Wilfred van Soldt (1947-2021) las spijkerschrift ‘even snel als NRC ’

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Wilfred van Soldt was basgitarist en Nederlands belangrijkste assyrioloog.

Van Soldt (links) vertaalt spijkerschrift met Diederik Meijer in Erbil, april 2006.
Van Soldt (links) vertaalt spijkerschrift met Diederik Meijer in Erbil, april 2006. Foto Michiel Hegener

April 2006, op de citadel van Erbil in Iraaks Koerdistan, bij een 2.700 jaar oude steen vol spijkerschrift. Wilfred van Soldt, hoogleraar assyriologie aan de Universiteit van Leiden is net uit Nederland gearriveerd en begeeft zich voor het eerst buiten zijn hotel. Irak is een nieuwe ervaring, maar niet het ontcijferen van die tekst. Hij leest: „Lu itur. Dat betekent: hij kwam zeker terug. Is dit Assyrisch? Hmm. Dingirip… Verrek, nee, dit is Urartees. Lu luiI nii ni, dat is Urartees. Lu lu i niI li betekent barbaren.” De steen blijkt aan de andere kant wel beschreven in het Assyrisch. Van Soldt: „Maar het is steenkool-Assyrisch, geschreven door Urartiërs.”

Assyrisch, Urartisch, Babylonisch, Hurritisch – hij las het volgens zijn weduwe Dina Katz „even snel als de NRC”. Zo ook een tichel met spijkerschrift die hij in mei 2008 in Tell Satu Qala in Iraaks Koerdistan kreeg aangereikt door een dorpeling. Diederik Meijer, toen universitair hoofddocent archeologie in Leiden, was erbij: „Wilfred bekijkt dat ding en begint meteen te vertalen. Er stond dat de plaats een paleis was en ook de koningsnaam. Dat was de vondst waardoor we daar zijn gaan graven.”

In 2005 had de Iraakse ambassadeur in Nederland, Siamand Banaa, Nederlandse archeologen en assyriologen uitgenodigd naar Koerdistan voor een oriëntatie en eventueel een opgraving. Van Soldt greep zijn kans. Gefinancierd door de NWO werd er in Tell Satu Qala in 2010 en 2011 gegraven door archeologen uit Nederland en Koerdistan plus een paar uit Leipzig en Chicago. Van Soldt had de leiding.

Uiteindelijk zouden twee Koerden bij hem promoveren. De opgraving op zich was ook een succes, met een publicatie in het tijdschrift Anatolica 39 (2013). En de bestaansreden voor het vak assyriologie in Leiden werd versterkt. Katz: „Bij bezuinigingen werd het opheffen van assyriologie altijd het eerst genoemd. De samenwerking met Koerdistan paste in het streven van de universiteit om te internationaliseren en Wilfred heeft het ook gebruikt voor verbetering van het stoffige imago van de assyriologie.”

Van Soldt begon zijn werkend bestaan in 1966-1971 als basgitarist en zanger van Sea Side Section Nr. Six, volgens gitarist Peter van Zanten „de meest krankzinnige band van Haarlem” en volgens een krantenknipsel „razend populair”.

Wilfred speelt bas in Sea Side Section Nr. Six eind jaren zestig.

Foto Andrew Plevier

Veel braver: Van Soldt volgde in diezelfde jaren de HTS, een wens van zijn vader, een wiskundeleraar die eigenlijk ingenieur had willen zijn. Maar na voltooiing volgde rebellie: in 1971 ging hij naar de Universiteit van Amsterdam om Hebreeuws en Assyrisch te studeren. Hij promoveerde in 1986 cum laude op de grammatica van het Akkadisch van het koninkrijkje Ugarit dat 4000 à 3000 jaar geleden floreerde aan de Levantkust en dat Van Soldt’s specialiteit zou worden. Datzelfde jaar ontmoette hij de sumerologe Dina Katz op een assyriologencongres in Parijs. Hun zoon Benjamin werd geboren in 1989, en is tegenwoordig ontwikkelingsbioloog in San Francisco.

Van Soldt doceerde onder meer in Heidelberg en Leipzig (in het Duits) en werd in 2003 hoogleraar in Leiden als opvolger van zijn leermeester Klaas Veenhof. Die suggereerde dat Van Soldt wellicht iets kon doen aan de ongeorganiseerdheid van het vak. Dat leidde tot de International Association for Assyriology met honderden leden wereldwijd, gebaseerd in Leiden en met Van Soldt als secretaris tot 2016. Ook dat, benadrukt Katz, bevorderde het voortbestaan van het vak in Leiden. „Van de jaarvergadering, met honderden aanwezigen, was hij een tijd voorzitter. Er zijn altijd wel eens onenigheden, zelfs onder assyriologen. Dat Wilfred bestuurlijk zo goed was kwam mede door zijn zachte stem en droge humor.”

Na zijn pensionering in 2012 werkte Van Soldt nog vijf jaar onbezoldigd door terwijl zijn opvolgster al was aangesteld. Ook onbezoldigd: de aanleg van een drie meter lange modelspoorbaan thuis, vooral met trams, een fascinatie die begon in zijn jongensjaren.

Ik voel me nederig bij alles wat Wilfred heeft gepresteerd.

Meijer: „Bij opgravingen in Syrië en later in Irak was Wilfred maar zelden bezig met het graafwerk. Hij vertaalde de gevonden teksten en hij maakte kaarten van het terrein en de gevonden gebouwen, dat had hij op de HTS geleerd. Doordat hij oude talen zo goed begreep kon hij schrijven over wat hem nog meer bezig hield dan linguïstiek: wat die mensen deden en waarom, over handelsrelaties en het dagelijks leven.

„We hebben altijd veel lol gehad en hij kon ook heel ‘stout’ zijn. We mochten graag Grieks, Latijn, Sumerisch, Hittitisch en Assyrisch door elkaar haspelen en woorden op z’n Nederlands uitspreken, zoals het Hittitische woord shakuwassar. Dat werden running jokes als we elkaar tegenkwamen.”

Oud-ambassadeur Banaa: „Toen toenmalig koningin Beatrix mij bij mijn vertrek uitnodigde voor een afscheidslunch, werd mij protocollair verzocht ook vier niet-diplomatieke vrienden uit te nodigen. Mede omdat Hare Majesteit geïnteresseerd was in archeologie nam ik mijn grote vriend Wilfred mee. Ik voel me nederig bij alles wat hij heeft gepresteerd.”