Opinie

Wat de rijkste buurt van Amsterdam níet nodig heeft

Michel Krielaars

Ik sprong een gat in de lucht toen vorige week bekend werd dat de bibliotheek van Umberto Eco (1932-2016) naar de Universiteit van Bologna gaat en daarmee gered is van de vergankelijkheid. Zijn 44.000 boeken, documenten en aantekeningen zullen er in een aparte ruimte in net zulke mooie witte kasten worden gecategoriseerd als bij hem thuis in Milaan. Wanneer die boeken binnenkort ook nog gedigitaliseerd zijn, kunnen onderzoekers gericht speuren naar wat de schrijver van bepaalde dingen vond.

Eco, die ook filosoof en semioticus was, gebruikte zijn bibliotheek als een universum van kennis. Niet dat hij die duizenden boeken allemaal las, maar ze waren er voor als hij ze nodig had, want hij wist zo ongeveer wat er in moest staan. De met hem bevriende schrijver Nassim Nicholas Taleb formuleerde het zo: „Het is niet alleen een fysiek archief, maar ook een overzicht van zijn manier van denken en zijn blik op cultuur.” Eigenlijk zit Eco’s hele leven in die bibliotheek verborgen. Zijn boeken waren zijn geheugen.

In een interview met het Franse televisieprogramma La Grande Librairie geeft Eco een rondleiding door zijn bibliotheek. Vooral de minstens twintig meter lange boekenkast in de gang maakt indruk. Je begrijpt meteen waar hij zijn inspiratie voor De naam van de roos (1980) vandaan haalde. In die roman spelen een geheime bibliotheek en een verloren gewaande tekst van Aristoteles tenslotte een beslissende rol.

In die gang opent Eco een deur naar een kamer met 1.200 zeldzame eerste drukken en incunabelen. Ook deze schat blijft behouden, maar dan in de Nationale Bibliotheek in Milaan.

Mijn bewondering voor de Bolognese en Milanese schatbewaarders is groot. Vooral omdat in Nederland bibliotheken aan het ontboeken zijn. Ik merkte het in de Amsterdamse Spaarndammerstraat, waar het filiaal van de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) ‘voorlopig’ gesloten is. Niet door corona, maar omdat een deel van die ruimte aan pakketdienst Parcls is verhuurd. In een verbouwing maken boekenkasten er plaats voor pakketjes, terwijl de bibliotheek in de weinig kapitaalkrachtige Spaarndammerbuurt juist zo’n belangrijke functie heeft, bijvoorbeeld voor ouders die geen geld hebben om kinderboeken voor hun kroost te kopen, maar die wel willen lenen. De ontlezing onder jongeren wordt door dat ontboeken alleen maar versterkt.

Tegelijkertijd wordt op de Amsterdamse Zuidas, het domein van advocaten, consultants en bankiers die zelden tijd hebben om een boek te lezen, een miljoenen kostende OBA NEXT gebouwd als ‘ontwikkelingsplek’ voor de stimulering van ‘kansengelijkheid’. Dat streven is een prima initiatief, al vraag ik me wel af waarom dat nieuwe filiaal in een van de rijkste buurten van Amsterdam wordt neergezet en er amper boeken komen te staan. Terwijl je juist met boeken kansengelijkheid kunt bevorderen.

Alleen al om het belang van het bedrukte papier te beseffen moet je Irene Vallejo’s Papyrus. Een geschiedenis van de wereld in boeken lezen. Speels en met uitstapjes naar de huidige cultuur laat deze Spaanse classica aan de hand van zowel haar eigen lotgevallen als die van de grote schrijvers uit de Klassieke Oudheid zien hoe het boek sinds de stichting van de bibliotheek van Alexandrië tot aan de val van het Romeinse Rijk juist door verzamelaars keer op keer van de ondergang werd gered. Het verbaast je dan ook niet dat Eco er uitgebreid in voorkomt.