Opinie

Democratie is: belezen zijn

Onderwijs Waar linkse activisten en Republikeinse commentatoren hun wereldbeeld als enige juiste zien, hoeven we het in een liberale democratie niet met elkaar eens te zijn, schrijft
Illustratie Jet Peters

In de jaren tachtig moest aan mijn universiteit bij vergelijkende literatuurwetenschap een verplicht college literatuurtheorie worden gevolgd. Dit college, Lit 130 als ik me goed herinner, bood toekomstige academici een reeks kaders en theorieën die toepasbaar waren op het lezen van boeken. Het waren de hoogtijdagen van het deconstructionisme (in feite een vorm van heel pretentieuze close reading, geïmporteerd uit Frankrijk) en dus lazen we de nodige teksten op zoek naar dingen waar deconstructionisten belangstelling voor hadden. Maar we lazen ook freudianen, marxisten, feministen en anderen.

We moesten heel wat opgeblazen academische taal verstouwen, maar het college had zijn nut. Ik leerde er onder andere dat we dezelfde tekst uit meerdere gezichtspunten kunnen lezen en er dus verschillende thema’s in kunnen zien. Als een marxist bijvoorbeeld Pride and Prejudice van Jane Austen leest, gaat zijn belangstelling misschien uit naar de manier waarop rijkdom, macht en de vastbeslotenheid om beide te bezitten het leven van alle personages bepalen. Als een feministe hetzelfde boek leest, komt ze misschien tot de ontdekking dat de patriarchale houding tegenover vrouwen, die worden beoordeeld en gewaardeerd op hun huwbaarheid, ook het leven van de personages bepaalt. En de freudianen zullen naar verwachting weer een heel andere reeks motieven opmerken.

Omdat Austen zelf veel belangstelling had voor kapitalisme, patriarchaat en psychologie – al zou ze geen van deze termen hebben gebruikt – konden deze uiteenlopende manieren van lezen nieuwe kanten van het verhaal onthullen. Maar je leerde ook hoe je een zekere afstand tot al deze theoretici kon bewaren, vooral als ze beweerden een unieke toegang tot de waarheid te hebben. Het was belangrijk je verre te houden van slechte marxistische academici, zoals het soort dat beweerde dat hun manier om Pride and Prejudice te lezen de énige manier was om Pride and Prejudice te lezen. Deze houding leidde tot veel doodlopende wegen: in de Sovjet-Unie (waar slechte marxistische academici uiteindelijk nog de enige academici waren die iets mochten publiceren) werd de literatuurwetenschap, en de wetenschap als geheel, niet slechts saai en vervelend, maar voor iedereen met een andere kijk zelfs gevaarlijk.

Antigua

In die tijd was critical race theory, een wetenschappelijke richting die vaststelt hoe racisme instituties heeft gevormd, nog een verschijnsel dat zich tot obscure juridische tijdschriften beperkte. We lazen werken als Pride and Prejudice nog niet uit dat gezichtspunt. Maar dergelijke ideeën waren al tientallen jaren in omloop. In het befaamde essay Jane Austen and Empire uit 1993 betoogde de criticus Edward Said dat wat er in de romans van Austen níét over slavernij en kolonialisme werd gezegd zeer veelzeggend was. Austens vader had het beheer over een suikerplantage op het Caribische eiland Antigua. Dat deze op slavenarbeid draaide verklaart mede de rijkdom van haar familie; ook de rijkdom van een aantal personages uit haar romans wordt door de suikerplantages verklaard. Maar ze praten zelden over slavernij.

