Hamlet hikt in zijn ziel

Etymologisch is ‘hik’ niet zo boeiend, maar mentaal staat de hik voor een existentiële crisis, constateert

Hikken. Een aandoening van het middenrif, te weten singultus, waardoor je krampachtig inademt met als gevolg afsluiting van de stemspleet en het kenmerkende hik-geluid. Maar het woord zegt zoveel meer, bijvoorbeeld ‘ergens tegen aanhikken’, dat wil zeggen tegen iets opzien of iets maar moeilijk kunnen aanvaarden.

Sinds bekend werd dat wetenschappers in de Amerikaanse staat Texas een genezing voor de hik hebben gevonden, kan ik niet ophouden met denken aan de Deense prins Hamlet, die aanhikt tegen het hele idee van het leven. Ga maar na: „Er zijn – of er niet zijn, is het probleem:/ Of ’t nobeler is om in de geest de pijlen/ En slingers van het woedend lot te dulden,/ Of op te staan tegen een zee van plagen,/ Omkomend in de strijd. Te sterven – slapen,/ Meer niet; […].”

Hij kampt met twijfel, met het niet willen of kunnen aanvaarden van zijn lot. Ik moet dit doen, nee dat, of eigenlijk iets anders, klinkt het in zijn stotterende gedachtegang, en dan heel ritmisch. De ironie is dat er voor Hamlet niets te ‘kiezen’ valt. Het zit vast bij hem – hij hikt niet in zijn middenrif maar in zijn ziel.

Om het een en ander weer in beweging te brengen, hebben wetenschappers aan de Universiteit van San Antonio een rietje ontworpen, gepatenteerd als de ‘HiccAway’. Ze hebben namelijk ontdekt dat wie hieruit drinkt de middenrifzenuw stimuleert waarna het doorslikken de nervus vagus in werking zet. Hierdoor blijven beide zenuwen, die de hik veroorzaken, actief, zodat de aandoening verdwijnt.

Dat wetenschappers zich zo bezighouden met de hik, tekent ook het belang van een onderschat woord. Etymologisch is ‘hik’ afgezien van de klanknabootsing misschien niet zo boeiend, des te meer blijkt het woord bruikbaar voor bijvoorbeeld het uitschelden. Volgens Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (2001) van P.G.J. van Sterkenburg, kun je zeggen: „Krijg de blafhik!; krijg de zevendaagse hik!; of krijg de paardenhik!” Frappant: wie deze uitdrukking gebruiken, zitten zélf vast, gevangen in minachtig en ontgoocheling.

Foto Getty Images

Kortstondige, maar vervelende opstoppingen in een proces dat onder normale omstandigheden spoedig zou verlopen, leiden in het Engels tot het gebruik van de hik in een zin als, om terug te keren naar Hamlet, ‘His love life has been marred by hiccups’. Dat kun je wel zeggen, want zie zijn snauw richting Ophelia: „Maak dat je naar een nonnenklooster komt. Wou je soms zondaars fokken, eh?” Zijn schelden is des te pijnlijker, omdat Hamlet misschien wel écht verliefd is op haar („Ooit hield ik van jou”). Het tekent zijn gitzwarte levensvisie.

Ondanks de wetenschappelijke doorbraak in het behandelen van de hik blijft het ontnuchterend dat bepaalde zenuwen de bron van zoveel kwaad kunnen zijn. Die nervus vagus, oftewel de ‘ontspanningszenuw’ regelt wel véél in een mens, temeer bij de neurotische Hamlet. Zijn mentale hik tekent de existentiële crisis van een man op zoek naar een absolute waarheid. Hij moet iets aanvaarden, zich ergens bij neerleggen, rust vinden. Maar zijn zenuwstelsel is in chaos. Hoe menselijk maakt dit hem wel niet. Dat je hikt is een staat van pure dissonantie: het kán gewoon niet. En toch moet het. Dat is precies Hamlet, maar dan zonder verlichting, voor eeuwig.