En de fysio ging weer de fout in

Wie: Inspectie Gezondheidszorg tegen fysiotherapeut Joost (40)

Kwestie: seks met patiënten

Waar: Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Zwolle

De Zitting

De zitting van het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Zwolle begint onheilspellend. De advocaat van de beklaagde fysiotherapeut heeft een gewetensvraag: „Voelen twee van de drie leden-beroepsgenoten zich wel vrij te oordelen?” Beide heren bogen zich al eerder over wangedrag van zijn cliënt, en dat wekt de schijn van vooringenomenheid.

Fysiotherapeut Joost, een spierbonk met getatoeëerde bovenarmen die onder zijn T-shirt uitpiepen, moet voor de tweede maal in twee jaar tijd bij de tuchtrechter verschijnen. Voor weer hetzelfde vergrijp: seks met een patiënte. Alleen was er de laatste keer sprake van „echte liefde”, bekent Joost, en hadden hij en de vrouw driekwart jaar een relatie.

Resoluut veegt de voorzitter de twijfel van tafel. Dit is een andere zaak, beklemtoont hij, die door de voormalig compagnon van de fysiotherapeut is aangekaart bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. De relatie met patiënt nummer twee speelde op het moment van de vorige zitting, maar heeft de fysiotherapeut toen „verzwegen”. „De beroepsgenoten zullen de casus met frisse blik wegen.”

De fysiotherapeut was een gewaarschuwd man – hij werd een jaar onvoorwaardelijk geschorst nadat hij een grensoverschrijdende seksuele relatie had gehad met een kwetsbare patiënte die hij ook had meegenomen naar het casino en cocaïne had aangeboden. Die schorsing was nog geen maand oud toen de inspectie een melding over nieuw wangedrag kreeg.

De inspectie ondervroeg Joost en de patiënte, onderzocht hun WhatsApp-gesprekken en ja hoor: bingo. Terwijl de vrouw op het spreekuur kwam, had het stel seks in de behandelkamer. Ook tijdens de schorsing hadden ze nog seksueel getint WhatsApp-verkeer. De inspectie verwijt de fysiotherapeut dat hij de patiënte niet direct heeft overgedragen aan een collega toen hij gevoelens voor haar kreeg.

Het kost de leden van het tuchtcollege moeite hun verontwaardiging te onderdrukken. Waarom volgde de fysiotherapeut geen cursus ethiek waarop de inspectie had aangedrongen? Hoe komt het dat hij nog altijd niet in behandeling is bij een ggz-instelling? Waarom is zijn eenmanspraktijk ook ’s avonds en op zaterdag open, terwijl hij in het verleden een burnout heeft gehad? En als klap op de vuurpijl vraagt de voorzitter: „In een Whatsappgesprek gaat het over c. Wordt daarmee cocaïne bedoeld?”

„Een half jaar heb ik gebruikt”, zegt Joost laconiek, om zijn mondhoeken hangt nog steeds een heren-wat-kan-ik-voor-u-doen grijns. „Het was een zware tijd, ik kreeg ruzie met m’n collega, en had familie in mijn nek.”

„Had het cokegebruik invloed op uw seksuele gedragingen?”, wil de voorzitter weten. Schouderophalend: ,,Nee.”

,,U doet aan bodybuilding, u gebruikt meer middelen.”

Ja, knikt de fysiotherapeut, anabole steroïden. Maar meer dan twee keer is hij niet over de schreef gegaan, beweert hij, en herhaling is uitgesloten. „Ik heb maatregelen genomen. De deur van mijn behandelkamer gaat niet meer op slot. ’s Avonds ontvang ik alleen nog mannelijke patiënten. Ik praat niet langer over koetjes en kalfjes. En overmorgen heb ik eindelijk een intake bij de ggz.”

De senior-inspecteur strijkt met de hand over het hart. Na de onvoorwaardelijke schorsing dreigt een doorhaling – een levenslange schorsing – als een zorgverlener opnieuw de fout ingaat. Maar kan het college een voorwaardelijke doorhaling overwegen? „Ik zie een jong mens zitten dat recht heeft op een toekomst. Onder pittige voorwaarden verdient hij een laatste kans. Met een ggz-behandeling, een stevig netwerk, en een dienstverband met een werknemer-werkgever relatie, is meer toezicht ingebouwd.”

Twee bankjes verderop klinkt een zucht van opluchting. Met zo’n voorwaardelijke maatregel kunnen Joost en zijn advocaat leven. „Dan komt de broodwinning niet in gevaar.”

Maar het tuchtcollege neemt het zekere voor het onzekere. De fysiotherapeut mag zijn vak niet langer uitoefenen. Er gaat onmiddellijk een streep door zijn naam in het register voor Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG). „Beklaagde geeft niet het vertrouwen op een gedegen manier met patiënten om te kunnen gaan.” Bovendien dreigt „een terugvalrisico dat onvoldoende kan worden afgeweerd.”

De fysiotherapeut gaat in beroep.