‘Ik mis New York vreselijk’

Geen stad in Amerika die zo hard is geraakt door de coronacrisis. In de lente van 2021 krabbelt New York weer op. kijkt hoe dat gaat. Afl. 7 (slot): De spijtoptanten.

Foto’s Jutta Chorus

De bruinstenen huizen. De joggers, de hondenuitlaters, de regenboogvlaggen, theatertjes als The Source en Studio. Hier laten Miles Harter en Cesar Caciano hun pup Lizzy uit. Hier is hun favoriete lunchtentje Tatte met de rabarber-salade op het menu en de sautéed spinazie-toast besprenkeld met olijfolie uit Aleppo.

Het lijkt New York wel, maar het is New York niet. Het zonlicht raakt hier het wegdek. De huizen, de flats: allemaal minstens een verdieping lager. Dit is Washington DC.

In januari hebben Harter en zijn man Caciano hun appartement aan de Upper West Side van Manhattan verruild voor een townhouse bij U Street, Washington. Émigrés noemen ze zichzelf. New York was, met San Francisco, de enige Amerikaanse metropool waar de veelbesproken ‘exodus uit de steden’ tijdens de pandemie zich écht had voltrokken, volgens persbureau Bloomberg. In 2020 verlieten 216.000 New Yorkers de stad, er kwamen 180.000 voor terug. Verhuisbedrijven waren volgeboekt, huizenprijzen daalden.

Op het terras van Tatte begint Harter over de laatste avond voor New York in lockdown ging. Hij zat in een theater te kijken naar Inheritance, een stuk over de liefde tussen twee homoseksuele mannen in het New York van na de aids-epidemie. „De angst voor een nieuwe epidemie sloop tijdens de voorstelling de zaal binnen. Na afloop stond ik in een lange rij voor de wc. Je hoorde mensen twee keer Happy Birthday zingen bij het handenwassen, dat was het voorschrift.”

De boetiek in sieraden, tassen en huiskleding waar Cesar werkte, ging dicht. De wasserette ging dicht. Er trok een grimmigheid over de Upper West Side. „Ik zag mezelf, 64 jaar oud, met een goed inkomen, een paar avonden in de week in de kelder van ons appartementenblok staan. Een masker voor en over de was gebogen. Dat wilde ik niet.”

In New York hadden Harter en Caciano een leven van literaire lezingen, toneelstukken, concerten, bibliotheekbezoek en de sportschool. Harter had blond haar, dat nu grijs is geworden. Als advocaat werkte hij op Wall Street waar hij banken en beveiligingsbedrijven attendeerde op witwaspraktijken. Hij heeft zijn bedrijf meegenomen naar Washington. „Ik adviseer nu een bedrijf en een bank, online, via een beveiligde verbinding. Het bedrijf heeft z’n kantoor nog steeds niet geopend voor personeel. De directeur werkt al een jaar vanuit zijn huis in New Jersey. En die Chinese bank, ik zou niet eens weten waar iedereen verblijft.”

En Washington, vraag ik. „Het is zo veel meer manageable dan New York”, zegt Harter welgemoed. „Je loopt ’s middags tegen vrienden op en ’s avonds zit je bij ze aan tafel.” Zijn auto heeft hij weggedaan en van de garage een mini-sportschool gemaakt. Hij heeft zich aangesloten bij een progressieve organisatie die onderzoekt hoe homorechten en abortus in de grondwet kunnen worden verankerd.

En New York dan? Je hoefde de laatste maanden maar te luisteren naar de burgemeestersdebatten of je werd er mies van. Een scherpe piek in de moordenstatistiek, zorgen over het grote aantal daklozen en verslaafden in de metro’s, belastingen die alleen maar hoger zullen worden naarmate meer relatief rijke New Yorkers vertrekken.

Ik stel Harter en Caciano de vraag die aan alle émigrés is gesteld het afgelopen jaar: gaan ze weer terug? Cesar Caciano gáát terug, eens per maand. „Ik mis het vreselijk. New York is één grote modeshow. Daar hoor ik bij.” Harter: „We zeggen nooit nooit.”