Recensie

Recensie Boeken

Op technoraves ontsnappen aan een verrotte tijd

Persis Bekkering Een vrouw ontsnapt op technoraves aan het juk van de voortglijdende, verrotte tijd. Dansend en minnend probeert ze ‘het bange ikje’ dat in haar huist de baas te worden.
Ravers op een technofeest in het Oost-Berlijnse Haus der Jungen Talente, in 1991.
Ravers op een technofeest in het Oost-Berlijnse Haus der Jungen Talente, in 1991. Foto Ed Kashi/Hollandse Hoogte

‘Wat een herrie.’ Dat is de eerste reactie van Nim, het hoofdpersonage van Persis Bekkerings tweede roman Exces, als ze voor het eerst housemuziek hoort bij de kunstenaar De Zwart. Maar al snel is ze volledig in de ban van die beukende vierkwartsbeats. De muziek is meer dan een opzwepende melodie, het is onderdeel van een leefstijl. Exces is echter meer dan alleen een roman over een subcultuur.

Met haar debuutroman Een heldenleven (2018) bewees Bekkering al dat ze een begenadigd stilist is, maar het geheel was toch wat richtingloos en cerebraal. Exces is intenser en intiemer. De vertelwijze is losser; de lichamelijke sensaties, gedachten en gevoelens van de protagonist zijn belangrijker dan plotontwikkelingen.

Danseres Nim komt ‘uit het asiel’ zoals ze zelf zegt. In 1988 woont ze in Amsterdam bij de arts Gerald. Als hij naar zijn praktijk gaat, moet Nim van hem thuisblijven. Overdag leest ze en ’s avonds danst ze voor hem als hij piano speelt. De dokter laat Nim portretteren door De Zwart, die ‘acid house’ voor haar draait en vertelt over raves in fabrieken: ‘Mensen met allerlei achtergronden in unieke saamhorigheid, verbonden in extase. Er wordt geknuffeld. Iedereen is je beste vriend. Maar er wordt vooral gedanst, acht uur, negen uur, tien uur achter elkaar. Dat is acid house. Dat is vrijheid.’

Na wat geflirt en geplaag – Bekkering bouwt de spanning goed op – hebben Nim en De Zwart seks: ‘Haar paardenstaart kriebelt op zijn buik. Haar vingers tasten naar zijn scrotum, als golvende waterplanten die hem bij het zwemmen onbedoeld strelen, de sensatie aangenaam, en toch schrikt hij ervan.’ De metafoor is niet alleen een origineel beeld, het is ook exemplarisch voor de zintuiglijke zinnen van Exces. Deze ritmisch verwoorde ervaringen maken Exces doorleefder en sensitiever dan Een heldenleven.

Pijnlijke waarheid

Van Amsterdam trekt Nim naar Berlijn, waar ze begin jaren negentig met De Zwart samenwoont. Dansend probeert ze zichzelf te bevrijden, te ontsnappen aan het juk van de voortglijdende tijd. Het monotone gebons van de beat is bedwelmend: ‘Je veegt je haar uit je gezicht, je blijft dansen, je blijft herhalen, je staat paraat. Eens kijk je het moment vol in het gezicht, pak je het bij de wangen.’ De rave zorgt voor een transcendentale ervaring, ze is slechts haar lichaam: ‘Binnenstebuiten zwevend licht als een lege kartonnen doos.’

Het laatste deel van de roman speelt zich af in 2020, het jaar waarin de wereld wordt gegijzeld door het coronavirus. Nu is Nim zelf de verteller, ze schrijft een lange brief aan haar goede vriend Alfa, waarin ze haar liefdesleven gekscherend ‘het bloedblad der Y-chromosomen’ noemt. Daar schuilt een pijnlijke waarheid in; Gerald klapte dood neer toen hij Nim en De Zwart bezig zag. En toen De Zwart ontdekte dat Nim niet monogaam is, sloeg hij de hand aan zichzelf. De sterfgevallen zijn wellicht wat exorbitant en ook de reactie van Nim is opvallend: ze vertrekt direct naar een feest om te dansen, om haar verdriet en schuldgevoel te ontlopen.

Ook in Londen sterft een man die was betoverd door Nim. In het vierde deel lezen we een alinealoze monoloog van een naamloze nachtclubmedewerker, wiens bijtende zinnen doen denken aan de spraakwatervallen van Thomas Bernhards personages. Desalniettemin snapt hij de drijfveren van Nim heel goed, dat ze wil ‘oplossen en verdwijnen in het boem boem boem boem’, want dan is ze even ‘niet meer dat bange ikje op wie alles aankomt, die voor zichzelf verantwoordelijk is’. En dat is waar ieder mens af en toe naar hunkert, niet alleen technoliefhebbers.

Hedonisme

‘Liefde voor de wereld, wat een opgave’, schreef Bekkering in Een heldenleven. Deze verzuchting kun je ook betrekken op Nim, die niets meer van de wereld begrijpt: ‘Deze tijd is verrot.’ Door de roman te situeren vlak voor (1988) en na (1992) de val van de Berlijnse Muur en in de jaren van de aanslagen op de Twin Towers (2001) en de kredietcrisis (2008), schetst Bekkering met Exces een tijdsbeeld. Het is de weergave van een ondoorgrondelijke wereld waarin de personages uiteindelijk gedesillusioneerd zijn door het gebrek aan vooruitgang. Vroeger was niet alles beter, schrijft Nim in 2020 (nog zo’n ijkpunt), maar ze verwerpt vurig ‘dit moment zonder utopieën, zonder toekomsten; melancholie als een fuck you naar het kapitalistisch realisme dat de gemeenschappen heeft ontbonden, de zekerheden heeft vertrapt, en zich dan nog voordoet als het enige alternatief.’ De maatschappijkritiek op het individualisme en het kapitalisme vloeit voort uit de gemeenschapszin van de ravebeweging. ‘Zijn alle ravers niet communisten?’ vraagt Nim.

Haar leefstijl is een vorm van verzet, want Nim ‘verdedigde hedonisme als anarchistisch stijlmiddel’. Zij komt in opstand tegen het idee dat ze nuttig moet zijn en een functie moet hebben. Wat ze verlangt is het exces: ‘Ze wil niet dat alles betekenis heeft, ze wil dat er dingen zijn die zinloos zijn, die gebeuren zonder dat zij daar beter van wordt. Daarin ligt het overschot, het ware exces.’ De combinatie van dit soort prikkelende denkbeelden en Bekkerings pakkende en idiosyncratische stijl maken Exces tot een boeiende roman.