Opinie

‘Kaag-gate’ is een ordinaire heksenjacht

Media De ophef rond de Kaag-documentaire gaat helemaal niet om journalistieke integriteit, maar om onverdunde vrouwenhaat, schrijft .
Sigrid Kaag komt aan op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad.
Sigrid Kaag komt aan op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad. Foto Remko de Waal / ANP

Adembenemend hypocriet, de opgeklopte ophef rond de VPRO-documentaire over Sigrid Kaag. Haar partij en ministerie hadden zich bemoeid met de inhoud en de film werd óók nog eens voor de verkiezingen vertoond. In een commentaar schrijft de Volkskrant dat de VPRO beter had kunnen wachten met uitzenden tot na de verkiezingen. Dit is dezelfde Volkskrant die een interview met prins Bernhard op de plank liet liggen tot na zijn overlijden en die vorig jaar, bij monde van de hoofdredacteur, stelde dat het „niet verstandig” was om het coronabeleid van de overheid te bekritiseren.

De Telegraaf, de krant die onschuldige medewerkers van het Rotterdamse stadhuis zonder een gram bewijs wegzette als salafisten, de activisten van Kick Out Zwarte Piet in een grote spread een gevaar noemde en de minderjarige zoon van burgemeester Halsema zonder scrupules op hun altaar van de Halsema-haat offerde, toonde zich „geschokt”. Journalistieke principes, die zijn voor anderen.

Het is volstrekt normaal om geschreven interviews te laten accorderen voor publicatie om feitelijke onjuistheden te voorkomen. Ook bij documentaires is het gebruikelijk dat de gefilmde het product ziet. Dat de zaak rond Kaag een uitzondering zou zijn, is aperte onzin.

Talkshows en redacties onderhandelen voortdurend over voorwaarden. Wanneer het politici betreft, wordt het nog wat erger, omdat gehaaide voorlichters zich er dan mee bemoeien. Het gros van de journalisten en journalistiek bedoelde programma’s bewaart onvoldoende afstand tot politici en laat voorlichters verregaande invloed op hun werk uitoefenen. Politiek is bovendien entertainment geworden: programma’s en kranten nodigen politici uit als hoofdredacteur en vragen liever naar hun favoriete ontbijt dan hen verantwoording te laten afleggen. Dat is het echte probleem.

Zelfgenoegzame mastodonten

Documentaires zijn een vak apart en hoeven niet per se journalistiek te zijn. Centraal staan de makers: hoe moet de film worden en wat willen ze vertellen. Het hoort bij hun vrijheid om te bepalen welke concessies ze bereid zijn te doen om de film te maken die ze voor ogen hebben. Uiteindelijk beslissen zij.

Wie denkt dat je mensen langdurig met een camera kunt volgen zonder enig overleg of rekenschap heeft een vreemd mensbeeld. Al moet je ze de kost geven, journalisten en makers die mensen als wegwerpartikel gebruiken.

Lees ook de column van Frits Abrahams: Sigrid Kaag moet kapot

Heus, er valt genoeg legitieme kritiek te leveren op de NPO en omroepen. Ik werk er als freelancer al jaren voor. Het is een bastion met zelfgenoegzame mastodonten waar je als buitenstaander niet tussen komt. Als je niet binnen de hokjes past, kun je naar kansen fluiten en veel medewerkers zijn ingezakte ambtenaren zonder gevoel voor creativiteit of durf.

Maar daar gaat dit alles niet over. Dit gaat over Sigrid Kaag, een vrouw die sinds ze haar ambities bekendmaakte, op perfide wijze aangevallen wordt door rechtse media. Als het niet vanwege haar Palestijnse echtgenoot is, dan wel vanwege een hoofddoek die ze droeg, haar elitaire toon, vermeende ongenaakbaarheid of een dansje op tafel. Wilders noemde haar deze week bij herhaling een „heks”.

Heks moet branden

Deze zaak gaat dus helemaal niet om journalistieke integriteit, maar om onverdunde vrouwenhaat. Bart Nijman van GeenStijl, waarmee deze affaire begon, noemde Kaag „een vreselijke feeks en haar partij een gezwel”. En: „Ik heb echt een intense, diepgevoelde, onironische, in al mijn vezels trillende teringhekel aan het menstype Sigrid Kaag, die omhooggevallen, zelfvoldane, koudgekakte, belerende, moralistische, vingerwijzende, heiliger-dan-jij, spiegelloze, samenlevingsschuwe, volksverlakkende, zelfbedriegende en anderenbeliegende bezemheks van Dédain66.” Dat is dezelfde Nijman van GeenStijl dat het nepnieuws zo’n beetje heeft uitgevonden, groot is geworden met gestolen naaktfoto’s, onbeschaamd racisme, antisemitisme, intimidatie van andersdenkenden en seksisme. Nijman die zijn lezers opriep hun verkrachtingsfantasieën over journalist Loes Reijmer te delen. Díe Nijman werpt zich op als hoeder van de beschaving en wordt geprezen om de ‘journalistieke’ stunt die hij uitgehaald zou hebben. Maar dit is geen journalistiek, dit is pure rancune ingegeven door persoonlijke haat. Die motivatie en context zijn wel degelijk van belang.

Lees ook: Eindelijk een echte opvolger van Hans van Mierlo

Omstanders die dit toejuichen legitimeren hiermee de gevaarlijke praktijken van een club mensen die nog nooit verantwoordelijkheid heeft genomen voor de slachtoffers die ze maakt. Een vrouw met succes moet kapot, omdat ze zich niets aantrekt van de weerzin tegen haar van Nijman en De Telegraaf. Ze gaat gewoon onverstoorbaar door met de coalitie-onderhandelingen. Het lef.

Dat is de kern. Femke Halsema en Sylvana Simons ervoeren dit ook al. Als ze je niet mogen en je niet buigt, wacht je hun toorn. De heks moet branden. Liefst niet alleen virtueel. Tot er niets meer van over is.

Het wordt echt tijd dat mensen hun rug recht houden en zich niet meer laten intimideren en opstoken door deze gewetenloze vandalen. Een samenleving die zich hierdoor laat gijzelen, zet haar eigen ondergang in.