vizier hebt. „Dat is toch mooi? Ik verwachtte het niet, maar ik had hem wel. Daar doe je het voor.”

Om 6.14 uur zit iedereen weer in de auto’s op weg terug naar het politiebureau.

DE NABESPREKING
6.45 uur

Weer omgekleed in vrijetijdskleding nemen de arrestatieteamleden in een kring op de parkeerplaats de operatie van vanochtend door. In detail wordt teruggekeken naar wat goed en minder goed ging. K. haalt het moment bij de voortuin terug. „Ik zette gelijk mijn vuurlijn erop. Hij doet niks. Daarna komt er nog een lijn op”, zo verwijst hij naar een collega die de verdachte al snel van binnen onder schot hield.

Op de grond staan papieren bekertjes. De politie schenkt koffie van Heilige Boontjes: een koffiebranderij waar ex-gedetineerden re-integreren. „Heb je overwogen om rechtsaf te gaan?”, wordt gevraagd aan een teamlid dat – zoals vooraf afgesproken – meteen na het forceren van de voordeur de slaapkamer in ging. „Jij maakt die keus, maar ik was voor honderd punten rechtsaf gegaan”, zegt een ander over de ruimte waar de verdachte zich onverwacht bevond.

De mannen besluiten om terug naar hun hoofdkwartier te rijden en daar proces-verbaal van de actie op te maken. K. rijdt langs de Albert Heijn voor broodjes. „Goed gewerkt”, luiden de afrondende woorden van sectiecommandant M.. Hij spreekt van een „mooie actie” die veilig is verlopen. „Er was zelfs geen schade, de deur viel gewoon weer in het slot.”