Bewust zijn van dit stilzwijgen helpt ons niet begrijpen waarom Elizabeth ten slotte met Mr. Darcy trouwt of waarom Mr. Darcy Lydia redt, en leidt ook zeker niet tot een verklaring van de grote aantrekkingskracht van Austens roman in alle tijden en windstreken. Als het enige dat je weet van Austen is dat ze het niet over de slavernij heeft, dan is je inzicht in haar boeken zeer beperkt. Maar voor een Austen-expert, of gewoon een Austen-liefhebber, opent de kennis van de ongenoemde suikerplantages nieuwe wegen om over Austen en de wereld die ze bewoonde na te denken. En daar is het de wetenschap uiteindelijk om te doen.

Afgelopen week onderschreef generaal Mark Milley, de Amerikaanse commandant der strijdkrachten, in een commissievergadering van het Congres de achterliggende filosofie van Lit 130, die tevens de achterliggende filosofie van een liberale opvoeding is: lees breed; luister naar iedereen; beoordeel zelf wat belangrijk is. Hij verwoordde het zo: „Het is naar mijn mening echt belangrijk dat wij uniformdragers ruimdenkend en belezen zijn.” De uitdrukking belezen betekent dat je dingen kunt en moet lezen waarmee je het niet eens bent. Je kunt Marx zeker lezen zonder marxist te worden. Je kunt lezen over critical race theory zonder daarin ‘theoreticus’ te worden, hoe de omschrijving daarvan ook mag luiden. Wie beide doet, wordt een ontwikkeld mens – of zoals in Milleys geval, een ontwikkelde militair.

Conservatieve cultuurridders lijken de bestudering van de Amerikaanse geschiedenis te willen verbieden

In diezelfde geest is ook de Amerikaanse geschiedenis te lezen, zoals we grote literatuur zouden lezen, zoekend naar begrip van de complexiteit en de nuances, het donker en het licht, het goede en het kwade. Je kunt geïnspireerd zijn door de Onafhankelijkheidsverklaring, gruwen van de verdrijving van de indianen én versteld staan van de energie van de immigranten en kolonisten. Inzien dat de Verenigde Staten een geweldig en uniek land zijn met waarden die het verdedigen waard zijn – en tegelijk beseffen dat ditzelfde land verschrikkelijke fouten heeft gemaakt en gruwelijke misdaden heeft begaan. Is het zo moeilijk om al deze verschillende ideeën tegelijkertijd in ons hoofd te houden?

Militairen behoren te weten, verklaarde Milley, dat Afro-Amerikanen niet helemaal als mens werden beschouwd totdat „we een burgeroorlog en een Emancipatieproclamatie kregen die daar verandering in brachten”. Het kostte „nog eens honderd jaar”, zei hij, om tot de Civil Rights Act van 1964 te komen.

Dit zou allemaal volstrekt onomstreden moeten klinken. Het is niet meer dan een opsomming van feiten over de Amerikaanse geschiedenis, dingen die de meeste mensen op de basisschool leren. Maar voor Tucker Carlson van Fox News is iemand alleen al door de suggestie dat hij probeert zijn eigen samenleving te begrijpen, met inbegrip van de gebreken, een „varken” en „achterlijk”. Laura Ingraham, ook een presentator van Fox News, deed naar aanleiding van de uitspraken van Milley een oproep om op het leger te bezuinigen, omdat „hij heeft besloten mee te gaan in de radicale grillen van de Democraten”. De Carlsons, Ingrahams en andere cultuurridders die tegenwoordig de wereld van het conservatieve infotainment beheersen, lijken inmiddels van mening dat de bestudering van de Amerikaanse geschiedenis – de kennis van wat er werkelijk is gebeurd in het gebied tussen die twee blinkende zeeën – verboden dient te worden.

Verlichtingsdenkers

De Republikeinse staten en schoolbesturen die nu proberen het onderwijs in critical race theory te verbieden, hebben dezelfde bedoeling. De meeste lijken niet zo helder voor ogen te hebben wat de term inhoudt en dus zal het verbod steevast ruim en lomp worden uitgelegd: schoolkinderen mogen niets leren over de geschiedenis van het racisme in Amerika; ze mogen niets leren over de slavernij; ze mogen niet nadenken over de gevolgen op lange termijn. Daar is een deel van de Republikeinse Partij het nu kennelijk over eens.

