Er is een nieuwe wapenwedloop aan de gang, en Europa ligt achter

Defensie Er is een nieuwe wapenwedloop: in de ruimte. Rusland en China ontwikkelen antisatellietwapens. Ook Nederland heeft nu zijn eerste militaire satelliet.

In het Witte Huis wordt de officiële vlag gepresenteerd van de United States Space Force, mei 2020. Achter de vlag staat toenmalig president Trump.
In het Witte Huis wordt de officiële vlag gepresenteerd van de United States Space Force, mei 2020. Achter de vlag staat toenmalig president Trump. Foto Samuel Corum/EPA

Op 15 juli 2020 zagen amateursatelliettrackers de Russische satelliet Kosmos 2543 iets ongewoons doen: het leek een projectiel af te schieten met een snelheid van zo’n 700 kilometer per uur. Ruim genoeg om een andere satelliet te beschadigen, al werd er niets geraakt.

December 2019 was Kosmos 2543 al tevoorschijn gekropen uit het binnenste van een andere satelliet, Kosmos 2542, een actie die het tweetal de bijnaam matroesjkasatellieten opleverde, naar de poppen-in-poppen uit de Russische folklore.

En daarvoor nog had Kosmos 2542 zich al in de baan van de Amerikaanse spionagesatelliet USA 245 gemanoeuvreerd. Toen USA 245 daarop naar een andere baan verkaste, ging de Russische belager opnieuw achter de Amerikaan aan.

Het wordt steeds ongezelliger in de ruimte. Tegen een achtergrond van oplopende spanningen tussen het Westen, Rusland en China, bewapenen de ruimtegrootmachten zich, met als nieuw doelwit de satellietnetwerken die inmiddels onmisbaar zijn geworden voor civiele, wetenschappelijke en militaire doelen.

Nederlandse satelliet

„Er is een nieuwe wapenwedloop aan de gang”, zegt Patrick Bolder, strategisch analist bij het The Hague Centre for Strategic Studies, „als je zo afhankelijk bent van in de ruimte geplaatste middelen, worden die middelen vanzelf ook weer een doel”.

Vorige maand verklaarden NAVO-leiders dat het artikel 5 – een aanval op één wordt opgevat als een aanval op allen – voortaan ook geldt voor de ruimte. In 2019 was de ruimte al aangemerkt als één van de vijf operationele NAVO-domeinen, naast land, zee, lucht, en cyber. Wel stelde secretaris-generaal Jens Stoltenberg dat NAVO-landen zelf geen wapens in de ruimte zullen stationeren.

En Nederland lanceerde afgelopen woensdag de eerste eigen militaire satelliet, BRIK-II. Deze nanosatelliet heeft de grootte van een forse schoendoos.

Ruimtevaart en het militaire bedrijf zijn altijd verbonden geweest. De eerste serieuze raket was de ballistische V2-raket van nazi-Duitsland, de eerste astronauten waren gevechtspiloten, gelanceerd op omgebouwde kernraketten. Alle ruimtegrootmachten hebben inmiddels netwerken van militaire spionage- en communicatiesatellieten.

Gps werd een succes

Maar na de race om de maan kwamen wetenschap en internationale samenwerking en civiele en wetenschappelijke doelen steeds meer op de voorgrond te staan.

Het van oorsprong militaire navigatiesysteem gps werd een civiel succes, inmiddels onmisbaar voor landbouw, dijkbewaking, energiesector, logistiek, financieel verkeer, scheepvaart en nog een lange rij andere sectoren. Weersatellieten, communicatiesatellieten en inmiddels ook internetsatellieten maken gebruik van en toegang tot de ruimte onmisbaar. „Wie tijdens een oorlog de vitale infrastructuur van de vijand weet plat te leggen, is in het voordeel”, zegt Bolder.

En dat geldt nog sterker voor het militaire gebruik ervan. Bolder: „De Golfoorlog van 1991 was een keerpunt.” Toen werd gps voor het eerst in een gewapend conflict gebruikt. Geleide bommen en projectielen en drones kunnen niet zonder gps en satellietcommunicatie.

Al eerder waren satellieten militair doelwit. Al vanaf de jaren vijftig werkte de Sovjet-Unie aan een programma met de weinig aan de verbeelding overlatende naam Istrebitel Spoetnikov, Vernietiger van Satellieten. Ook de VS testte antisatellietraketten, gelanceerd vanaf jachtvliegtuigen. Maar door de teloorgang van de Sovjet-Unie trad een informeel moratorium in. Het Amerikaanse programma werd opgedoekt in 1988, het Russische leed onder financiële tekorten.

Dat veranderde op 11 januari 2007. Toen schokte China de wereld door de eigen defecte weersatelliet Fengyun-1C kapot te schieten met een raket. Dat veroorzaakte een wolk van zo’n 150.000 fragmenten aan ruimtepuin. Omdat de satelliet zich in een hoge baan bevond, vormen veel brokstukken nog jaren lang een gevaar voor andere satellieten.

De test en de gevolgen kwamen China op felle kritiek te staan, maar de VS liet in het jaar daarop zien hetzelfde kunstje te beheersen, door de defecte Amerikaanse spionagesatelliet USA-193 stuk te schieten. Door de lagere baan van USA-193 viel wel het meeste puin snel terug naar de aarde.

Vanaf een kruiser van de Amerikaanse marine wordt in 2008 een raket afgeschoten die op 247 kilometer hoogte een eigen spionagesatelliet zal vernietigen. Foto U.S. Navy

De proeven gingen door. Rusland blies zijn antisatellietprogramma nieuw leven in, en voerde inmiddels al zo’n tien tests uit met zijn Nudol-raketsysteem, en in 2013 testte China een raket die met een hoogte van 10.000 kilometer in de buurt van gps-satellieten komt.

