Amerikanen laten Afghaanse bevolking achter in angst en afval

Afghanistan Het land dat de internationale troepenmacht achterlaat leeft in vrees. Overal laten de Taliban zich gelden sinds de Amerikaanse president de terugtrekking van zijn laatste militairen aankondigde. Men vreest een burgeroorlog met veel bloedvergieten.

Een bedelaarster op de weg tussen Kabul en Bagram.
Een bedelaarster op de weg tussen Kabul en Bagram. Foto AP

Kan Kabul vallen? Opeens, jaren nadat de discussie over de westerse terugtrekking uit Afghanistan begon, wordt die vraag hardop gesteld. Mogelijk dit weekend of komende week al zijn de Amerikaanse militairen goeddeels vertrokken uit het land dat zij twintig jaar geleden binnenvielen om er vrede, veiligheid en democratie te brengen. Voor het eerst wordt de vraag concreet.

Het land dat de internationale troepenmacht achterlaat leeft in angst. Van Herat in het westen tot aan Badakhshan aan de grens met China, overal laten de Taliban zich gelden sinds de Amerikaanse president Biden in april de onvoorwaardelijke terugtrekking van zijn laatste 2.500 militairen aankondigde. Per 11 september, de herdenkingsdag van de aanslagen in New York waarmee het allemaal begon, moet er een einde komen aan wat Biden „de eindeloze oorlog” noemt. Dan moeten de Amerikanen en de 7.000 militairen van de 35 bondgenoten vertrokken zijn. Maar liever zijn ze veel eerder weg. Wie eenmaal heeft gezegd dat hij gaat, is kwetsbaar.

Om de vijand niet te helpen geven regeringen over de aftocht zelf nauwelijks informatie vrij. Pas als de laatste soldaat het land veilig heeft verlaten, volgt een sobere bekendmaking, zo blijkt de laatste weken. Zo weten we dat de laatste Nederlandse militairen vorige week zijn teruggekeerd uit de noordelijke stad Mazar-i-Sharif, waar zij hadden geholpen met het opleiden van het Afghaanse leger en de politie.

Deze dinsdag waren ook de Duitsers allemaal uit Mazar vertrokken. De soldaten van de Bundeswehr „mogen trots zijn op hun inzet”, twitterde de Duitse minister van Defensie toen het zover was. Woensdag volgde een korte mededeling uit Rome dat de Italianen weer thuis zijn. En zo waren er de laatste dagen nog een kleine twintig bekendmakingen. Volgens persbureau AP waren woensdag al 4.800 van de ruim 7.000 niet-Amerikanen het land uit.

Schroothandelaren

De terugtrekking is een gigantische logistieke operatie, waarvoor de Amerikanen ter beveiliging zes extra B-52-bommenwerpers en twaalf F-18-gevechtsvliegtuigen naar Afghanistan hebben gestuurd. Een deel van het materieel gaat mee terug naar huis, een deel wordt overgedragen aan de Afghanen en een deel wordt vernietigd om te voorkomen dat de Taliban of andere strijdgroepen het in handen krijgen.

Omwonenden van Bagram, de grootste Amerikaanse basis in het land, hoorden de afgelopen weken de ene na de andere explosie van het terrein komen. Volgens het Amerikaanse leger is er al genoeg materieel het land uit om zo’n 900 vrachtvliegtuigen mee te vullen. Verder is er een hoop afval; dorpelingen zouden zich bij de gouverneur beklagen omdat de buitenlanders zoveel troep achterlaten. Lokale schroothandelaren struinen door de hopen.

Een ingang van de Amerikaanse basis Bagram Airfield.

Foto AP

In het kielzog van de internationale troepenmacht vertrekken ook twee grote groepen burgers. Het gaat om zo’n 17.000 vooral internationale contractors, veelal technici, die ondersteunend werk deden en vaak moeilijk gemist kunnen worden. Zo is het nog onduidelijk wie straks de helikopters van de Afghaanse luchtmacht gaat onderhouden. Daarnaast evacueren de VS zo’n 9.000 Afghaanse tolken, die hen hebben geholpen en nu hun leven niet meer zeker zijn. Inclusief hun gezinnen gaat het om 50.000 mensen, die in aanmerking komen voor een Amerikaanse verblijfsvergunning.

Lees ook: Kabinet zegt toe Afghaanse tolken sneller naar Nederland te halen

„De Afghanen moeten hun eigen toekomst gaan bepalen”, verklaarde Biden vorige week toen hij de Afghaanse president Ashraf Ghani ontving in het Witte Huis. Op dit moment zijn er nog maar weinig mensen die denken dat dat zónder veel bloedvergieten gaat lukken.

Ook de Amerikaanse viersterrengeneraal Austin Miller, hoofd van de missie in Afghanistan, vreest voor de toekomst nu de Taliban het ene na het andere district veroveren. „Als dit zo doorgaat is een burgeroorlog zeker voorstelbaar en dat zou de wereld zorgen moeten baren”, zei hij dinsdag tegen journalisten. Het was een pijnlijke constatering, na twintig jaar internationale militaire aanwezigheid.

Krijgsheren

Afghanen met herinneringen aan de burgeroorlog in de jaren negentig vrezen de herhaling daarvan al sinds 14 april, toen Biden plots aankondigde dat de VS zich definitief terugtrekken. Niet alleen heeft dat besluit de Taliban gesterkt, het was ook een signaal voor krijgsheren en hun milities om de wapens af te stoffen. Deze lokale sterke mannen zeggen het te gaan opnemen tegen de Taliban, maar gezien het zwakke gezag van de Afghaanse regering kunnen zij het ook aan de stok krijgen met elkaar, zoals tijdens de burgeroorlog, of met het Afghaanse leger.