Maar er zijn ook nog anderen die misschien niets van Milley’s houding moeten hebben. Critical race theory is niet hetzelfde als marxisme, maar de gemakzuchtiger propagandisten ervan delen met marxisten de diepe overtuiging dat hun wereldbeeld het énige wereldbeeld van waarde is. Bovendien hebben sommigen ook mensen aangemoedigd om zich te gedragen alsof dit ook echt het enige wereldbeeld was. Het structurele racisme dat ze hebben vastgesteld is reëel, net als de verdeeldheid in klassen die marxisten ooit vaststelden reëel was. Maar niet overal, in elk instituut of in ieders hart is te allen tijde racisme. Sterker nog, elke analyse van de Amerikaanse geschiedenis of Amerikaanse samenleving die alléén maar structureel racisme ziet, zal het land totaal verkeerd begrijpen. Die zal niet kunnen verklaren waarom de VS toch een Emancipatieproclamatie, een Civil Rights Act, een zwarte president hebben gekregen. Dat is een groot struikelblok, misschien niet zozeer voor de academici, maar wel voor de propagandisten en de wetenschappers-die-activist-werden die iedereen willen dwingen dezelfde mantra’s te reciteren.

Veel mensen, niet alleen generaal Milley, bevinden zich ergens in het midden. Een paar maanden geleden interviewde ik Charles Mills, een filosoof wiens beroemdste boek, The Racial Contract uit 1997, een alternatieve lezing – je zou het de lezing van de critical race theory kunnen noemen – biedt van Hobbes, Locke, Rousseau en Kant: Verlichtingsdenkers die, vooruitlopend op de liberale democratie, allemaal betoogden, ruw gesteld, dat een legitieme regering de instemming van de geregeerden moet hebben. Mills wees erop dat zij allemaal de zwarte en andere niet-blanke mensen buiten het sociaal contract hadden gelaten en hij schetste de gevolgen. Ik vroeg hem of dit betekende dat we Hobbes, Locke, Rousseau en Kant niet meer zouden moeten lezen. Hij vertelde me dat, in tegendeel, zijn laatste college juist was gegaan over deze filosofen en hun moderne critici, onder wie hijzelf: „Voor mij is dat een veel vruchtbaarder manier om de traditie voort te zetten dan om te zeggen: ‘Die lui zijn racistisch en seksistisch. Laten we ze dus maar niet meer onderwijzen.’”

Flexibiliteit

Mills zei dat niet al zijn collega’s hem begrijpen. „Ze zeggen: ‘Waarom probeer je die traditie levend te houden? We moeten die hele manier van politieke filosofie bedrijven overboord gooien en gewoon opnieuw beginnen.’” Maar hij ziet dit anders. „Er zit een dynamiek in het liberalisme die hun ontgaat”, zei hij. Het enorme voordeel van de liberale democratie boven andere politieke stelsels is dat het leiderschap zich voortdurend aanpast en verandert, en opschuift om nieuwe mensen en ideeën op te nemen. Anders dan het Sovjetmarxisme van voorheen proberen liberale democratieën niet om iedereen het de hele tijd over alles eens te laten zijn.

Om deze flexibiliteit te behouden, is het absoluut noodzakelijk dat de burgers van een liberaal-democratische samenleving ‘liberaal’, breed onderwijs genieten, onderwijs dat studenten, academici, lezers en kiezers leert om uit verschillende gezichtspunten naar boeken, geschiedenis, samenleving en politiek te blijven kijken. Als een van Amerika’s twee grote politieke partijen niet meer in dit principe gelooft – en een aantal van de academici evenmin – hoeveel langer kunnen we dan nog verwachten dat de democratie standhoudt?

© 2021 The Atlantic. All rights reserved. Distributed by Tribune Content Agency.