Recensie

Recensie Boeken

De extreme lijdensweg van Jordan Peterson

Jordan Peterson Hoe vind je houvast in een vluchtige wereld? De omstreden auteur Jordan Peterson schreef opnieuw een zelfhulpgids voor dolende zielen. Het leven is volgens hem vooral een lijdensweg.
Jordan Peterson (r) op het Brain Bar Future Festival in Boedapest, op 30 mei 2019.
Jordan Peterson (r) op het Brain Bar Future Festival in Boedapest, op 30 mei 2019. Foto Zoltan Balogh/EPA

Op pagina 197 van zijn nieuwe boek De orde voorbij doet de Canadese psycholoog Jordan Peterson een bekentenis. Hij, de zelfhulpgoeroe die miljoenen lezers in zijn vorige boek opdroeg hun kamer op te ruimen, faalt zelf al drie jaar in het opvolgen van dit advies. ‘Ik beroep me op uitzonderlijke omstandigheden’, zegt hij berouwvol.

Uitzonderlijk zijn die inderdaad: begin 2020, op het hoogtepunt van zijn roem, belandde Peterson ter behandeling van een benzodiazepineverslaving op een Moskouse intensive care. Tegelijkertijd herstelde zijn vrouw van een zeldzame en uiterst dodelijke vorm van kanker. Maar Peterson zou Peterson niet zijn als hij aan deze extreme lijdensweg niet ook een wijze les zou ontlenen: je moet niet te veel controle willen hebben over je leven. Daarover gaat dit nieuwe boek, waarin hij zijn lezers twaalf nieuwe regels voorschotelt.

Jordan Peterson kun je met recht een omstreden denker noemen: hij is in gelijke mate geliefd en gehaat. In 2016 werd hij, tot dan toe een onbekende hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Toronto, beroemd met YouTube-tirades tegen politieke correctheid aan universiteiten. Al gauw groeide zijn populariteit onder (radicaal-)rechtse jongeren, wat voor critici een reden was om Peterson een gevaarlijke denker te noemen.

Huilend op het podium

Aan de UvA ontstond in 2018 ophef toen Peterson er zou worden geïnterviewd: medewerkers wilden een extra spreker naast Peterson, om tegenwicht te bieden aan zijn „conservatieve, patriarchale, antifeministische, anti-klimaatwetenschappelijke, ‘politiek incorrecte’ wereldbeschouwing”. Afgelopen november protesteerden medewerkers van Petersons uitgeverij Penguin Random House Canada tegen de publicatie van zijn nieuwe boek.

Wie bij zo’n auteur gevaarlijke, opruiende teksten verwacht, komt wederom bedrogen uit. Net als zijn vorige boek 12 regels voor het leven is het nieuwe boek vooral een zelfhulpgids voor dolende zielen. Petersons boeken gaan over betekenisgeving: hoe vind je houvast in een vluchtige, individualistische wereld? Wat zijn werk vervolgens van de gangbare zelfhulplectuur onderscheidt is Petersons permanente nadruk op het leven als lijdensweg. In zijn publieke optredens moet hij vaak (bijna) huilen, tot enthousiasme van zijn volgelingen, die hierin hun eigen besognes gespiegeld zien.

Peterson wijst in dit boek opnieuw veelvuldig op het belang van dankbaarheid. ‘Wees dankbaar ondanks je lijden’, luidt Regel 12. Want: ‘Ondanks het feit dat de wereld een zeer duister oord is, en dat we allemaal onze zwarte zielselementen hebben, zien we in elkaar een uniek mengsel van realiteit en mogelijkheid dat een soort wonder is’. Wat die nadruk op dankbaarheid betreft wijkt Peterson niet af van de gangbare zelfhulpliteratuur. Dat geldt ook voor zijn advies je vooral te richten op wat binnen je invloedssfeer ligt.

Net als in Petersons vorige boek zijn de levenslessen nogal ongelijksoortig. Regel 8 is zeer specifiek: ‘Probeer één kamer in je huis zo mooi mogelijk te maken’. Dit kun je doen door een kunstwerk te kopen, ‘een raam naar het transcendente’, ook wel ‘het anker van de cultuur zelf’. Andere regels zijn breder, zoals Regel 6 (‘Laat ideologie varen’) en Regel 1 (‘Kraak niet achteloos sociale instituties of creatieve inzet af’).

Disneyfilms

Die laatstgenoemde, niet erg catchy geformuleerde regel is een typische Peterson-creatie. Hij betoogt in dit hoofdstuk iets redelijks, namelijk dat we in het leven het juiste midden moeten vinden tussen traditie en vernieuwing. Dit niet heel opwindende standpunt brengt hij alsof hij de eerste en enige aanhanger ervan is – alsof de wereld voor de rest bestaat uit roekeloze revolutionairen en halsstarrige conservatieven. Om zijn boodschap kracht bij te zetten verwijst hij veelvuldig naar populaire cultuur, van Disneyfilms tot de Harry Potter-boeken en zelfs tarotkaarten.

Lees ook het interview: ‘Wrok is een heel belangrijke drijfveer’

Hier en daar wordt de taal gezwollen, als de voice-over van een epische film. Maar tegelijk, en dit is het speciale aan Petersons schrijven, klinkt hij vaak ontiegelijk saai. Neem een zin als deze, uit het hoofdstuk over dankbaarheid: ‘Het feit van als het ware je vrijwillige concentratie op de afgrond, geeft voor jezelf op de diepste niveaus aan dat je in staat bent het zonder vermijding op te nemen tegen de moeilijkheden van het bestaan en de bijbehorende verantwoordelijkheden aanvaardt.’ Toegegeven, de vertaling heeft de zin nog onleesbaarder gemaakt, maar veel scheelt het niet. Peterson weet het lezen en begrijpen van één zin tot een dagtaak te maken, en dat is knap – zeker voor iemand die in filmpjes en interviews wél to the point en zelfs meeslepend spreekt.

Dat Peterson veel fans heeft is goed te begrijpen. Hij erkent hoe lastig het kan zijn om te leven in de leegte; daarnaast presenteert hij zichzelf in interviews en YouTube-filmpjes als de voice of reason in een volgens hem doorgedraaid progressief klimaat. Dat die voice of reason af en toe ook nog zwaar geëmotioneerd raakt, draagt alleen maar bij aan zijn vaderlijke charme. Maar het is de vraag hoeveel van zijn fans het kunnen opbrengen om dit nieuwe boek van kaft tot kaft door te ploegen. Aan de andere kant: als het leven lijden is, waarom zou een boek dan leuk moeten zijn?