Op 27 maart 2019 voegde India zich bij de club van satellietvernietigers door een eigen spionagesatelliet aan puin te schieten. „India heeft zichzelf gevestigd als een ruimtevaartmacht”, zei premier Narendra Modi.

Deze systemen werken met een raket: een explosieve lading is niet nodig, de pure snelheid van duizenden kilometers per uur is genoeg. Een andere aanpak is om de satelliet te raken met laserstraling of bundels gerichte microgolven.

In 2019 liet China een compact, verrijdbaar microgolfwapen zien dat vanaf de grond op satellieten gericht kan worden. De Russische president Vladimir Poetin kondigde in 2018 een laserwapen aan boord van een Iljoesjin-vrachtvliegtuig. Ook de VS werken aan militaire lasers, zij het vooral nog voor aards gebruik.

Als een piratenschip

Russische matroesjkasatellieten zijn een vingeroefening in zogeheten co-orbital-technieken, waarbij een satelliet als piratenschip langszij vaart om de vijand te enteren, te kapen of om erop te vuren. Ook China en India voerden tests uit op dit gebied, soms met robotarmen om satellieten te grijpen, al ging het tot nu toe om eigen satellieten.

Voorzover bekend liggen ze daarmee voor op de VS. Wel lanceerden de Amerikanen in 2010 al het militaire ruimtevliegtuigje X-37B, een negen meter lange onbemande afgeleide van de Space Shuttle. Het met geheimhouding omgeven ruimtevliegtuigje kan tot twee jaar in de ruimte blijven, en kan daar van baan veranderen, iets wat de meeste satellieten niet kunnen. Satellieten hinderlijk volgen lijkt echter nog niet het doel: in de tot nog toe vijf testvluchten lijkt het vliegtuig alleen gewone’ missies uit te voeren.

Lees ook: Staan we aan het begin van een space race?

Toch heeft ook China inmiddels een een vergelijkbaar ruimtevliegtuigje ontwikkeld, waarover weinig meer bekend is dan een satellietfoto op een landingsbaan bij het testgebied voor atoomwapens in een woestijn in de westelijke provincie Xinjiang.

Europa blijft bij al dit wapengekletter achter, zegt strategisch analist Patrick Bolder. „Maar het besef is wel gekomen dat de geopolitiek is veranderd, dat de ruimte geen veilige plek meer is. Sinds een jaar of twee is er een kentering te zien.”

In 2019 kondigde president Donald Trump de US Space Force aan, een zesde tak van de strijdkrachten. Over de stap, op Trumpiaanse wijze aangekondigd tijdens een campagnebijeenkomst, werd aanvankelijk lacherig gedaan. Trump-fans mochten stemmen over het logo, dat vervolgens verdacht veel leek te lijken op het Starfleet-logo uit de serie Star Trek. Er werd geginnegapt over de camouflagekleuren van de Space Force-militairen, die vooral zullen strijden achter monitoren, met hooguit een kantoorplant in zicht.

Toch kreeg de VS navolging van Frankrijk, dat ook een eigen ruimtevaart-krijgsmachtonderdeel opricht, en aankondigde bodyguardsatellieten te ontwikkelen die bestaande satellieten kunnen bewaken, onder andere door foto’s te nemen van belagers, maar die mogelijk ook worden bewapend.

Ook Nederland heeft nu een eigen Defensie Space Security Centre, met een bescheiden bezetting van zo’n tien medewerkers. „We hebben nog geen goed antwoord op de militarisering van nieuwe domeinen, zoals cyber en de ruimte”, zei minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) tijdens de presentatie van een rapport over de toekomst van defensie, waar ook ruim aandacht is voor de kwetsbaarheid voor aanvallen op ruimte-infrastructuur.

Nederlands demonstratieproject

„Het is te hopen dit beleid wat meer tractie gaat krijgen, en ook financiering”, zegt strategisch analist Patrick Bolder. Er is inmiddels een Europees Defensie-agentschap én een Europees Defensiefonds, bedoeld voor investeringen in de verdediging van de EU, met 13 miljard euro in kas, ook bedoeld voor ruimtedefensie. Ook ontwikkelen de EU-lidstaten samen militaire capaciteiten in de zogeheten Permanent Structured Cooperation. „Een enorme verandering”, zeg Bolder, „militaire investering met EU-geld was een paar jaar terug nog uit den boze.”

De Nederlandse militaire satelliet Brik-II, ontwikkeld in samenwerking tussen luchtmacht, de TU Delft en het ruimtevaartinstituut NLR, is vooral een demonstratieproject. De satelliet, budget 2,5 miljoen euro, is een soort radio-brievenbus. Troepen ergens op aarde kunnen per radio boodschappen omhoog zenden, die vervolgens boven Nederland weer afgegeven worden, zodat ze niet te onderscheppen zijn. Ook zijn er sensoren voor het detecteren van storingen in radiosignalen, en apparatuur om radiosignalen te detecteren en analyseren.

Een volgend project, in samenwerking met Noorwegen, is MilSpace2, een constellatie van twee satellieten die de locatie van zenders op aarde precies in kaart kunnen brengen.

„Dit soort projecten moet ons vooral ervaring en kennis opleveren”, zegt luitenant-kolonel Bernard Buijs van de luchtmacht, hoofd van Defensie Space Security Centre. En geloofwaardigheid bij bondgenoten. „Als we willen meedoen, moeten we ook een eigen bijdrage leveren.”