Wolkenliefhebbers over de mooiste (en stomste) luchten: ‘Noctilucents! Die zijn nu te zien’

Fans Lenswolken, bubbelwolken, rolwolken. Voor wolkenliefhebbers is „elke dag op aarde, geen wolk, geen lucht hetzelfde”.

Bubbelwolk (asperitas)
Bubbelwolk (asperitas) Foto Nicole Heij

De allereerste keer dat Nicole Heij (45) lichtende nachtwolken zag, een jaar of vijftien geleden, was ze net uit geweest en een beetje dronken. „Kijk, het zonnetje komt al op”, zei ze. Niet dus, legt ze nu uit aan de telefoon: de zon bescheen vanuit zijn lage positie achter de horizon de extreem hoge wolkenslierten in de mesosfeer, vijftig tot tachtig kilometer hoog, die daardoor hel oplichtten in de verder donkere lucht. Heij, communicatiemedewerker bij drie gemeenten in Noord-Holland, heeft zulke noctilucents later nog mooi op de foto kunnen krijgen vanuit de hoge flat waar ze toen woonde. „Die foto werd gedeeld tijdens het RTL Nieuws. Ja, dat is wel een doel, m’n foto’s op tv krijgen. Ik tag ook altijd de weermannen en -vrouwen als ik een wolkenfoto deel op Twitter.” Haar Twitterbiografietje begint met ‘cloudlover’.

Er zijn mensen die van wolken houden zoals anderen van vogels of wilde planten. Ze willen steeds nieuwe soorten zien, fotograferen en leren herkennen. Nicole Heij is zo iemand, en Lieven Scheire (40) ook. „Noctilucents!”, zegt hij enthousiast als ik hem bel. „Die zijn nu te zien, rond de zomerzonnewende. Kijk voor je gaat slapen af en toe naar het noorden, en zoek dan heel fijne sliertjes die meer licht geven dan de rest van de lucht.” Uitleggen hoe de natuur werkt is Scheires werk: de Vlaamse ‘wetenschapscabaretier’ geeft lezingen en maakt tv-programma’s en boeken (hij heeft net een boek over insecten gepubliceerd). Maar wolken hebben een speciaal plekje in zijn hart en zijn vrije tijd.

Waarom wolken? „Ik ben dol op democratische wetenschap”, zegt Scheire, „waar je geen dure apparaten voor nodig hebt.” „En als je beseft”, zegt Heij, „dat élke dag op aarde geen wolk, geen lucht hetzelfde is. Bedenk eens hoelang de aarde al bestaat! En dat je alleen maar omhoog hoeft te kijken om heel mooie dingen te zien.” „Ik kijk heel vaak omhoog”, zegt Scheire.

Bij hem begon de wolkenliefde een jaar of tien geleden, toen hij met Kerst het boek The Cloudspotter’s Guide (2006) van de Brit Gavin Pretor-Pinney cadeau kreeg. Scheire was meteen gegrepen. „Dat boek is filosofisch en grappig, maar gaat óók over hoe verschillende wolkentypen ontstaan in de atmosfeer. Die wetenschap heb ik nodig. Een lijstje met ‘deze wolk ziet er zo uit en hij heet zo’ vind ik niet genoeg. Ik wil weten dat een lenswolk, lenticulus, ontstaat doordat vochtige lucht op en neer dobbert.”

Foto Nicole Heij
Zonsondergang boven De Kwakel
Foto Nicole Heij
Foto Nicole Heij
Foto Nicole Heij
Foto’s Nicole Heij

Slechte reputatie

Wolkenschrijver Gavin Pretor-Pinney is ook de oprichter, in 2005, van de Cloud Appreciation Society (CAS), de wolkenwaarderingsvereniging. Die heeft nu 55.619 leden wereldwijd, waarvan 843 in Nederland, die hun wolkenliefde en -foto’s delen op online forums. Wolken, staat in het CAS-manifest, worden „onterecht belasterd” en dat moet tegengegaan worden. Dat is natuurlijk tongue-in -cheek, zegt Scheire, en legt uit: „Pretor-Pinney had in de jaren negentig een tijdschrift dat The Idler heette, de nikser. En wat doe je als nikser? Naar wolken kijken. Dus daar gaf hij eens een lezing over die hij afsloot met de slechte reputatie van wolken. Dat ‘geen wolkje aan de lucht’ iets positiefs zou zijn, en ‘met je hoofd in de wolken’ slecht.”

Dat was een lezing in Cornwall in 2005, getiteld ‘De inaugurele rede van de Cloud Appreciation Society’, mailt Pretor-Pinney desgevraagd. „De Society bestond toen nog niet, ik vond het gewoon klinken als een lezing waar ik zelf in geïnteresseerd zou zijn! Er waren honderden mensen en na afloop kwamen veel van hen vragen hoe ze lid konden worden.” Een paar maanden later werd het een club met leden. „Het groeide organisch, zonder groot plan.”

Overigens is Pretor-Pinney wel degelijk serieus over wolken. Gevraagd of de belangstelling voor de CAS tijdens corona is toegenomen, bevestigt hij dat en voegt toe: „In uitdagende en stressvolle tijden is de lucht een toevlucht voor ons, een deel van onze omgeving dat altijd beschikbaar is. De steeds veranderende wolken vormen een verhaal zonder begin en zonder einde, een verhaal dient als een alomtegenwoordige achtergrond voor het menselijk bestaan. Af en toe met je hoofd in de wolken doorbrengen, helpt je om je voeten op de grond te houden.” Het enige wat misschien tongue-in-cheek is aan die beschouwing, is dat hij haar laat voorafgaan door de vraag: „Mocht je nog een citaat willen, wat dacht je hiervan?”

