Recensie

Recensie Theater

‘De eeuw van mijn moeder’: een boeiend spanningsveld tussen het politieke en persoonlijke

Theater In het semi-autobiografische De eeuw van mijn moeder van regisseur Eric de Vroedt verdwijnen de politieke dimensies van de geschiedenis steeds meer naar de achtergrond, tot er een ontroerend persoonlijk drama resteert.

De Eeuw van mijn moeder, door Het Nationale Theater.
De Eeuw van mijn moeder, door Het Nationale Theater. Foto Sanne Peper

Het openingsbeeld van De eeuw van mijn moeder, de nieuwe marathonvoorstelling van Eric de Vroedt, is trefzeker. Een oude vrouw met een half geopende paraplu staat in het midden van de ruimte, stil als een standbeeld. Een man, wellicht de kunstenaar achter dit beeld, loopt op haar af en spuit de paraplu nat met een waterspray. Kijkt nog wat. Ja, zo is het goed. Maar dan beweegt de vrouw: ze opent en sluit haar paraplu en breekt los uit het gestolde beeld. Ze laat zich niet zomaar vastpinnen in de identiteit die voor haar is bedacht.

De kunstenaar heet Ramses de Vroedt (Bram Coopmans), en vanavond is de vernissage van zijn expositie Exorcism of my colonial mind in het Kunstmuseum Den Haag. In het belangrijkste werk staat het leven van Ramses’ moeder Winnie de Willigen (Esther Scheldwacht) centraal: door middel van video-installaties en live re-enactments probeert hij haar jeugd in de nadagen van Nederlands-Indië te traceren, en de invloed van het koloniale verleden op de rest van haar leven te vangen. Winnie, zelf eregast op de opening, lijkt er wat ongemakkelijk bij dat ze door haar zoon tot symbool van koloniale onderdrukking wordt gereduceerd, en in de afstandelijke manier waarop Ramses met haar omgaat schemert een onduidelijk ressentiment door.

Het onderliggende conflict komt echter pas in het derde deel van het stuk aan de oppervlakte: de eerste twee delen worden gedomineerd door de re-enactments van verschillende scharniermomenten in het leven van Winnie. Het is een slimme zet van De Vroedt om deze scènes als theater-in-het-theater te laten spelen: doordat ze door Ramses in scène zijn gezet ben je je er steeds van bewust dat je naar zijn interpretatie zit te kijken. De subjectiviteit van onze blik op het verleden komt zo centraal te staan; Ramses lijkt door zijn verbeten noodzaak om grip op zijn moeder te krijgen niet de meest betrouwbare verteller.

Spanningsveld

De eeuw van mijn moeder installeert vanaf het begin een boeiend spanningsveld tussen het politieke en het persoonlijke. Ramses grijpt zijn familiegeschiedenis aan om iets over dekolonisatie te willen zeggen, maar moet naarmate het stuk vordert steeds meer erkennen dat hij eigenlijk op persoonlijk niveau iets met zijn moeder uit te vechten heeft. Het stuk volgt die ontwikkeling zelf ook: waar in de eerste re-enactment, die zich op een familiediner in 1968 afspeelt, de nasleep van de Tweede Wereldoorlog en de Bersiap nog duidelijk aanwezig zijn, hebben de personages zich in het tweede deel in 1982 schijnbaar losgemaakt van die geschiedenis, en staat eerder de invloed van de tweede feministische golf centraal. Scheldwacht speelt Winnie als een autonome doch conflictmijdende vrouw die resoluut kiest voor haar eigen ontwikkeling en weigert achterom te kijken – iets dat haar zoon, die zich door haar verwaarloosd voelt, haar niet in dank afneemt.

Lees ook: Eric de Vroedt: ‘Op toneel kan ik wél gesprekken met mijn moeder voeren’

Door de lange re-enactments heeft De eeuw van mijn moeder een wat kabbelend tempo. De Vroedt neemt de tijd je onder te dompelen in de tijdsgewrichten die de voorstelling beslaat, en in de familiedynamiek die de onderlinge relaties bepalen. Dat vraagt veel van de cast, die zich gelukkig zonder uitzondering geweldig van die taak weten te kwijten. Naast veteranen als Mark Rietman, Hein van der Heiden en Antoinette Jelgersma maken vooral ook de jonge acteurs indruk: Denise Aznam, Jatou Sumbunu en Emma Buysse spelen de halfzussen van Winnie met een plagerige chemie die direct overtuigt. In het tweede deel schittert Romana Vrede als Gudrun, de nieuwe geliefde van Winnie. De overdaad aan dialogen in het drie-en-een-half uur durende stuk wordt verteerbaar gemaakt door het dynamische spel van een cast die perfect op elkaar is ingespeeld, en iedere zin van een specifieke lading weet te voorzien.

Politieke correctheid verstomd

In het superieure derde deel gaan Ramses en Winnie eindelijk het gesprek met elkaar aan. De opgeklopte sfeer van politieke correctheid in het Kunstmuseum is verstomd: na een gespannen samenkomst met zijn familie, waar Ramses het moelijk kan verkroppen dat zijn zwager een betere band met zijn moeder heeft opgebouwd dan hijzelf, blijven hij en Winnie alleen achter. In de hartverscheurende confrontatie die volgt toont De Vroedt zich als schrijver en regisseur van zijn sterkste kant: haarfijn pluist hij de wederzijdse frustraties en ressentimenten uit, zonder dat het tot een definitieve toenadering leidt.

Het maakt De eeuw van mijn moeder tot een opvallend persoonlijke toevoeging aan het oeuvre van De Vroedt. De voorstelling lijkt soms vooral een dialoog van de regisseur met zichzelf te zijn, over de maatschappelijke urgentie van zijn kunstenaarschap, over zijn relatie met zijn overleden moeder, over zijn eigen biculturele achtergrond. En juist de uiteindelijke overgave aan het persoonlijke maakt de voorstelling uiteindelijk tóch weer politiek interessant: in het onvermogen van moeder en zoon om hun eigen ressentimenten los te laten en echt naar elkaar te leren luisteren is een prikkelende metafoor voor het maatschappelijk debat over de geschiedenis te ontwaren.