Recensie

Recensie Boeken

Zo bestel je in Friesland een half brood

Cultuurgeschiedenis Fries worden, het is geen sinecure. Flip van Doorn probeerde het en schreef er een boek over dat leest als een gevoelige en hoogst informatieve wandeling.

Zicht op IJselmeer gezien vanaf de dijk bij Oudemirdum.
Zicht op IJselmeer gezien vanaf de dijk bij Oudemirdum. Foto Sake Elzinga

Voor iemand die graag een Fries wil worden is de vraag wat een echte Fries is essentieel. Auteur Flip van Doorn leek alvast het bloed mee te hebben – grootvader was zo’n echte. De behoefte voelde extra sterk na de verhuizing van het gezin Van Doorn naar mini-stadje IJlst nabij Sneek. ‘Als niets vermoedende Randstedeling raakte ik verzeild in een samenleving waarvoor ik een gebruiksaanwijzing nodig bleek te hebben die ik niet bezat.’ Vandaar zijn boek De Friezen. Een geschiedenis. Elf ‘wandelingen’ door historisch en hedendaags Friesland en ommelanden.

De eerste voetstappen zette de jonge Flip in 1980, vergezeld door zijn pake, op het Leeuwarder treinstation. Veertig jaar later vindt hij ze ‘verscholen onder de voetstappen van de vele miljoenen die hier na mij aankwamen.’ Niettemin: ‘Ik kan ze nog vaag onderscheiden, contouren van de schoenzolen van een volwassen man, ernaast de afdrukken van jongensschoenen.’ Voorwaar een scherpe observatie. Station Leeuwarden is een kopstation. Na een eerste wandeling door de Friese hoofdstad is Van Doorn weer terug op het stationsplein, klaar voor de volgende hoofdstukken: ‘Het stationsgebouw blijkt honderdtachtig graden gedraaid.’ Een volk van krachtexplosies, die Friezen.

Dat hij met name in het begin van zijn ego-queeste de heilige Christoffel speelt, wandelend met zijn steeds zwaarder wordende pake op de schouder, doet je als lezer afvragen: waar moet het heen met dit boek? Met aanpalende, nogal hardnekkige beeldspraken in verband met nevel (mistflarden, sproeiende stadsfonteinen) hebben we een ietwat moeizame eerste indruk van de reisleider, die ons 414 pagina’s lang door Friesland en de ‘vrije’ geest harer inwoners zal gidsen.

Fries worden, het is geen sinecure. Na al zijn ommelandse reizen in De Friezen schrijft Van Doorn nog: ‘Ze geven je bij de bakker een half brood als je om een heel brood vraagt.’ Een extra puntje voor de gebruiksaanwijzing: elke Friese bakker geeft een heel brood als je om een heel brood vraagt. Wil men slechts een half brood, dan vraag je om een (fonetisch) hejul brood.

Tot zover het slechte nieuws over Flip van Doorns De Friezen. Het is een ommelandse reis inderdaad, van een historisch zeer goed geïnformeerde auteur die zijn zintuigen niet in zijn zak heeft en bij vlagen zeer elegant vertelt. We volgen hem op zijn wandelingen, met name over de groene trajecten (oevers, dijken) vertelt hij fraai. We komen in vroeg-socialistisch turfgebied Nijbeets (1890), de Friese Oranjes komen voorbij, kaperkapitein Grutte Pier (zestiende eeuw) passeert de revue, de Vikingen die rond 850 in een aantal rooftochten het Friese handelscentrum Dorestad verwoesten. Ook is Van Doorn (bevreemd) getuige van een recente 1345-herdenking van de Friese Vrijheid op het Rode Klif bij het dorp Warns.

Tot in Zwitserland

De Friezen beperkt zich niet tot de huidige Friese provinciegrenzen, zoals de Dorestad-passage al suggereerde. Van Doorn pakte het Groot-Fries aan en reisde naar de Upstalboom nabij het Oost-Friese Aurich, locatie van de (ge)dingplaats der oer-Friezen, dezelfde heidenen die in 754 Bonifatius de hersens insloegen tijdens diens geloofsijverige ontbossingsacties bij Dokkum. Ronduit prachtig is de beschreven wandeling langs de Noord-Friese terpen (tien!) de Halligen. In het voetspoor van de Friese abt Emo van Bloemhove komen we zelfs in de Alpen van Zwitserland terecht (‘De Wilhelm Tell-mythe zou niet misstaan in Friesland, waar Grutte Pier…’ en ‘Het fundament van Friesland ligt hoog in de Alpen.’) Hoe grondig wil je het hebben? Sterker: ‘Hoog in de Zwitserse Alpen vond ik een vrijheid die alle kenmerken van de Friese Vrijheid heeft.’

Laten we Van Doorns De Friezen. Een geschiedenis een afwisselende, maar gevoelige en hoogst informatieve wandeling noemen, van een schrijver die zich uiteindelijk neerlegt bij de onbereikbaarheid van de Frieswording. Nog één detail. Van Doorn schrijft: ‘Wat ik ook zeg of schrijf, het Fries is niet mijn memmetaal en er is altijd wel een scherpslijper die me dat inwrijft door een kanttekening te plaatsen bij mijn vocabulaire.’ Ik denk aan mijn ‘hele’ en ‘hejule’ brood: scherpslijperij inderdaad. Typisch Fries. Kom er maar eens vanaf.