Lieven Scheire werd CAS-lid in 2013: nummer 32393 (in deze nerdy club vinden leden het leuk om zichzelf bij hun lidnummer te noemen). Hij is weleens op een CAS-dag in Londen geweest („allemaal nerds met een vrolijke, gedeelde hobby die zichzelf niet te serieus nemen, mijn ideale gezelschap”) maar verzamelt zijn wolken verder alleen. Eerst met The Cloud Collector’s Handbook (2009), ook van Gavin Pretor-Pinney, dat het wolken kijken ‘gamificeert’, zegt Scheire: „Je geeft jezelf punten voor wolkentypen die je hebt gezien.” Inmiddels gebruikt hij de CloudSpotter-app (ook van de CAS, alleen voor iPhone). „Daarmee begon het op een verslaving te lijken.” Scheire kon zomaar uren verdwijnen omdat de omstandigheden gunstig waren voor een wolk die hij nog niet had.

Het gaat om het slechte weer

Dat herkent Nicole Heij wel. Zij is geen lid van de CAS, maar ook bij haar moet voor wolken veel wijken. „Ik woon aan het einde van een woonwijk, dus je ziet van alles aankomen over de weilanden. Bij iets bijzonders, bijvoorbeeld een mooie shelf cloud, begint het van binnen helemaal te borrelen, dan móét ik op pad voor een goeie foto. Ik weet de beste plekjes in de buurt.” Veel mensen zijn minder blij met een shelf cloud: die kondigt vaak onweer aan. Prachtig, vindt Heij. „Als de lucht strakblauw is, vind ik er sowieso niet veel aan. Het gaat mij echt om het slechte weer. Een rolwolk, die lijkt op een shelf cloud, is ook heel spectaculair: zo’n donkere massa tegenover verder zonnig weer.”

Heij is geen CAS-lid. Als beginnend wolkenkijker zocht ze op wat ze zag in online wolkenatlassen. Nu volgt ze andere wolkenfans op sociale media, en ook echte storm chasers, mensen die extreem weer achterna reizen. Dat zou zij ook wel willen: „Ik droom ervan om naar Amerika te gaan en een tornado op de foto te zetten. Ik mag alleen niet van mijn dochter, die vindt dat te eng.”

International Space Station

Fotograferen staat centraal in haar wolkenliefde. Haar foto’s halen niet alleen regelmatig het RTL Nieuws-weerbericht, er staan er ook drie in het boek Dag & Nacht, de hemel verklaard (2020) van wetenschapsjournalist Govert Schilling en meteoroloog Helga van Leur. Eén foto is van een zogeheten ‘bubbelwolk’: „De undulatus asperitas, een heel mooie golvende wolk die pas in 2017 zijn officiële naam heeft gekregen. Dat was echt de kroon op mijn werk, althans, mijn hobby.” Een andere foto is van een circumzenitale boog, een soort omgekeerd regenboogje dat ontstaat door breking van laag zonlicht in hoge ijskristallen. Geen wolk, maar wolkenfans kijken nu eenmaal graag omhoog, ook naar andere verschijnselen die zich daar voordoen. Heij heeft eens met haar gezin bij vuurwerk in Scheveningen strak de andere kant op zitten kijken, want daar kwam het International Space Station voorbij. Dat viel op: „Dan zie je ook bij andere mensen wel de koppies omdraaien.”

Lees ook, over de circumzenitale boog: Prachtige halo die niemand ziet

Heijs derde foto in Dag & Nacht is van een zonsondergang, maar dan wel een heel mooi kleurrijke. Toen Heij nog in de hoge flat woonde, legde ze zulke luchten vaak vast met een spiegelreflexcamera: zo begon het tussen haar en de wolken. „Dan moesten de kinderen naar bed, maar dat moest nog even wachten, want mamma was de wolken aan het fotograferen.” Inmiddels gebruikt ze vrijwel alleen nog de camera in haar telefoon. „Een mammatus-wolk kan opkomen en een halve minuut later weg zijn. Een fototoestel instellen haal je dan niet. Bovendien zijn camera’s in telefoons zo goed tegenwoordig. Ik kies er wel altijd mijn nieuwe telefoon op uit.”

Die mammatus is trouwens Scheires favoriete wolk. „Een gladde onderkant waar een soort bolletjes uithangen. De ‘tietwolk’, kun je zeggen, hij lijkt op een moedervarken. Je ziet hem vaak vlak voor of na onweer.” De eerste keer dat hij een mammatus in het echt zag – hij kende de wolk alleen van foto’s – heeft Scheire meteen de auto aan de kant gezet. „Ik heb als een gek staan grinniken in de regen terwijl ik foto’s maakte.”

Zijn er ook wolken waar deze fans een hekel aan hebben? „Ja, laaghangende druilerige regenwolken”, zegt Scheire. „Altostratus. The Cloud Collector’s Handbook zegt daarover: ‘Je zult weinig wolkenspotters zien highfiven als ze deze aan hun wolkenverzameling toevoegen.’” Heij noemt het nóg grauwere broertje, de nimbostratus: „Saaie regenwolken, van dat laaghangende grijsbruin. Daar valt echt niks moois van te maken.”