Reportage

Aldi doet kiloknallers in de ban in Duitsland

Dierenwelzijn Aldi wil in Duitsland voor 2030 het minst diervriendelijke vlees uitbannen. De markt lijkt hier slagvaardiger dan de overheid.

Vlees in de Lidl in Stuttgart. In navolging van Aldi gaan ook Lidl en Rewe de komende jaren meer diervriendelijk vlees verkopen.
Vlees in de Lidl in Stuttgart. In navolging van Aldi gaan ook Lidl en Rewe de komende jaren meer diervriendelijk vlees verkopen. Foto Marijan Murat/dpa

‘Nee, zoiets zou ik nooit kopen. Ik zit dan wel in de bijstand, maar van dat afgeprijsde vlees, op het randje van houdbaar, speelt mijn maag op.”

Mevrouw Hahlbeck wijst stellig naar de sticker met 30 procent korting. Maar dit vlees draagt wel het Beter-Leven-Keurmerk, sputtert de verslaggever tegen. in het Duits heet dat de ‘Haltungsform’. Het betreffende pak ‘nek-steaks’ van het varken valt in de laagste categorie: 1.

„Oh”, zegt mevrouw Hahlbeck – hoge zwarte paardenstaart, groot kind in de buggy – „daar kijk ik eigenlijk nooit naar. Dat kan me niets schelen. Alle wat hier ligt” – ze gebaart weids naar het vleesschap – „is toch al dood”.

Mevrouw Hahlbeck is deze donderdagochtend in de Aldi van Stendal, Saksen-Anhalt, de uitzondering op de regel. Want de meeste andere klanten vinden het een goede zaak dat Aldi (zowel Aldi Nord als Süd) zich heeft voorgenomen om het allergoedkoopste vlees straks in de ban te doen, en daarmee het leven van consumptiedieren wat te verbeteren.

Daniela – ze wil niet met haar achternaam in de krant – heeft al gehoord van het plan van Aldi en juicht dit toe: „Ik koop toch al nooit vlees met het laagste keurmerk”.

Een andere mevrouw, die haar gehoorapparaat vergeten in is te doen, knikt ook instemmend: „Iedereen moet zijn bijdrage leveren. Het zal misschien wel betekenen dat mensen minder vlees kunnen eten.”

Meneer Schulz, die staat bij het schap houdbare salami, zegt alleen in het weekend vlees te eten. Hem maakt de wijze waarop de dieren worden gehouden niks uit. „Maar ik denk dat het beter is voor de boeren: dat ze er meer voor betaald zullen krijgen.”

‘Onze houding veranderen’

„Wij willen dat dierenwelzijn een vanzelfsprekendheid wordt”, schrijft Aldi in een persbericht. In een filmpje, waarin brandschone varkens dutten op brandschoon stro terwijl de zon opkomt, zegt de voice-over: „Laten we onze houding veranderen – en de veehouderij”.

Dat plan van Aldi wordt overigens niet direct opgepakt: pas in 2030 wil Aldi uitsluitend vlees verkopen van de ‘Haltungsform’ drie of vier, de twee hoogste categorieën. In 2026 moet 33 procent van de vleesomzet uit de hoogste twee segmenten komen, en vanaf 2025 wordt niets meer uit de laagste categorie verkocht.

Nadat Aldi de koers wijzigde, beloofden ook Rewe-Group en Lidl om straks alleen vlees uit de hogere segmenten te verkopen

Toch heeft het voornemen van Aldi, dat volgens onderzoeksbureau GfK 24 procent marktaandeel in vers vlees heeft in Duitsland, al direct groot effect. Op dezelfde dag dat Aldi de koerswijziging aankondigde, beloofde ook concurrent Rewe-Group (met supermarkten Rewe en Penny) vanaf 2030 alleen nog maar vlees uit de twee hoogste twee segmenten te zullen verkopen. Lidl liet weten vanaf 1 juli varkensvlees uit het minst diervriendelijke segment uit te faseren, en vanaf 2022 helemaal niet meer te zullen verkopen. Aldi is daarmee niet alleen meer het ijkpunt voor de prijzenoorlog in Duitse supermarkten, maar ook voor diverse vormen van veehouderij.

Volgens dierbeschermingsorganisatie Albert Schweitzer Stiftung doet Aldi dat niet alleen voor de Bühne. Aan de telefoon zegt Diana von Webel: „Wij zijn positief verrast. Aldi gaat hier relatief moedig voorop. Het bedrijf ziet in dat het zo niet verder kan, ook bedrijfskundig gezien: jongere mensen eten nu eenmaal niet meer zo veel vlees.”

Het verwondert Von Webel ook niet dat dit initiatief vanuit de markt komt, en niet vanuit de politiek. Terwijl het Duitse ministerie van landbouw de mogelijkheden voor een vleestaks nog onderzoekt, kiezen de retailers er zelf voor om meer ruimte voor de dieren te creëren waarmee de prijzen onherroepelijk zullen stijgen. „De politiek werkt te langzaam, vanuit Berlijn verwachtten wij allang geen opzienbarend plan meer. Daarom richten wij nu ook onze pijlen op de markt.”

De overheid zal er wel voor moeten zorgen dat het voor veehouders makkelijker wordt om stallen om te bouwen, zodat ze aan de nieuwe richtlijnen kunnen voldoen. ‘Haltungsvorm 1’ biedt het absolute minimum aan ruimte voor dieren; bij ‘2’ is dat iets meer ruimte, plus iets om ze ‘bezig te houden’ van natuurlijk materiaal, zoals hout. Bij ‘3’ is stro een must en is er sprake van een open stal. Bij ‘4’ moeten de dieren naar buiten kunnen.

Voor vleesverwerker Vion, met hoofdkantoor in Boxtel, zijn de Duitse supermarkten een belangrijke klant; in totaal bedroeg de omzet in Duitsland in 2020 1,75 miljard euro. „Wij juichen ieder initiatief toe dat de maatschappelijke en politieke wens naar groter dierenwelzijn bevordert”, laat Vion weten. Maar volgens het bedrijf is nu de politiek aan zet: „De veehouders zijn bereid te veranderen – maar de politiek beent dat tempo niet bij.” En de traagheid zit volgens Vion vooral bij de coalitie in Berlijn.

Toch is er volgens Von Webel van dierbeschermingsorganisatie Albert Schweitzer nog een lange weg te gaan: „Ook als de dieren 30 procent meer plek hebben, staan ze nog met tienduizenden bijeen. Iedereen moet voor zichzelf bedenken of dat aanvaardbaar is. Maar als kippen worden vetgemest, en als plofkippen niet meer op hun benen kunnen staan, dan hebben die ook niets aan meer ruimte of aan vrije uitloop.”