Een geur die beter ongenoemd blijft

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: bomen met onaangename geuren.

De mannelijke bloemen van de hemelboom hebben een indringende geur.
De mannelijke bloemen van de hemelboom hebben een indringende geur. Foto Sjon Heijenga

Hemelboom, dus. Tree of heaven. Ailanthus altissima. Jaar in jaar uit passeerde je bijna dagelijks het Amsterdamse Hugo de Grootplein en al die tijd vroeg je je af wat dat toch voor bomen waren die daar stonden. Die bomen met die vreemde geur die nu in bloei staan. Nooit kwam je er toe het uit te zoeken.

En het was zo eenvoudig. De gemeente Amsterdam houdt precies bij welke bomen zij in beheer heeft en laat ze al jaren secuur op een kaart zetten. Inmiddels is die kaart gedigitaliseerd en kun je elke boom aanwijzen waarvan je de naam weten wil. En andersom, kijken waar in Amsterdam alle hemelbomen staan. Of, bijvoorbeeld, alle ginkgo’s, ook wel ‘Japanse notenbomen’ genoemd. Vespuccistraat, Marcantilaan, Populierenweg, Lepelkruisstraat.

Het systeem heeft beperkingen. Struiken worden niet meegeteld en wat er in de binnentuinen staat valt ook buiten de inventarisatie. Verder is de kaart niet steeds up-to-date. Dat de prachtige moerascipressen van de Frederik Hendrikstraat zijn vervangen door een stel magere iepen is nog niet verwerkt. De cipressen werden omgehakt omdat hun wortels bobbels maakten in het fietspad.

Locaties van drie boomsoorten in Amsterdam: ginkgo, hemelboom en moerascipres


Beruchte wortelopdruk

Het kan de hemelbomen ook overkomen want hun wortelopdruk is berucht en bovendien gelden ze als invasieve exoten die een gevaar zijn voor de natuur. Ecologen haten ze met heel hun zuivere hart. De bomen, oorspronkelijk uit China en Korea, verspreiden zich makkelijk in het wild en maken daar met hun wortelexudaten de inheemse flora het leven zuur.

En de bomen hebben die andere eigenschap die ze op kan breken: de mannelijke bloemen (de boom is tweehuizig) ruiken indringend naar zaad, naar sperma. Wie ooit getroffen werd door de overeenkomst raakt de associatie nooit meer kwijt. It’s a smell many recognize, but few are brazen enough to discuss, oordeelde een Canadese dame die de hemelbomen in haar buurt liet kappen. Op het Hugo de Grootplein ruikt het al naar haring en patat, de zaadlucht kan weleens te veel worden als die eenmaal wordt herkend. Het beste is er niet over te beginnen.

Heel veel planten blijken sperma-achtige geuren te verspreiden, de tamme kastanje (Castanea sativa) staat erom bekend. Hij heeft het geluk min of meer inheems te zijn en weinig als stadsboom te zijn aangeplant. Chinese onderzoekers, die veel werk steken in sperma-geuren, denken dat het de stof 1-pyrroline is die kastanjebloemen hun typische geur geeft. Over de hemelboom viel wat dat betreft nog weinig te vinden.

Opmerkelijk genoeg wordt de geur van de hemelboombloemen en die van gekneusde hemelboombladeren ook vaak beschreven als die van ongewassen gymschoensokken, gekookt vlees en ranzige of verbrande pindakaas. Anderen omschrijven haar juist als ‘not exactly unpleasant’. De vele insecten die de bloemen bezoeken doen dat waarschijnlijk ook.

Stinkkaas en kattenpis

Geuren laten zich niet goed beschrijven en ieder mens heeft er zijn eigen oordeel over, zo zit dat nu eenmaal. Was het anders geweest dan hadden de wetenschappelijke flora’s ze wel als onderscheidend kenmerk in hun determinatietabellen opgenomen. Het neemt niet weg dat bijna iedereen de geur van vlier, linde of sering aangenaam vindt. Zoals bijna iedereen de geur van de ‘vruchten’ (het zijn geen echte vruchten) van de Ginkgo biloba weerzinwekkend schijnt te vinden. Het doet denken aan een mengsel van kots en ranzige boter, schrijven gedupeerden op internet. Of aan hondenpoep, stinkkaas en kattenpis. En opnieuw: ongewassen gymschoensokken. Plantsoenendiensten stellen veel in het werk om uitsluitend mannelijke Ginkgo’s neer te zetten (deze plant is ook al tweehuizig), maar een probleem is dat het geslacht van zaailingen zich pas na een jaar of tien manifesteert. Dan kan een mannelijke Ginkgo zomaar een vrouwelijke blijken te zijn. Dat mannelijke Ginkgo’s na verloop van tijd spontaan in vrouwelijke Ginkgo’s kunnen veranderen, zoals op internet wordt beweerd, is een fabeltje. Soms lijkt het zo.

De bloempjes van de wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia) verspreiden volgens sommigen een zware, zoete lucht, a sweet heavy smell. De Flora van Nederland daarentegen noemt het een naar aas ruikende, weeïge geur. Verderop op internet worden hondenpoep, vuile luiers en rottend vlees aangehaald voor de beschrijving. Het sperma figureert er als spunk. Wij van AW misten het woord kattenpis.

Opeens was er de vraag wat eigenlijk het algemeen oordeel is over de eigenaardige geur van de eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna). Moet je de bloemengeur per se prettig noemen omdat de meidoorn zo sympathiek is? In Engeland hoeft dat niet. De hawthorn stinkt naar rottend vlees, zeggen ze daar, hij doet denken aan patiënten met gangreen. Lang geleden werd de geur in verband gebracht met de pest, je haalde nooit meidoorntakken in huis. Maar in Frankrijk werden vooral seksuele ondertonen in de meidoorngeur gesignaleerd, daar was het niet ongebruikelijk een ruikertje meidoorn bij jonge meisjes voor het raam te zetten. Je vindt de wijsheden door Google de trefwoorden ‘hawthorn’ en ‘smell’ aan te bieden. Sex and death: het verbindend element zit in het geurbestanddeel trimethylamine dat zowel bij seks als bederf vrijkomt. En verdomd, dan is er toch weer iemand die vindt dat de meidoorn naar amandelen ruikt.