Ja, het puberbrein kan volgens experts over vaccinatie beslissen

Hersenen Jongeren van 12 tot en met 17 jaar mogen zelf besluiten of ze een vaccin willen. Kinderen zijn in staat een weloverwogen besluit te maken, zeggen deskundigen.

Een jonge inwoner van Terschelling krijgt een vaccinatie tegen het coronavirus.
Een jonge inwoner van Terschelling krijgt een vaccinatie tegen het coronavirus. Foto Jaap Schaaf / ANP

Wat zijn ze nog jong hè, kinderen in de leeftijd van twaalf tot en met zeventien jaar. Toch mogen ze zelf beslissen of ze gevaccineerd willen worden tegen Covid-19.

Kúnnen kinderen hier wel zelfstandig over beslissen, met hun onvolgroeide puberbreinen? Deskundigen hebben er wel kanttekeningen bij, maar hun belangrijkste antwoord is toch: ja. „Dit kunnen ze echt”, zegt Eveline Crone, hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden. „Een weloverwogen keuze maken waarbij voor- en nadelen tegen elkaar moeten worden afgewogen, dat kunnen jongeren goed.

Lees ook: ‘Vaccineren voor opa en de maatschappij’

Waar ze niet zo goed in zijn, is impulsief, in the heat of the moment, snelle beslissingen nemen. Daarbij maak je gebruik van onbewuste vuistregels, heuristiek, en die bouw je op in de loop der tijd.” Jongeren hebben dat nog niet genoeg gedaan. „Daardoor maken ze vaak keuzes die alleen op de korte termijn goed uitpakken, bijvoorbeeld keuzes waardoor ze verwachten meer geaccepteerd te worden door leeftijdgenoten.”

Opgeofferd

De vraag of je gevaccineerd wilt worden is juist iets waar je over nadenkt, aldus Crone: „Je moet een afspraak maken, je moet het inplannen… Dat is niet iets wat je impulsief doet. Het is niet zo dat mensen op straat klaarstaan met een spuit om je te vaccineren. Daar gaat planning aan vooraf.” En redeneren. „Dan denk je bijvoorbeeld: jongeren worden niet vaak ziek, maar je doet het ook voor anderen in de samenleving; je hebt in coronatijd al wel veel opgeofferd voor de samenleving, maar een inenting als deze is niet uniek, we doen veel inentingen om mensen op populatieniveau te beschermen…” Zo redeneren, zegt Crone, dat kunnen pubers prima.

„Kinderen van acht jaar kunnen ook vaak al heel goed aan een kinderrechter vertellen wat ze zelf willen”, zegt Mariëlle Bruning, hoogleraar jeugdrecht aan de Universiteit Leiden. Bijvoorbeeld in echtscheidingszaken. In 2015, vertelt Bruning, is psychiater Irma Hein aan de Universiteit van Amsterdam gepromoveerd op onderzoek waaruit blijkt op welke leeftijd kinderen medische beslissingen kunnen nemen.

Hein onderzocht hoe oud kinderen zijn als ze begrijpen wat het inhoudt om aan medisch-wetenschappelijk onderzoek deel te nemen, of ze erover kunnen redeneren en beslissen – een keuze die lijkt op een medische beslissing. Tussen 9,6 en 11,2 jaar was er een overgangsgebied: jongere kinderen waren over het algemeen nog niet wilsbekwaam, oudere wel.

„Elk kind is uniek”, benadrukt Bruning. „Het kan best zijn dat een kind van vijftien met een verstandelijke beperking nog geen medische beslissingen kan nemen. Maar gemiddeld kunnen twaalfjarigen de gevolgen van beslissingen op deze thema’s overzien. Al moeten ze daarin wel begeleid worden door ouders en opvoeders.”

Lees ook: ‘De hoop is nu op de pubers gevestigd’

Recalcitrant

Dat laatste punt vindt Jelle Jolles, emiritus hoogleraar neuropsychologie aan de Vrije Universiteit, ook belangrijk. „Tieners hebben absoluut de mentale vaardigheden, maar veel van hen hebben zo weinig kennis dat ze de afweging toch niet goed kunnen maken. Het hangt af van hun achtergrond, maar als ze een beetje recalcitrant zijn kunnen ze ook de kont tegen de krib gooien en dingen zeggen als ‘corona is toch maar een hoax’. Dat is een kinderachtige gedachte, maar die hebben ze doordat ze hun peer group napraten en die hebben net zo min kennis en ervaring.”

Sommige volwassenen hebben die gedachte ook. „Maar er zijn meer vijftienjarigen met kinderachtige gedachten dan veertigjarigen”, zegt Jolles. „Ideeën over de wereld worden realistischer als je meer ervaring hebt, meer feedback vanuit de omgeving.”

De oplossing? „Iets wat we al tienduizenden jaren doen, en het heet opvoeding. Niet zeggen: ‘Je moet het doen, ik weet er echt alles van’, maar gewoon met ze praten, ze inspireren, feedback geven. Tieners staan er vaak erg voor open dat ze werk in uitvoering zijn, dat ze nog niet alles weten, dat ouderen hen kunnen helpen.” Thuis, op school, op de sportclub, overal. „Zet bijvoorbeeld ook eens een paar vijftienjarigen bij elkaar met één achttienjarige erbij – die vinden ze al heel oud. We moeten de voorwaarden voor jongeren scheppen om kennis en ervaring te kunnen opdoen.”