In de provincie Balkh heeft bijvoorbeeld de vroegere mujahedeen-strijder Atta Mohammad Noor burgers opgeroepen om zich aan te sluiten bij lokale milities die het leger willen steunen. Ook de regering in Kabul heeft burgers gevraagd om deel te nemen aan een Nationale Mobilisatie en deelt wapens uit. Het risico dat deze groepen intern of onderling slaags raken, voedt de angst van generaal Miller voor een burgeroorlog.

Biden had moeilijk anders kunnen besluiten dan rigoureus te vertrekken, verdedigde zijn woordvoerder hem deze week. De president zat immers opgezadeld met de – inmiddels vrij algemeen als funest beschouwde – deal die zijn voorganger Trump vorig jaar had gesloten met de Taliban. Trump beloofde hen volledige terugtrekking per 1 mei 2021, als zij de internationale troepen niet meer zouden aanvallen en zouden meedoen aan vredesbesprekingen met de Afghaanse regering. Aan de uitkomst van die dialoog stelden de VS geen eisen.

De gesprekken liggen al een tijdje stil, maar strikt genomen hebben de Taliban de afspraken niet geschonden. Andersom vinden zij wel dat de buitenlanders toezeggingen niet nakomen, omdat Biden wegens de steeds slechtere veiligheid en het uitblijven van een vredesakkoord de internationale aanwezigheid heeft verlengd tot 11 september. Nog een keer uitstellen was onmogelijk, aldus de woordvoerder, anders zouden „de mannen en vrouwen op de grond onder vuur komen te liggen”.

Opmars

De veiligheid is na de terugtrekking volledig in handen van het Afghaanse Nationale Leger. Dat is op papier 185.000 man sterk, al is het verloop groot. Westerse landen hebben miljarden geïnvesteerd in de opleiding van dit leger, dat in snel tempo professioneler is geworden. Maar dat betekent niet dat het vanzelfsprekend is opgewassen tegen de – naar schatting – tienduizenden actieve Talibanstrijders.

In de laatste twee maanden hebben de Taliban volgens de Amerikaanse website Long War Journal zo’n tachtig van de 400 districten in Afghanistan veroverd, wat hun totale invloedssfeer op ongeveer 160 districten zou brengen. Het gaat om schattingen, want de situatie op de grond is vaak diffuus en zeer veranderlijk.

Soms kost het de Taliban dagen vechten om een district in te nemen, soms geven de militairen hun posities zonder veel verzet op. Dan weer sluiten de partijen een deal: wapens worden overdragen aan de Taliban in ruil voor een vrije aftocht. Andere keren weet het leger een district snel weer terug te nemen.

Het aantal Afghanen dat weer onder Taliban-bewind leeft, is sinds mei verdubbeld naar ruwweg tien miljoen, op een bevolking van meer dan dertig miljoen. Nog eens twaalf miljoen mensen zitten tussen de overheid en de Taliban in. De expansie vindt vrijwel exclusief plaats op het platteland; de Taliban hebben nog geen provinciehoofdsteden weten in te nemen.

Maar hun snelle opmars doet velen vrezen dat ze dat wel kan lukken. „De meeste ingenomen districten liggen rond provinciehoofdsteden”, zei de vertegenwoordiger van de Verenigde Naties in Afghanistan onlangs tegen de VN-Veiligheidsraad. „Dit wekt de indruk dat de Taliban posities innemen om te proberen deze hoofdsteden te veroveren zodra de buitenlandse troepen volledig zijn vertrokken.”

Voortekenen

Ook dichtbij de hoofdstad winnen de Taliban terrein. Betekent dit dat uiteindelijk ook Kabul kan vallen? The Wall Street Journal meldde vorige week dat de Amerikaanse inlichtingendiensten nu somberder vooruitzichten hanteren dan voorheen. Zij houden het voor mogelijk dat de regering in Kabul binnen een half jaar tot een jaar omvergeworpen wordt. De onderbouwing van deze gedachte publiceerde de krant overigens niet.

Er zijn ook analisten die vermoeden dat de Taliban eerst hun zinnen zullen zetten op Kandahar, hun vroegere hoofdstad en het hart van het etnische Pashtun-gebied in het zuiden. Weer anderen denken dat de Taliban hun hand overspelen en niet de mankracht hebben om de nieuw veroverde posities allemaal te handhaven, laat staan om door te stomen naar de hoofdstad. En dan is er nog de lezing dat dit offensief tactiek is, bedoeld om sterker te staan als de Taliban straks alsnog met de regering onderhandelen over een politieke deal, waarin ze uiteraard de overhand willen hebben.

Kabul, waar ruim vier miljoen mensen wonen.

Foto AFP

De onzekerheid overheerst, en daarmee de angst. Een van de constanten in twintig jaar oorlog is dat het buitenstaanders, onder wie internationale militairen, journalisten en analisten, al die tijd niet gelukt is om de Taliban zó goed te leren kennen dat ze precies kunnen inschatten wat die van plan zijn. Maar de voortekenen zijn niet gunstig.

Om die reden ziet het ernaar uit dat de Amerikanen zich voorlopig toch niet helemaal terugtrekken. Volgens anonieme bronnen in internationale media blijven er in elk geval de komende maanden 650 militairen achter om de Amerikaanse ambassade in Kabul te beschermen en nog eens enkele honderden voor de beveiliging van het internationale vliegveld. Of zij ook na 11 september blijven, en Amerika’s eindeloze oorlog dus toch weer wordt verlengd, is nog ongewis.

Lees ook: Afghanistan: wel schieten, niet praten