Recensie

Recensie Muziek

Amenra geeft een magistrale en troostende treurmis

Vlaamse metal Als een traag voortschuivende gletsjer van machtig gitaargeronk walste de Vlaamse post-metalband Amenra het Nijmeegse Goffertpark in slowmotion plat. Maar toen nam de natuur wraak.

Via ongenadig harde riffs slaagt Amenra erin intens diepe emoties over te brengen
Via ongenadig harde riffs slaagt Amenra erin intens diepe emoties over te brengen Foto Simon Kallas

Eigenlijk ontbrak alleen het onweer. Of, nou ja, de meteorologische verschijning daarvan. Terwijl de hemel boven Nijmegen huilde, liet de Vlaamse post-metalband Amenra decibellen donderen en stroboscopen bliksemen.

Een traag voortschuivende, alles verwoestende gletsjer van machtig gitaargeronk walste het Goffertpark in slowmotion plat. Met tergend hoge wanhoopskreten krijste Colin H. Van Eeckhout zijn longen en ingewanden binnenstebuiten. Zoals altijd stond hij met zijn rug naar het publiek, ondertussen wild molenwiekend en borstcrawlend – alsof hij tegen de vloedstroom van het oorverdovende volume op moest zwemmen.

Maar toen nam de natuur wraak.

Natuurkrachten

Want Thor mocht dan een avondje vrij hebben, hij had magistrale vervangers gestuurd om het gebrek aan natuurkrachten te compenseren. Vanuit de poel waarboven het podium van Openluchttheater De Goffert zweefde, klonk een gelegenheidskoor van brullende kikkers. Zij lieten zich niet zomaar verjagen en kwaakten voortdurend mee.

Lees ook dit interview met Amenra: ‘Ook vleeshaken kunnen troost bieden’

Het is een wonder dat past bij de band die in ruim twintig jaar een volstrekt uniek universum creëerde waarin onverenigbare eenheden met elkaar versmelten. Via ongenadig harde en laag loeiende bulldozerriffs en gierend gegil slaagt Amenra erin intens diepe emoties over te brengen die in het zware genre doorgaans worden geschuwd: verdriet, pijn, leed, rouw, weemoed, berusting.

Dat maakt ieder optreden een collectief troostende treurmis waarin band en toeschouwers samen lief en leed ondergaan, soms in fluisterzachte intermezzo’s, maar meestal tijdens een borstkas verbrijzelende orkaan. Zelfs in dat geraas behoudt Amenra haar dynamiek en intensiteit, want óók in de repetitieve slopende scheurstukken weten gitaristen Mathieu Vandekerckhove en Lennart Bossu telkens nieuwe knarstonen toe te voegen.

Het vorige week verschenen zevende album De Doorn vormt in de queeste naar gedeelde breekbaarheid een belangrijk kantelpunt: Van Eeckhout heeft daarop namelijk het Engels vaarwel gezegd en zingt, mompelt en krijst voortaan in zijn moerstaal. In het Vlaams heeft hij naar eigen zeggen „meer vrijheid” en kan hij „dieper gaan”.

En inderdaad: in de verstilde parlando-passages van ‘Voor Immer’ klonkt hij nóg kwetsbaarder dan voorheen. „Wees mijn houvast/ mijn toeverlaat”, stamelde hij. „Toe verlaat mij nooit/ hou vast/ mijn ooit.”

De plenzende regen kletterde ritmisch mee, als natuurlijke percussie. De kikkers kwaakten. Thor zag dat het goed was.